weblog

Een verslag

Literaire vertaaldagen 2023

Marije de Bie – 19 december 2023

Op vrijdag 8 en zaterdag 9 december 2023 vond de vierentwintigste editie van de Literaire Vertaaldagen plaats. Twee dagen vol workshops en lezingen over het literair vertaalvak. Thema van de symposiumdag op vrijdag was The Times They Are a-Changin – nieuwe uitdagingen en kansen voor vertalers en uitgevers van vertaalde literatuur in een veranderende boekenmarkt.

Tijdens gesprekken met de klankbordgroep van het Letterenfonds kwam naar voren dat beginnende literair vertalers het vaak spannend vinden om naar een massale vertalersbijeenkomst als de Literaire Vertaaldagen te komen, en het moeilijk vinden om uit hun spreekwoordelijke zolderkamer tevoorschijn te komen en zich in een grote groep mensen te begeven. Reden waarom wij besloten deze vierentwintigste editie te openen met een apart welkomstmoment voor vertalers die het fijn vinden om in een kleiner gezelschap het ijs met elkaar te breken. Deze bijeenkomst op het tweede balkon werd georganiseerd door de Verenigde Literair Vertalers onder leiding van Janne van Beek, en werd door zowel onervaren als ervaren vertalers als zeer aangenaam ervaren.

In mijn opening ging ik nader in op de titel van deze editie The Times They Are A-Changin, naar het ultieme protestlied van Bob Dylan uit 1964. In het letterenveld en de boekenmarkt is er veel tegelijk aan het veranderen, en tijdens het symposium en de workshopdag wilden we proberen om hier in lezingen en workshops enigszins grip op te krijgen, in de hoop dat na deze twee Vertaaldagen bezorgdheid om wat deze veranderingen voor ons vakgebied zullen betekenen plaats zou maken voor ideeën hoe ze ons vakgebied kunnen verrijken.

In 1965 vertaalde Lennaert Nijgh voor Boudewijn de Groot The Times They Are A-Changin als ‘Er komen andere tijden’, en in 2007 verschenen twee nieuwe vertalingen van de hand van Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes, ‘De tijden zijn veranderd’ en ‘Vanaf nu moet alles anders’. Mijn openingswoord eindigde met een gesprek tussen vertaler Robbert-Jan Henkes en vertaler en pianist Lodewijk Busscher over een primeur in de vorm van een spiksplinternieuwe en zeer actuele vertaling van de hand van Henkes, toegespitst op AI, getiteld ‘Als de robot jullie komt halen’, en een samenzang met het publiek van deze nieuwste Nederlandse vertaling.

Marije de Bie. Foto: Chris van Houts

Het ochtendprogramma werd besloten met een duolezing door vertaalonderzoeker Tia Nutters en vertaler Japans-Nederlands Maarten Liebregts over genderdiversiteit in vertaling. Maarten Liebregts sprak over zijn vertaling Kitchen van Banana Yoshimoto, een novelle uit 1988 met een trans personage. Over het gebruik van woorden die verwijzen naar transgender personen had Liebregts zich bij zijn vertaling laten adviseren door Valentijn de Hingh, specialist identiteit voor de Correspondent. De Hingh wees hem op het belang van het verschil tussen het beschrijven van ervaringen van transgender personen vanuit het perspectief van de buitenwereld, de ander, en vanuit het perspectief van de transgender personen zelf, vanuit hun eigen beleving. De Hingh adviseerde hem om bijvoorbeeld in plaats van ‘was vroeger een man’ liever ‘leefde vroeger als man’ te schrijven.

Tia Nutters vertelde over een leesonderzoek naar non-binaire voornaamwoorden in Meisje, vrouw, anders, de Nederlandse vertaling door Lette Vos van Girl, Woman, Other, geschreven door Bernardine Evaristo. Na onderzoek op platforms als Transvisie en Transgendernetwerk had Vos ervoor gekozen het singular ‘they’ te vertalen als ‘hen/hun’. In het Nederlands werd tot dan toe als non-binair voornaamwoord vooral hen/hun en die/hun gebruikt, waarbij als problematisch zou kunnen worden ervaren dat ‘hen’ meervoud is en ‘die’ aanwijzend. Nutters’ onderzoek richtte zich op het verschil in leeservaring van 119 respondenten tussen hen/hun en die/hun, door middel van twee vertalingen van hetzelfde fragment uit Girl, Woman, Other, waaruit geconcludeerd kon worden dat er geen duidelijke voorkeur wordt gevoeld en dat beide opties dus bruikbaar zijn voor vertalers. Bovendien kwam uit open vragen naar voren dat de lezerservaringen varieerden van ‘afschuwelijk’ tot ‘een verruiming’, maar vooral ‘het went’, en werden als mogelijke alternatieve opties genoemd ‘het’, ‘zhij’, ‘-ij’, ‘@’ en ‘onbi’.

