Schrijver

Robert Anker

Robert Anker, schrijver, dichter, criticus én leraar Nederlands, werd op 27 april 1946 geboren in Oostwoud. Hij debuteerde als dichter met de bundel Waar ik nog ben (1979). Na enige succesvolle dichtbundels te hebben gepubliceerd, debuteerde hij als prozaschrijver met De thuiskomst van kapitein Rob. Twee novellen en een brief (1992), dat werd bekroond met de F. Bordewijkprijs. Zijn eerste grote roman, Vrouwenzand (1998), is zowel het portret van een generatie als van een man die zich afvraagt wie hij is geworden en waar hij vandaan komt. In 2002 werd zijn roman Een soort Engeland, die zich afspeelt in de toneelwereld, bekroond met de Libris Literatuur Prijs. De dichtbundel De broekbewapperde mens werd in 2003 genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Robert Anker woont en werkt in Amsterdam. In 2011 verscheen zijn roman Oorlogshond.

Een soort Engeland

Een soort Engeland

(Querido, 2001, 268 pagina's)

De dichter Robert Anker heeft zich in de laatste jaren langzaam, via korte verhalen en novellen, ontwikkeld tot een ware romancier. In zijn debuutroman Vrouwenzand, die in 1998 verscheen, legde Anker onmiddellijk veel ambitie aan de dag. In bijna zeshonderd bladzijden beschreef hij het turbulente leven van Paul Masereeuw, een advocaat in kwade zaken – en gaf zo, met één brede armzwaai en in exuberante stijl, een portret van de generatie van de babyboomers.

Lees meer
Hajar en Daan

Hajar en Daan

(Querido, 2004, 288 pagina's)

De openingszin van de moderne variant op Westside Story die Robert Anker met Hajar en Daan schreef, is al bijna klassiek: ‘Toen Daan Hollander, leraar geschiedenis aan het DataCare College in Amsterdam, Hajar Nait Sibaha, uit vijf vwo, voor de eerste keer neukte, hield zij haar hoofddoek om – op zijn verzoek.’ Het drama staat onmiddellijk als een huis: hier is sprake van een verboden liefde in het kwadraat. Leraar-leerling, wit-zwart, a-religieus-moslim, en dat ‘neukt’, respectievelijk ‘wordt geneukt’ alsof een stuk grond wordt geannexeerd.

Lees meer

Vertalingen