weblog

Deel II: Catalina Ginard en Jihie Moon

De eerste bewoners na de verbouwing (II)

Andrea Kluitmann – 7 december 2023

In mijn vorige stuk, over de eerste vertalers in het ‘nieuwe’ Vertalershuis, sprak ik met Judit Gera uit Hongarije en Hazim Kamaledin uit Antwerpen/Irak. Dit keer zijn Jihie Moon uit Zuid-Korea en Cati Ginard uit Spanje mijn gesprekspartners. Jihie vertaalt nog niet zo lang en was voor het eerst in het Vertalershuis. Cati vertaalt al sinds 1984. In haar uitgebreide oeuvre valt op dat ze werk van heel uiteenlopende auteurs heeft vertaald, bijvoorbeeld Hugo Claus, Edgar du Perron, W.F. Hermans, Arnon Grunberg, Annie M.G. Schmidt, Manon Uphoff, Lize Spit en Jacques Vriens.

Jihie Moon woonde in de Anton de Kom-kamer op de bovenste verdieping.

Jihie, het is geen originele vraag, maar ik ben erg benieuwd naar je antwoord: Hoe kwam het Nederlands in je leven?
‘Toen ik klein was kreeg ik een boek met reproducties van schilderijen, waar ik steeds weer in bladerde. Pas veel later kwam ik erachter dat de reproducties in het boek van Nederlandse en Vlaamse meesters uit de 17e eeuw waren. Toen ik een studie koos, wilde ik in elk geval letterkunde doen. Veel mensen kozen Engels, maar ik wilde iets speciaals, een kleine taal. Het boek dat ik noemde is uiteindelijk de reden geworden dat ik Nederlandse taal en cultuur als hoofdvak heb gekozen.

Ik heb mijn master in Leiden gehaald en ben afgestudeerd op migrantenliteratuur, van Kader Abdolah, Hafid Bouazza en anderen. Daarna ben ik gaan promoveren in Stellenbosch, Zuid-Afrika. Vervolgens heb ik nog een tweede master gehaald in Leiden. Ik probeer ieder jaar naar Nederland te komen om contact te houden met de taal. Ik wil graag zelf zien wat er op dit moment speelt in het land. Ook wil ik lesmateriaal verzamelen, omdat ik naast vertaler ook docente Nederlands ben aan de Hankuk University of Foreign Studies in Seoul.’

Hoe moet ik me zo’n studie Nederlands daar voorstellen, sta je voor tien studenten, of voor honderd?
‘Aan onze universiteit kun je vijfenveertig talen studeren, waaronder Nederlands. We hebben zo’n dertig studenten per jaar en een vierjarig programma, dus dat zijn 120 hoofdvakstudenten. Best veel!’

En wordt er ook veel vertaald uit het Nederlands in het Koreaans?
‘Er worden veel kinder- en jeugdboeken vertaald, maar niet zo veel fictie en non-fictie voor volwassenen. Er zijn enkele klassiekers vertaald van Multatuli, Bordewijk en Elsschot, en verder romans van onder meer Cees Noteboom, Connie Palmen, Margriet de Moor, Gerbrand Bakker en Tommy Wieringa. Zelf heb ik twee jaar geleden Uit het leven van een hond van Sander Kollaard vertaald. Op dit moment ben ik bezig met het vertalen van Troostmeisjes: verkrachting in naam van de keizer van Brigitte Ars. Het gaat – net als het boek van Hendrick Hamel – over een geschiedenis die Nederland en Korea delen. Als het goed is verschijnt de vertaling dit jaar.’