Foto: Chris van Houts

Na de lunchpauze volgde een lezing door modern letterkundige, gasthoogleraar en publicist Yra van Dijk over een onderwerp dat sinds de recent gepubliceerde teleurstellende resultaten van het PISA-onderzoek naar de leesvaardigheid van Nederlandse kinderen urgenter dan ooit tevoren blijkt, de ontlezing. Urgent, omdat leesvaardigheid essentieel is voor kennis van de wereld en daarmee voor goed burgerschap, en voor het ontwikkelen van empathisch vermogen en zelfbewustzijn. 53 procent van de 15-jarigen leest nooit een boek voor het plezier. De boeken die gelezen worden zijn inhoudelijk weinig divers: vrouwelijke, Vlaamse, niet-westerse en queer auteurs zijn op de leeslijsten van examenkandidaten sterk ondervertegenwoordigd, zodat jonge lezers zich voornamelijk moeten inleven in steeds ‘dezelfde’ witte, mannelijke, heteroseksuele en cisgender personages. Die eenzijdigheid sluit slecht aan bij de veel diversere leefwereld van jongeren en bij de behoefte aan begrip voor de ander. Van Dijk ziet het onderwijs als de eerst aangewezene om hierin verandering te brengen, te beginnen bij de PABO, waar aankomende basisschooldocenten niet of nauwelijks in aanraking komen met kinderliteratuur, en bij het middelbaar onderwijs, waar de nadruk veel meer moet worden gelegd op de verschillende vaardigheden die nodig zijn voor het lezen van literatuur.

Na het terecht luiden van de noodklok door Yra van Dijk werd er een veel optimistischer licht geworpen op het leesgedrag van jongeren door bookstagrammers Corina Maduro, Céline Canon en Suzanne Peet, die aangesloten zijn bij de Schwob Young Bookstagram Community onder leiding van Maduro. Zij gaven inzicht in de werking van de Bookstagram Community en vertelden hoe deze hen als lezers heeft geïnspireerd en invloed heeft gehad op hun ontwikkeling tot veellezers van Nederlandse of in het Nederlands vertaalde literatuur.

Foto: Chris van Houts

Na de ontlezing kwam het tweede onderwerp aan de orde waarover grote bezorgdheid leeft in de vertalerswereld: Artificial Intelligence. Onderzoeker en docent Vertaalwetenschap Gys-Walt van Egdom betoogde dat een eerlijk verhaal over taaltechnologie en de mogelijke gevolgen van AI voor het vertalen in het algemeen en het literair vertalen in het bijzonder onmogelijk is zolang we niet bereid zijn het hele verhaal te vertellen. Een veel gehoorde stelling is dat kunstmatige intelligentie misschien wel slim is, maar niet intelligent. Van Egdom pleitte met een knipoog voor ‘een Turing-test voor de menselijke vertaler’, om te onderzoeken of de gemiddelde menselijke vertaler eigenlijk wel zo intelligent is.

Schrijver, fotograaf en literair vertaler Martin de Haan doorbrak de huiver voor en misschien wel het taboe op AI bij veel vertalers in het publiek door live op het podium en zichtbaar op een groot scherm in gesprek te gaan met ChatGPT. Het bijzondere aan dit gesprek was dat het ging over het fictieve vertaalprogramma ‘Tovertaal’ waarover De Haan twintig jaar geleden voor het tijdschrift Filter een reeks columns schreef. De Haan vertelde dat hij toentertijd veel reacties op de column ontving, waarbij het hem verbaasde dat vrijwel iedereen zijn verhaal serieus leek te nemen en hem zelfs vragen stelde over de aanschaf en werking ervan. Nu bestaat ‘Tovertaal’ dan toch echt in de vorm van ChatGPT, en door live met ChatGPT in gesprek te gaan over ‘Tovertaal’ bewees De Haan dat ChatGPT hem snel informatie en vertalingen kan geven die hem veel tijd en moeite besparen, maar alleen als hij zijn vragen zo precies en helder mogelijk stelt. Wat zijn eigen vertaalwerk betreft is hij dus positief over het gebruik van AI, maar wel uitte hij als zorg dat als het gebruik van AI bij literair vertalers de norm zou worden, de hoeveelheid werkzame literair vertalers sterk zou kunnen afnemen.

