weblog

Vertalershuis kamer #2: Annie M.G. Schmidt

De meest vertaalde kinderboekenschrijver

Andrea Kluitmann – 30 maart 2023

In het grondig gerenoveerde Vertalershuis Amsterdam krijgen de vijf kamers elk een thematische inrichting rond een klassieke auteur. In de aanloop naar de feestelijke heropening maken we iedere maand een ‘kamernaam’ bekend. Nummer twee is Annie M.G. Schmidt (1911-1995). Omdat haar werk zo onafscheidelijk is verbonden met dat van illustratrice Fiep Westendorp, zal de kamer de Annie M.G. Schmidt & Fiep Westendorp-kamer gaan heten.

Annie M.G. Schmidt schreef gedichten, liedjes, boeken, toneelstukken, musicals en radio- en televisiespelen. Naar eigen zeggen is ze altijd acht jaar oud gebleven en hield ze niet van kinderen, maar in haar talrijke kinderboeken is ze wel ontzettend solidair met hen. Hele generaties Nederlanders zijn opgegroeid met haar werk, dat tot het collectieve geheugen behoort. Ook nu nog liggen haar kinderboeken in bijna elke Nederlandse boekwinkel. Bovendien is ze de meest vertaalde Nederlandse kinderboekenschrijver.

Anna Becchi.

De Italiaanse Anna Becchi (1965) heeft filosofie, Duits en Italiaans gestudeerd. Ze woont in Genua en is behalve vertaler ook literair agente en scout. Ze begon als vertaler uit het Duits en Engels. Minoes van Annie M.G. Schmidt was haar eerste vertaling uit het Nederlands. Inmiddels ontving ze voor haar vertalingen vele nominaties en prijzen. Een gesprek.

Anna, hoe is het Nederlands op je pad gekomen?
Mijn hoofdtaal is Duits, dat is de taal die ik heb gestudeerd en waaruit ik altijd wilde vertalen. Engels kwam toevallig langs. Ik begon met het vertalen van Duitse filosofie, bijvoorbeeld werk van Hans Jonas en Leo Strauss.

Dat deed ik met plezier, maar nog liever wilde ik literatuur vertalen, en dan wel kinder- en jeugdliteratuur, omdat daar mijn hart lag. Toen ben ik me daarin gaan specialiseren. Als vertaler Duits-Italiaans las ik soms waanzinnig mooie kinderboeken in het Duits, maar die bleken dan oorspronkelijk uit Nederland te komen. Dan dacht ik steeds: waarom vertaalt niemand deze boeken in het Italiaans? Het is zo jammer dat niemand daar iets mee doet. Op een gegeven moment hoorde ik een voordracht van de bekende Duitse kinderboekenschrijver en vertaler Mirjam Pressler (1940-2019) die vertelde dat ze het Nederlands als autodidact had geleerd, met behulp van woordenboeken en grammaticaboeken. Toen dacht ik: dat kan ik ook.

Tot de boeken die ik zo geweldig vond, behoorde Minoes van Annie M.G. Schmidt. Dat wilde ik vertalen en ik vond er ook een uitgever voor. Ik dacht dat het daarbij zou blijven omdat het Nederlands tenslotte niet mijn taal was. Maar daarna las ik Negen open armen van Benny Lindelauf, dat ik ook ontzettend goed vond. Ik had hem in München op het White Ravens Festival leren kennen en dacht: ja, dan probeer ik ook hiervoor nog een Italiaanse uitgever te vinden. Dat lukte weer, en weer dacht ik: goed, dat was het. Maar toen begon het pas echt: iedereen vroeg me naar die geweldige Nederlandse boeken en nu vertaal ik bijna meer uit het Nederlands dan uit het Duits.

Voor mijn eerste vertalingen had ik nog wel ondersteuning nodig in vorm van de Duitse vertalingen, maar intussen kan ik heel goed Nederlands lezen.

