Projectsubsidies voor makers van boeken - 2026/01
30 juni 2026
In totaal 50 schrijvers, onder wie 10 debutanten, ontvangen van het Nederlands Letterenfonds een projectsubsidie voor het schrijven van een boek. Het is de eerste keer dat er binnen de nieuwe regeling toekenningen worden gedaan; de regeling Projectsubsidies voor makers van boeken ging van start op 1 januari 2026. In totaal is er in deze ronde meer dan € 1 miljoen toegekend.

Van de 92 binnengekomen aanvragen konden er 10 op formele gronden niet in behandeling worden genomen. 82 aanvragen werden vervolgens voorgelegd aan een adviescommissie bestaande uit 9 leden van de Raad van advies. 66 externe lezers brachten voorafgaand aan de vergadering adviezen uit over de ingestuurde werken. Tijdens de vergadering werden per deelcriterium punten toegewezen en in een rangorde geplaatst. 16 aanvragen werden afgewezen, waarvan 6 op budgettaire gronden.
De regeling is opgedeeld in drie verschillende groepen, waarbij voor elke groep een eigen subsidieplafond geldt. Voor het eerst kunnen ook debutanten, schrijvers van een eerste boek, subsidie aanvragen bij het Letterenfonds. Debutanten ontvangen € 15.000, voor de andere schrijvers bedraagt de subsidie € 15.000 of € 30.000, afhankelijk van de duur van het project. Er werd in totaal € 1.072.500 toegekend.
10 schrijvers van een eerste boek ontvingen een projectsubsidie:
Fiep van Bodegom voor een roman (Koppernik)
Julia de Dreu voor een non-fictieboek (De Arbeiderspers)
Christine Geense voor een roman (Nijgh & Van Ditmar)
Merel Gerretsen voor een roman (Nijgh & Van Ditmar)
Lieke Gorter voor een dichtbundel (De Arbeiderspers)
Esha Guy Hadjadj voor een roman (De Bezige Bij)
Aska Hayakawa voor een roman (Pluim)
Sandro van der Leeuw voor een roman (De Arbeiderspers)
Emma van Meyeren voor een roman (Chaos)
Anne Marijn Voorhorst voor een dichtbundel (Poëziecentrum)
7 schrijvers van een tweede boek ontvingen een projectsubsidie:
Christine Bax voor een roman (Cossee)
Sanne de Boer voor een non-fictieboek (Nieuw Amsterdam)
Thijs Hoekstra voor een roman (Das Mag)
Jolanda Kooijmans voor een dichtbundel (Koppernik)
Alejandra Ortiz voor een roman (Lebowski)
Teddy Tops voor een roman (De Bezige Bij)
Bernice Vreedzaam voor een roman (Atlas Contact)
33 schrijvers die werken aan een derde of later boek ontvingen een projectsubsidie:
Maria Barnas voor een biografie (Van Oorschot)
H.C. ten Berge voor een dichtbundel (Koppernik)
Fleur Bourgonje voor een roman (Magonia)
Chrétien Breukers voor een roman (Vleugels)
Jutta Chorus voor een biografie (Pluim)
Judith Fanto voor een roman (Ambo|Anthos)
Wilma Geldof voor een YA-roman (Luitingh-Sijthoff)
Tim Gladdines voor een kinderboek (Lemniscaat)
Jacob Groot voor een dichtbundel (De Harmonie)
Robert Haasnoot voor een roman (Prometheus)
Hans Hagen en Monique Hagen voor een poëzieprentenboek (Querido)
Ingmar Heytze voor een dichtbundel (Van Oorschot)
Sytse Jansma voor een roman (Afûk)
Lizette de Koning voor een kinderboek (Ploegsma)
Tomas Lieske voor een roman (Querido)
Stijn van der Loo voor een roman (Querido)
Nisrine Mbarki Ben Ayad voor een dichtbundel (Pluim)
Jan van Mersbergen voor een roman (Prometheus)
Arjen Mulder voor een non-fictieboek (De Arbeiderspers)
Ramsey Nasr voor een non-fictieboek (De Bezige Bij)
Roberta Petzoldt voor een dichtbundel (Van Oorschot)
J.P. Rawie voor een essayboek (Prometheus)
Robert Schuit voor een verhalenbundel (Jurgen Maas)
Astrid Schutte voor een biografie (Boom)
Maurice Swirc voor een non-fictieboek (De Arbeiderspers)
P.F. Thomése voor een roman (Prometheus)
Anne Vegter voor een dichtbundel (Querido)
Gregor Verwijmeren voor een roman (Van Oorschot)
Dirk Weber voor een kinderboek (Querido)
Robbert Welagen voor een roman (Nijgh & Van Ditmar)
Johannes Westendorp voor een roman (Thomas Rap)
Han Willem van Wieringen voor een roman (De Harmonie)