Young-adultvertaler Maria Postema besloot de lezingenreeks van de dag met een positieve en motiverende entr’acte over het leesgedrag van jongeren en ging nader in op het fenomeen ‘Booktok’. Zij bevestigde dat Booktokkers inderdaad vooral in het Engels lezen, en vooral in de genres young adult, fantasy, romance en spanning, maar dat ze dan toch in elk geval veel lezen en elkaar titels aanraden. ‘Beter een tiener met een boek in de hand, dan een tiener zonder een boek in de hand.’ In een vorig leven als boekverkoper was Postema er regelmatig getuige van geweest hoe de smaak van jonge lezers zich in de loop der jaren ontwikkelde. Hoe zij na het lezen van een groot aantal boeken in bovenstaande genres daarop uitgekeken raakten en een andere uitdaging zochten, waarop ze haar vroegen om boeken in de categorie Nederlandse of in het Nederlands vertaalde literatuur. Postema riep de vertalers in het publiek op om online van zich te laten horen en zien, zodat jongeren oog krijgen voor hun werk. Degenen die liever offline iets willen betekenen riep ze op de ‘challenge’ (Booktok-terminologie) aan te gaan om in 2024 drie jongeren te ondervragen over de boeken die zij hebben gelezen en hun een volgend boek aan te raden dat aansluit bij hun smaak, maar meer literair van aard is.

De symposiumdag werd traditioneel feestelijk afgesloten met de uitreiking van de Nederlands Letterenfonds Vertaalprijs 2023 aan Barbara de Lange. Met deze vertaalprijs bekroont het fonds literair vertalers die zich onderscheiden zowel door de hoge kwaliteit van hun vertaaloeuvre als door hun inzet als ambassadeur voor een bepaald taalgebied, genre of het literair vertalen in het algemeen. Juryvoorzitter en laureate van de Letterenfonds Vertaalprijs 2021 Josephine Rijnaarts sprak de laudatio uit, waarin ze De Lange prees om haar zorg voor wat er staat, die ze tekenend noemde voor haar even filosofische als inventieve denk- en werkwijze, en om haar werk als mentor en vertaaldocent.

Romkje de Bildt, de nieuwe directeur-bestuurder van het Nederlands Letterenfonds, reikte de prijs aan Barbara de Lange uit, en stelde zich in haar nieuwe functie voor aan de Nederlandse vertalersgemeenschap. Zij riep het publiek op om – zoals tijdens dit symposium was gedaan – de problemen voor de vertaalde literatuur onder ogen te zien, maar vervolgens wel een positieve en opbouwende houding te blijven aannemen.

Barbara de Lange ontvangt de Nederlands Letterenfonds Vertaalprijs van Romkje de Bildt. Foto: Chris van Houts

Op zaterdag 9 december vonden er negen workshops plaats in het Amsterdams Lyceum, waarvan een deel dieper inging op onderwerpen die tijdens het symposium aan bod waren gekomen. Zo waren er een workshop over de coming-of-gender roman en genderbewust vertalen voor vertalers Engels-Nederlands en Nederlands-Engels onder leiding van Kristen Gehrman en Mijke Hadewey van Leersum en een workshop vertaaltechnologie onder leiding van Tia Nutters. In andere workshops gingen vertalers met elkaar in gesprek over persklaarmaken onder leiding van Rob Zweedijk, over je eigen vertaling redigeren onder leiding van Suzanne Holtzer, over het meer halen uit je vertaalpraktijk onder leiding van Lidewijde Paris en over het schrijven over vertalen onder leiding van Eva Wissenburg. Ten slotte werden drie taalgebonden workshops aangeboden: een workshop voor vertalers uit het Nederlands over het vertalen van de poëzie van Sasja Janssen onder leiding van de auteur en haar vertaalster Michele Hutchison, een workshop voor vertalers Frans-Nederlands over het vertalen van Houellebecqs poëzie onder leiding van vertaler Martin de Haan, en een workshop voor vertalers Engels-Nederlands over het vertalen van ‘de slechtste roman ter wereld’ onder leiding van Robbert-Jan Henkes.

Links

Kunstmatige intelligentie [is] misschien wel slim, maar niet intelligent.

Marije de Bie

Programmamedewerker

vertaalde literatuur

Vertalershuis Amsterdam, prijzen, Vertalersfabriek, Literaire Vertaaldagen, workshops voor vertalers uit en in het Nederlands

[email protected]

lees meer