De Italiaanse uitgevers vroegen je om Nederlandse boeken. Betekent dit dat die veel beter zijn dan de kinder- en jeugdliteratuur uit andere landen?
Naar mijn mening is de Nederlandse kinder- en jeugdliteratuur op dit moment de allerbeste. Er is een aantal volstrekt unieke auteurs. Benny Lindelauf noemde ik al, maar ook Guus Kuijer, Anna Woltz, Annet Huizing en nog veel meer.

Wat maakt ze zo bijzonder?
Het zijn echte literaten. In Italië heb je kinder- en jeugdboekenauteurs die goede, spannende boeken schrijven. Maar er wordt te veel over thema’s geschreven. Je krijgt de indruk dat auteurs denken: ik ga nu een boek schrijven over de maffia, of ik schrijf iets over een jongen die zich een meisje voelt, enzovoort. Die thematische aanpak stoort.

Bij Nederlandse auteurs voelt het alsof ze werken vanuit echte inspiratie. En wat er nog bij komt: humor en tragiek zijn bijna altijd perfect in balans. De verhalen kunnen zonder meer heel serieus zijn en bijvoorbeeld over de dood gaan, maar er zit altijd ook iets luchtigs in. Dat vind ik typisch voor Nederlandse auteurs. Misschien zijn ze schatplichtig aan Annie M.G. Schmidt, iedereen in Nederland lijkt met haar te zijn opgegroeid en zij had natuurlijk ook dat ongecompliceerde, zonder oppervlakkig te zijn, en dan die geweldige taal.

Wat me opvalt: uitgevers denken vaak dat jonge lezers absurdistische verhalen of situaties afwijzen als die niets met hun eigen leven te maken hebben. Maar dat klopt alleen als de verhalen niet sterk genoeg zijn. Ik heb bijvoorbeeld afgelopen jaar een boek van Annet Huizing vertaald, Het Pungelhuis. Dat verhaal speelt zich af tegen de historische achtergrond van botersmokkel tussen Brabant en België in de jaren zestig en zeventig. Nogal specifiek, de uitgeefster had zo haar twijfels. Maar het verhaal is beresterk. Het boek is nu een groot succes in Italië, het staat op de shortlist voor de Premio Letterario Fondazione Uspidalet 2022, de La storia più importante 2023 (Il premio dei gruppi di lettura) en de Premio di Letteratura per Ragazzi ‘Fondazione Cassa di Risparmio di Cento’ 2023.

Is de Nederlandse kinder- en jeugdliteratuur op dit moment booming in Italië? Ik hoorde enthousiaste verhalen van Anna Woltz en Enne Koens, die er op leesreis waren.
Jazeker! En toen de Nederlandse ambassade merkte dat er zo veel kinder- en jeugdboeken verschenen, besloten ze om met wat partners een internationaal programma te beginnen waarin de hedendaagse Nederlandse jeugdkunsten een jaar lang centraal zouden staan, dus niet alleen literatuur, maar ook toneel, illustraties, dans en film: FuturoPresente is afgelopen maand van start gegaan.

Een van de partners is het Nederlands Letterenfonds. Voor de kinder- en jeugdliteratuur is hun werk ongelofelijk belangrijk. Niet alleen is er financiële ondersteuning voor buitenlandse uitgevers, maar ook kunnen auteurs dankzij hen op leesreis gaan en aan festivals in het buitenland deelnemen. Op die manier kunnen ze bekend worden en een reputatie opbouwen.

Even terug naar de koningin van de absurde en beresterke verhalen: Annie M.G. Schmidt. Is zij eigenlijk bekend in Italië? In Duitsland kent bijvoorbeeld bijna niemand haar.
In Italië heb je sowieso niet zo’n rijke leescultuur. Mensen kennen Pippi Langkous bijvoorbeeld eerder van de tv dan van de boeken.

