weblog

Deel III (slot): Maria Encheva en Stefan Wieczorek

De eerste bewoners na de verbouwing (III)

Andrea Kluitmann – 14 december 2023

In mijn vorige stukken, over de eerste vertalers in het ‘nieuwe’ Vertalershuis, sprak ik met Judit Gera en Hazim Kamaledin en Jihie Moon en Cati Ginard.

Deze mini-serie wordt afgesloten met Maria Encheva uit Bulgarije en Stefan Wieczorek uit Duitsland. Maria vertaalt veel hedendaagse Nederlandse en Vlaamse auteurs, onder wie Peter Buwalda, Arnon Grunberg, Bregje Hofstede, Connie Palmen, Ilja Leonard Pfeijffer en Lize Spit. Stefan vertaalt veel poëzie, van bijvoorbeeld Maria Barnas, Charlotte Van den Broeck, Frans Budé, Radna Fabias en Ester Naomi Perquin maar ook romans van bijvoorbeeld Koen Peeters, Roxane van Iperen en Marjolijn van Heemstra.

Maria Encheva - Foto: Yana Lozeva

Maria, je was al vaak te gast in het Vertalershuis, wat vond je van het nieuwe huis?
Ik woonde in de kamer van Andreas Burnier en was meteen onder de indruk. Niet alleen van de sfeer en de kleuren in de kamer – sindsdien denk ik aan Andreas Burnier in het lichtblauw, een grappige synesthesie – maar ook van de inrichting en de combinatie van het oude en het nieuwe. Er staat een antieke kledingkast, met een beetje verbeelding uit de slaapkamer van Burnier zelf, naast een ontzettend comfortabel, in hoogte verstelbaar bureau. Er staan oude uitgaven van Burniers romans. Bovendien is er een supersnelle internetverbinding. En het meest indrukwekkende: de typmachine van de schrijfster op een tafeltje naast mijn werkplek. Inspirerender kan het haast niet! Ik heb genoten van het huis, en ook van het gevoel weer onder collega’s te zijn, een gemeenschap te vormen, het anders zo eenzame vertaalvak met anderen te mogen delen. En Amsterdam blijft ontroerend mooi.

Tijdens je verblijf heb je gewerkt aan Mijn lieve gunsteling van Lucas Rijneveld en je vertaalde eerder ook De avond is ongemak, dat de International Booker Prize won. Maakt zo’n prijs indruk in Bulgarije?
Heel lang bleef de Booker Prize een beetje buiten het zicht van de Bulgaarse lezers, maar dit jaar won voor het eerst een Bulgaarse schrijver die prijs: Georgi Gospodinov met Time Shelter, in de vertaling van Angela Rodel. (De Nederlandse vertaling van Hellen Kooijman verscheen onder de titel Schuilplaats voor andere tijden bij Ambo Anthos).

Ik hoop dat dit nu gaat veranderen, en dat er ook meer aandacht komt voor de winnaars van de afgelopen jaren, onder wie natuurlijk Lucas Rijneveld. Voor mij persoonlijk is de tweede roman, Mijn lieve gunsteling, nog beter qua stijl en verhaal dan de eerste. Ik hoop dat dit boek zal opvallen en lezers vindt. Bulgarije is een erg kleine markt. Duizend verkochte exemplaren wordt al gezien als een groot succes. Op het eerste gezicht lijkt dit misschien ontmoedigend, maar goede boeken zijn alle inspanning waard, en voor die goede boeken doen we het.

Literatuur is heel belangrijk voor je. Ik hoorde van je medebewoner Stefan Wieczorek dat je net in Sofia een internationale boekwinkel hebt geopend!
Alles begon een beetje voor de grap. Op een dag zat ik met een vriend koffie te drinken toen de vraag ter sprake kwam wat ons verbond. Het antwoord was: boeken. Hij was tussen boeken opgegroeid, zijn vader was een grote Bulgaarse schrijver en historicus en ik ben vertaalster. In koor riepen we toen uit: Laten we een boekwinkel beginnen! We besloten, eigenlijk voor de grap, om te gaan uitkijken naar een passende ruimte. En toen we die vonden, lieten we hem in een roes renoveren. Een jaar later werd op de plek waar vroeger een schoenmaker zat onze boekwinkel geopend – de eerste internationale boekwinkel van Sofia met een collectie van Engels-, Duits-, Frans- en Nederlandstalige boeken. Gelukkig ervaren we het hele ondernemen nog steeds als een spel. Als we onszelf ooit te serieus gaan nemen, dan worden we… serieus saai. En zo zijn we niet. Wij halen onze inspiratie uit Amsterdam en Berlijn en we hopen dat de volgende boekwinkels in Sofia zich een beetje door ons laten inspireren.

Boekwinkel van Maria Encheva in Sofia

  
Stefan, de laatsten zullen de eersten zijn! Jij zat in juli 2020, in corona-tijden, helemaal alleen in het Vertalerhuis en behoort nu tot de eerste bewoners van na de heropening. Hoe was het om daar in het covid-tijdperk te wonen?
Op een gegeven moment was iedereen weg en er mochten geen nieuwe gasten uit verre landen meer komen. Ik had destijds een beetje voor de lol gezegd dat ik tijdens corona wel een tijdje op het huis kon passen omdat ik binnen drie uur met de trein terug kon rijden, naar Aken. Dat vond men prettig, en toen woonde ik daar opeens helemaal alleen, wat erg vreemd was, en ook wel eenzaam – omdat ik aan de gezellige sfeer in het huis gewend was. Het was echt een grote, emotionele sprong naar mijn verblijf deze zomer in het nieuwe en volbezette huis, erg fijn. Ik was zelf ook helemaal ingesteld op onderweg zijn, praten en mensen ontmoeten. Drie jaar rust was echt wel lang genoeg!