Tijdens je verblijf in het Vertalershuis werkte je aan Journael van de ongeluckige voyagie van ‘t iacht de Sperwer, van Batavia gedest, van Hendrick Hamel. Dat is een reisverslag uit 1668; ik had er nog nooit van gehoord.
‘Niet? Maar in Korea is Hendrick Hamel na Guus Hiddink de meest bekende Nederlander! Op school leest iedereen het kinderboek over die in Korea gestrande VOC-boekhouder. Hij heeft Korea in Europa bekend gemaakt. Ik heb altijd al belangstelling voor hem gehad. Het is natuurlijk niet makkelijk qua taal, maar er bestaat ook een nieuwere versie uit 1920, daar werk ik ook mee. Toch blijft het lastig, dat oude Nederlands en de vele VOC-termen.’

Heeft je verblijf in Amsterdam je geholpen?
‘Jazeker, alleen al de locatie in het centrum van Amsterdam is fantastisch. Het Rijksmuseum is in de buurt, het Van Gogh museum, het Tropenmuseum, het Verzetsmuseum en het Grachtenmuseum – ik heb ze allemaal bezocht. Ik deed er research over de Tweede Wereldoorlog, over slavernij en over de geschiedenis van de Caribische eilanden, allemaal onderwerpen die een rol spelen in mijn vertaling.

In Nederland is men nu erg bezig met het nadenken over het collectief geheugen over de Nederlandse geschiedenis, je ziet het ook in de musea. De term ‘Gouden Eeuw’ is nu bijvoorbeeld minder gebruikelijk.’

Je was voor het eerst in het Vertalershuis, in welke kamer zat je?
‘Helemaal boven in de Anton de Kom-kamer. Ik werd daar heel blij van. Ik geef les over kolonialisme en postkoloniale literatuur, en dus ook over Anton de Kom. De kamer is ruim en rustig, met veel bomen voor het raam.

Het hele huis vond ik zo prachtig, alles is nieuw en mooi. Machteld de Vries, medewerker bij het Vertalershuis, begroette me heel hartelijk en was erg behulpzaam, ik voelde me meteen thuis. Met mijn medebewoners uit Bulgarije, Irak, Hongarije, Duitsland en Spanje kon ik uren praten over grote dingen, maar ook over het verschil tussen gebakjes, koekjes, koek, cake, beschuit en frites en patat.

We hadden een heerlijk afscheidsdiner, ik had Koreaans eten gehaald, Stefan Wieczorek bracht goede wijn mee en Cati een lekker dessert. Mijn verblijf was geweldig, ik ben er erg dankbaar voor.’

Eten in het vertalershuis. V.l.n.r.: Catalina Ginard, Stefan Wieczorek en Jihie Moon.

 

Catalina Ginard verbleef in de W.F. Hermans-kamer op de begane grond van het Vertalershuis.

Cati, je zei dat je niet geschikt bent voor een interview omdat je ziek was tijdens je verblijf en veel binnen hebt zitten hoesten. Toch wil ik je vragen wat je van het nieuwe Vertalershuis vindt.
‘Het is ongelooflijk mooi geworden. Ik was er in 2000 voor het eerst en kan het dus goed vergelijken. Zo chique en smaakvol, met ontzettend veel liefdevolle details. Het huis is ingrijpend veranderd. Ik zat beneden, in de W.F. Hermans-kamer, waar vroeger het kantoor zat. Ik heb Hermans vertaald, dus dat is wel toepasselijk. Het is een herenkamer, klassiek ingericht, met een grote badkamer.

De eerste week waren er geen vitrages voor de ramen en ik zat voor mijn gevoel op straat te werken, maar in de tweede week plakte huismeester Henk folie op de ramen met het effect dat je kent van verhoorkamers uit detective-series op televisie: je kunt wel naar buiten kijken, maar je bent zelf binnen niet te zien. De voorbijgangers kijken als het ware in een spiegel. Dat was echt heel leuk, al die mensen die naar zichzelf keken, vrouwen die hun haar goed deden, puur vermaak!