Boekverfilmingen spelen hier een zeer belangrijke rol voor de kinder- en jeugdliteratuur, maar er zijn niet zo veel Nederlandse films nagesynchroniseerd. Wel is Minùs op de Italiaanse tv geweest, een fantastische film van Vincent Bal en Burny Bos.

Hoe is het Minoes (1970) eigenlijk vergaan, en Annies andere geesteskinderen?
Minùs werd voor het eerst in 1991 in het Italiaans vertaald door Giuseppina Drago Visser en verscheen bij een zeer kleine, religieuze uitgeverij. Die vertaling is nergens meer te krijgen. Mijn vertaling voor uitgeverij Feltrinelli dateert van 2012 en werd in 2021 opnieuw uitgegeven, helaas met de ondertitel La gatta che scese dal tetto, de kat die via het dak kwam. Misschien hebben ze dat overgenomen van de Engelse uitgave van Pushkin Press. Maar in het begin weet je niet dat Minoes een kat is, dat moet je toch niet verklappen in de titel?

Verder is Wiplala al in 1995 vertaald, door Laura Pignatti. Dafna Fiano vertaalde Floddertje in 2007, en dat werd in 2021 opnieuw uitgegeven. Jip en Janneke zijn vrij recentelijk vertaald door Valentina Freschi, net als Pluk van de Petteflet (2018) en Otje (2022).

De verhalen van Annie M.G. Schmidt zijn geweldig en volstrekt universeel. Voor mijn gevoel zijn ze niet gebonden aan Nederland.

Wat wel heel anders is in Italië: er wordt niet veel voorgelezen. Zo heb ik een vriendin die in een ziekenhuis op de afdeling kinderoncologie werkt, waar kinderen vaak erg lang moeten verblijven. Er worden spelletjes gespeeld, de kinderen hebben mobieltjes, maar er wordt niet voorgelezen. Zo jammer.

Want het werkt uiteraard wel, toen de Nederlandse schrijvers hier waren, hing het publiek aan hun lippen. De kinderen stelden vragen en waren echt geïnteresseerd. Het ligt niet aan hen! Ik kan me niet voorstellen dat er, waar dan ook op de wereld, kinderen zijn die niet zouden genieten van de boeken van Annie M.G. Schmidt.

 

 
Anna Patrucco Becchi (1965) vertaalde belangrijke Nederlandse schrijvers als Paul Biegel, Marjolein Hof, Sjoerd Kuyper, Annet Schaap en Anna Woltz in het Italiaans. Haar werk werd meermaals genomineerd en bekroond: zo stonden haar vertalingen van Negen Open Armen van Benny Lindelauf, Hotel De Grote L van Sjoerd Kuyper, Hoe ik per ongeluk een boek schreef van Annet Huizing en Lampje van Annet Schaap op de shortlist van de Premio Strega Ragazze e Ragazzi en ontving ze de prijs voor de laatste twee in 2019 en 2021. Haar vertaling van Lindelaufs De Hemel van Heivisj werd als beste Italiaanse vertaling genomineerd voor de IBBY Honour List 2020.

‘Naar mijn mening is de Nederlandse kinder- en jeugdliteratuur op dit moment de allerbeste.’

Alle weblogs van Andrea Kluitmann

Schrijver

Andrea Kluitmann

(1966) werd geboren in Duitsland en studeerde Duitse taal- en letterkunde in Bochum en Amsterdam. Ze vertaalt romans, toneelstukken, graphic novels en filmscenario’s. Verder is ze voorzitter van Stichting VertaalVerhaal, mede-organisator van de jaarlijkse Vertalersgeluktournee en werkt ze als taaltrainer Duits voor auteurs en andere mensen uit de culturele sector. Ze geeft workshops en lezingen over spreken in het openbaar, vertalen en literatuur. Ze schrijft sinds 2020 regelmatig columns voor en over het Vertalershuis Amsterdam. Haar eerdere stukken staan op vertalershuis.nl.

Bekijk alle weblogs van Andrea Kluitmann