Het is trouwens fantastisch dat we ons beroep zo verschillend kunnen vormgeven. Voor mij is het altijd heel belangrijk om met een levendige mix van verschillende (vertaal-)projecten bezig te zijn. Ik zie het ook bij collega’s. Veel mensen combineren het vertaalvak ook met ander werk, zoals Maria met haar boekwinkel.

Stefan Wieczorek met Peter Verhelst - foto: Guido Naschert

Een van je meest bijzondere projecten is de Trimaran, een tweetalig tijdschrift over poëzie uit Nederland, Vlaanderen en Duitsland dat je samen met o.m. de Kunststiftung Nordrheinwestfalen uitgeeft.
Ja, de Trimaran is er gewoon altijd. Er is een stevige continuïteit en het blad loopt parallel met alles wat ik verder zoal doe. We zijn nu bezig met het vijfde nummer. Tot nu toe zijn er meer dan twintig dichters bij de vertaalateliers van Trimaran betrokken.

Je bent er dus veel op uitgetrokken, wat heb je allemaal gedaan?
Veel! Trouwens ook voor Trimaran. Zo ben ik een keer voor één avond van Amsterdam naar Weimar gereden, waar ik in de Anna Amalia-bibliotheek een avond heb gemodereerd met de Vlaamse dichter Peter Verhelst en de Duitse dichteres Ulrike Draesner, ze spraken onder meer over Europa als Heimat.

Een erg interessante ontmoeting vond ik de lunch, waar jij ook bij was, met Oliver Zille en Kerstin Grüner van de Leipziger Buchmesse. We hadden een brainstormsessie over hoe we de vertalers in Leipzig 2024 zichtbaar konden maken. Dat gaat me – net als literatuurbemiddeling – nauw aan het hart. Het hoort bij het vertalen, althans voor mij is het een belangrijk onderdeel van mijn beroep.

Verder heb ik deelgenomen aan een literaire stadswandeling in Amsterdam, in de voetsporen van Multatuli, Nooteboom en nog meer schrijvers. Zo’n wandeling heb ik dan ook georganiseerd in Aken, dat op een drielandenpunt ligt, waardoor automatisch ook de Nederlandse literatuur aan bod komt. We hebben hier de EuregioKultur e.V., een vereniging die zich inzet voor grensoverschrijdende uitwisseling van cultuur en literatuur.

En ik was bij dichter Thomas Möhlmann in Castricum. Tijdens mijn verblijf werkte ik aan zijn poëziebundel Ik was een hond. We zijn samen naar een borrel in boekhandel Laan geweest, waar ze net op die avond aan de buitenmuur van hun pand gedichten hebben onthuld van Jabik Veenbaas, Daatje, Elly de Waard en Thomas zelf. Een mooi voorbeeld van poëzie in de openbare ruimte zoals je dat in Nederland en Vlaanderen zo vaak ziet, in tegenstelling tot in Duitsland, waar dat niet echt van de grond komt. Poëzie moet niet beperkt blijven tot boeken, het gaat ook om ontmoetingen met mensen die van literatuur houden. Ik denk – ook als vertaler – inmiddels meer in ‘projecten’ dan in boeken, hoewel veel projecten uiteindelijk in een boek uitmonden.

En als je niet de hort op was, waar zat je dan, in welke kamer?
Hella Haasse! Die was ook voor de verbouwing al een van mijn favoriete kamers omdat er een balkon is, maar nu is hij ook nog heel mooi ingericht, met muren in het saliegroen, een mooie, rustige kleur.

Wat me trouwens opviel in Amsterdam: de broodjescultuur is op de terugtocht! Ik vind broodjes tussen de middag heel Nederlands, in de basisvariant, of wat meer luxueus, op een bord voor tien euro. Ik zat in het Eye Filmmuseum, vanwege die interessante Werner Herzog-tentoonstelling, en daar staan opeens bijna geen broodjes meer op de kaart. In plaats daarvan is er ramen. Van collega Jos Vos, die uit het Japans vertaalt, heb ik tijdens ons gezamenlijk verblijf in het vertalershuis Antwerpen weliswaar geleerd om ramen te eten – men mag, nee, moet slurpen – maar toch. Men moet gewoon in het Vertalershuis zitten om de kleine en grote veranderingen in de cultuur te ervaren.

Poëzie moet niet beperkt blijven tot boeken, het gaat ook om ontmoetingen met mensen die van literatuur houden.

Alle weblogs van Andrea Kluitmann

Schrijver

Andrea Kluitmann

(1966) werd geboren in Duitsland en studeerde Duitse taal- en letterkunde in Bochum en Amsterdam. Ze vertaalt romans, toneelstukken, graphic novels en filmscenario’s. Verder is ze voorzitter van Stichting VertaalVerhaal, mede-organisator van de jaarlijkse Vertalersgeluktournee en werkt ze als taaltrainer Duits voor auteurs en andere mensen uit de culturele sector. Ze geeft workshops en lezingen over spreken in het openbaar, vertalen en literatuur. Ze schrijft sinds 2020 regelmatig columns voor en over het Vertalershuis Amsterdam. Haar eerdere stukken staan op vertalershuis.nl.

Bekijk alle weblogs van Andrea Kluitmann