weblog

Kinderboekenweek: vertalers aan het woord #3

De taal van de jeugd

Michiel Nijenhuis – 14 oktober 2022

Over het vertalen van Oben ohne (Bloot) van Jutta Nymphius

Hoe laat je als vertaler een meisje van dertien klinken? Hoe kom je aan geloofwaardige woorden voor de overmaat aan grillige emoties die met deze levensfase worden geassocieerd, zoals opwinding, verliefdheden, woede en wanhoop? Voor de vertaler begint alles natuurlijk met de toon van de brontekst, hier de Duitse jeugdroman Oben ohne van auteur Jutta Nymphius. Deze ervaren schrijfster heeft zich niet aan specifieke jeugdtaal uit haar land gewaagd, maar gaf haar 13-jarige hoofdpersoon een neutraal (maar zeker niet kleurloos) soort Duits. Niet onverstandig, want Nymphius is boven de vijftig.

Voor ik-figuur Amelie is haar lichaamsbouw het grootste probleem in haar leven: ‘Ik zou zo graag een zandloper willen zijn. Maar ik ben een piramide.’ Een zandloperfiguur zoals de influencers die ze obsessief op YouTube volgt, dat is haar droom. Verder is daar Alex, de knapste en liefste jongen van de school, die uiteindelijk helemaal niet oké is omdat hij een foto van haar met ontbloot bovenlijf (oben ohne) online zet. Dan heeft ze nog een iets te aanhankelijk en kinderachtig vriendje van vroeger en een nieuwe beste vriendin, een echte rebel, met goede, maar vaak ook wel erg dwingende adviezen.

Verwikkelingen en drama genoeg, met de bijbehorende emotionele dialogen. Als vertaler wilde ik net als de auteur niet het risico lopen om me te vertillen aan al te jeugdige taaluitingen (dit was overigens het eerste boek dat ik voor deze groep heb vertaald, normaal zit ik qua leeftijd wat lager). Bovendien zou al te opzichtige jeugdtaal zorgen voor een kloof met het origineel. En toch wilde ik het idioom van Amelie en haar peergroep iets tienerachtigs geven. Maar hoe? Ik had advies nodig, een vraagbaak, vakliteratuur, en in een vlaag van inspiratie wendde ik me tot een medium dat me bij uitstek geschikt leek: het tijdschrift LINDA.meiden. Deze afsplitsing van Linda noemt zich ‘De stem van de millennial,’ voor ‘vrouwen tussen de 12-18 jaar’.

Ik kocht het zomernummer en ging op zoek naar bruikbare taaluitingen voor Amelie en haar vrienden. Aanvankelijk kon ik weinig vinden, maar toen las ik een stukje waarin Yara Shahidi (van de tv-serie Black-ish) een ‘badass actrice’ wordt genoemd. Even verderop vraagt iemand die voor de LINDA.meiden naar Amerika gaat, en daar onverwacht moet paardrijden, zich af: ‘What the fuck did I sign up for?’

Dit was mijn eureka-moment, my epiphany. Natuurlijk, het moest Engels worden, de taal van de jeugd, dat ik daar niet eerder op gekomen was. Een bijkomend voordeel voor mij was dat ik die taal heb gestudeerd en al jaren als ondertitelaar en vertaler Engels werk (Duits, daar ben ik ingerold, lang verhaal). Ik ging aan de slag en een zin als Mach’s mir doch nicht so schwer! werd: Give me a break! Verder gebruikte ik termen als awesome, right, for sure, please, no way, bye bye, whoa, cool (eigenlijk al Nederlands geworden), anyway en fokking amazing. Bij die laatste is trouwens iets interessants gebeurd met de spelling, waardoor de heftige, obscene lading die het F-woord in Engelstalige landen heeft een beetje wordt verzacht. Deze alternatieve spelling is kennelijk typisch Nederlands, want in de instructies die ik ooit van een Vlaams ondertitelbedrijf kreeg, staat: ‘Fokking is onbekend in Vlaanderen’. De Nederlander heeft het F-woord jarenlang volstrekt onbekommerd gebruikt, met als dieptepunt de toenmalige premier Balkenende die een keer in het journaal te zien was in een T-shirt met de tekst Fuck drugs! De veranderde omgang met deze krachtterm zou erop kunnen wijzen dat de kennis van het Engels in Nederland nog steeds toeneemt.

Eigenlijk had ik in mijn vertaling nog veel meer Engels kunnen verwerken, want als je erop gaat letten, en nu zeg ik natuurlijk niets origineels, is het bijna ongelofelijk hoezeer die taal is doorgedrongen in het dagelijkse leven van (jonge) mensen. Afgezien van vele gestreamde tv-series kijkt de huidige generatie tieners veel naar allerlei online influencers en krijgen ze op school op steeds jongere leeftijd Engelse les. Jaren geleden was ik geschokt toen ik in een documentaire zag hoe een zesjarige influencer een soort knuffelbeest omhoog hield en de woorden sprak: ‘Deze unicorn vind ik echt supercute.’ En een kennis vertelde ooit dat zijn dochter en haar beste vriendin voornamelijk Engels met elkaar praatten, omdat ze zich in die taal ‘beter konden uitdrukken.’ Overigens gebruiken ook Duitse jongeren steeds meer Engelse termen, maar in mindere mate dan hun Nederlandse leeftijdgenoten.

Enige tijd nadat ik mijn vertaling had ingeleverd, kreeg ik de correcties. De redacteur had geen principiële bezwaren tegen mijn anglistische aanpak, maar schreef wel dat ze het een beetje ‘too much’ vond. Zo was er een zinnetje dat ze wilde schrappen omdat ze het onwaarschijnlijk vond dat twee meiden zo met elkaar zouden praten. Het ging om You look like shit (wat mij een adequate vertaling leek van Du siehst beschissen aus). Toen ik liet weten dat ik het jammer zou vinden om deze ingreep toe te passen, legde ze het geval voor aan haar dochter, die zei dat ze het een volkomen normale uitdrukking vond.

Wat ik me tijdens het vertalen soms wel afvroeg, was: wordt dit niet pijnlijk, krijg ik hier geen kromme tenen van? Of anders de lezer? Het kan best irritant zijn als mensen al te zeer strooien met Engelse woorden, maar om de een of andere reden kan ik het van jongeren beter hebben dan van mensen boven de dertig. Verder is het natuurlijk een maatschappelijk verschijnsel en heel veel dingen wennen gewoon. Het schijnt dat woorden als ‘checken’ in de jaren ‘70 ook erg aanstellerig werden gevonden. En natuurlijk is het niet tegen te houden. Het merendeel van de Engelse woorden die ik in dit stuk heb vermeld, staat ook gewoon in woordenlijst.org van de Taalunie. Better get used to it.

Schrijver

Michiel Nijenhuis

Michiel Nijenhuis (1964) werkt al zo’n twintig jaar als vertaler. Zijn hoofdactiviteit is het ondertitelen van films, tv-series, documentaires, etc. Hij heeft een stuk of vijftien Duitse kinderboeken vertaald, maar zijn eigenlijke vak is Engels. Na een studie Engelse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam werkte hij een tijdlang voor uitgeverij Elsevier Science, waarna hij fulltime-freelancer werd.

Bekijk alle weblogs van Michiel Nijenhuis