Overigens heb ik wel hard gewerkt, aan De beesten van Gijs Wilbrink, Las bestias. Ik hoop alleen dat de Spaanse uitgever niet verwacht dat het nog spannender en harder is dan nu al het geval is, want we zijn in Spanje best veel gewend. Ik heb met de uitgever gepraat over het vertalen van het Achterhoeks in de roman, en hij dacht dat ik dat bijvoorbeeld met het Galicisch zou kunnen oplossen. Ik heb dat heel even geprobeerd, maar het slaat nergens op, je roept dan echt verkeerde beelden op bij de lezer. Ik doe nu twee dingen; ik laat woorden staan die uit de context duidelijk worden, en ik gebruik een beetje boers en plat Spaans, met lange klinkers. Volgens mij werkt dat wel. Ik stuur het nu zonder verdere uitleg naar de uitgever zodat hij het met een frisse blik kan lezen.

Het is een fijne roman om te vertalen. Ik heb hem niet zelf voorgesteld. Alleen in het begin van mijn carrière heb ik geprobeerd om tips te geven over te vertalen boeken, en dat is nu zo’n veertig jaar geleden. Mijn ervaring is dat het nooit wordt geaccepteerd, Spaanse uitgevers lijken voorstellen van vertalers verdacht te vinden. Dat is natuurlijk jammer en kortzichtig, want wij hebben een goed inzicht in het boekenaanbod.’

Je spreekt zeer goed Nederlands. Heb je hier gewoond?
‘Ja, toen ik jong was heb ik tien jaar in Groningen gewoond, waar ik sociologie studeerde. Terug in Spanje kon ik met die studie geen werk vinden, en een vriend van me die uit het Duits vertaalde vroeg of ik dat eens wilde proberen. Ik kon goed Duits, en zo werd een Survivalgids van Rüdiger Nehberg mijn eerste vertaling. Nehberg was wel een bijzonder type, een banketbakker uit Hamburg, heel politiek geëngageerd ook.

Dat werk beviel me goed. Talen waren altijd al mijn passie, ik ben ook tweetalig opgevoed, met Frans. Voor mij werkt literair vertalen verslavend, ik ben eigenlijk met pensioen, maar hier ga ik echt niet mee stoppen, het is té leuk. Het werk, maar ook het contact met collega’s, bijvoorbeeld tijdens zo’n verblijf in het Vertalershuis. Jihie nodigde Stefan en mij uit voor een prachtig Koreaans diner, met heel veel schaaltjes en dito uitleg, zo ontzettend leuk en interessant. We hadden een lang gesprek over onvertaalbare woorden, naar aanleiding van een boek dat ik van mijn dochter had gekregen, Lost in Translation van Ella Frances Sanders. We hebben het gehad over Koreaanse, Spaanse en Nederlandse voorbeelden. Neem nou gezellig, waar je in andere talen steeds weer iets anders voor moet bedenken. Stefan betoogde overtuigend dat gezellig in het Duits zeker niet altijd met gemütlich kan worden vertaald. Maar ons eten was het allebei, denk ik: gezellig én gemütlich.’

‘Gezellige’ foto uit het boek van Ella Frances

Ik ben eigenlijk met pensioen, maar hier ga ik echt niet mee stoppen, het is té leuk.

Alle weblogs van Andrea Kluitmann

Schrijver

Andrea Kluitmann

(1966) werd geboren in Duitsland en studeerde Duitse taal- en letterkunde in Bochum en Amsterdam. Ze vertaalt romans, toneelstukken, graphic novels en filmscenario’s. Verder is ze voorzitter van Stichting VertaalVerhaal, mede-organisator van de jaarlijkse Vertalersgeluktournee en werkt ze als taaltrainer Duits voor auteurs en andere mensen uit de culturele sector. Ze geeft workshops en lezingen over spreken in het openbaar, vertalen en literatuur. Ze schrijft sinds 2020 regelmatig columns voor en over het Vertalershuis Amsterdam. Haar eerdere stukken staan op vertalershuis.nl.

Bekijk alle weblogs van Andrea Kluitmann