Essay

Marit Törnqvist

Zeepkist

12 juni 2017

Dit boek zal bijna niemand ontgaan zijn de laatste maanden. Een bloemlezing in het Arabisch voor vluchtelingenkinderen. Veel mensen lachen als ze het boek zien. Het gaat namelijk verkeerd om open. En letters zijn geloof ik ook grappig als je ze niet kan lezen. Jip en Janneke en Kikker in het Arabisch, van rechts naar links gelezen. Jubelientje. Dolfje Weerwolfje.

Maar onder dit boek zit het verhaal van bittere ernst.

In 2015 keken we allemaal naar foto’s in het nieuws van overvolle zinkende boten op de Middellandse zee. Mensen die hun levens waagden om Europa te bereiken om oorlogen en wanhoop te ontvluchten. Ik keek naar de foto’s en opeens zag ik de kinderen. Ik zag niets anders meer dan de kinderen. Kinderen die nog nooit kind waren geweest. Ze hadden hun huizen in ruïnes zien veranderen, bloedende familieleden in het puin zien liggen. Waren halsoverkop vertrokken en in plaats van troost voor alles wat ze doorgemaakt en verloren hadden stuitten ze op prikkeldraad.

Toen ik me één keer wezenlijk ingeleefd had in het lot van deze kinderen kon ik niets anders meer doen dan ze opzoeken. Ik ging naar het dichtstbijzijnde AZC’s. Ik wilde een arm om zo’n kind heenslaan. Zeggen: Ik ben het niet eens met het prikkeldraad. Jij hebt ook recht op een kindertijd, net als mijn eigen kinderen dat gehad hebben.

En zo kwam het, dat ik een jaar het boek wat ik aan het maken was liet rusten en in plaats daarvan alles in het werk stelde wat binnen mijn macht lag als tekenaar, om iets te doen voor deze kinderen. Gelukkig waren er heel veel anderen die met dezelfde gevoelens als ik rondliepen. Nog nooit had ik zoveel wind mee.

Dit boek, dat Een boek voor jou heet is een cadeau voor alle kinderen in AZC’s en hun ouders. Hier mee willen we vertellen dat ze welkom zijn, ook al kennen ze onze taal en cultuur nog niet. Dat ze even de beelden van bombardementen en schietpartijen mogen vergeten door naar kikker te kijken of over Jip en Janneke te horen. Dat hun leven bij ons een herstart mag maken. Op dag één na aankomst krijgen ze onze verhalen cadeau. In hun eigen taal. Want ook Mohammad of Nahla willen voorgelezen worden door hun ouders en misschien duurt het nog lang voordat die in staat zijn de rust te herwinnen om Nederlands te leren.

Toen ik laatst een Syrisch kind vroeg wat ze het meeste miste in het nieuwe land verwachtte ik iets te horen over haar vriendinnen, haar huis of haar school. Maar ze zei: ‘Ik mis de doden. ‘

In Zweden spreek je van paardenbloemkinderen. Als je een paardenbloem bruut afbreekt bloeit hij na een paar weken alweer. Sommige kinderen hebben een onwaarschijnlijke veerkracht. Ook deze kinderen kunnen misschien weer tot bloei komen.

Boeken zullen daarbij helpen, zij geven ons kansen met elkaar in gesprek te gaan. En gemeenschappelijke ervaringen op te doen. Deuren open te maken, naar buiten, maar ook naar binnen. Maar de kinderen moeten ook volwassenen ontmoeten uit Nederland die ze serieus nemen, naar ze luisteren en van ze houden.

En die niet bang zijn voor een wereld die simpelweg aan het veranderen is.

Meer dan honderd kinderboekenauteurs zijn daar op dit moment mee bezig. Ze bezoeken kinderen en hun ouders in AZC’s en delen verhalen met hen.

Zij kunnen laten zien dat er hoop is, ondanks de gruwelen die terug te lezen is in de donkere kinderogen.

Wij zijn hier met een groep mensen bijeen die beter dan wie ook begrijpen wat een kindertijd voor invloed heeft op de rest van je leven. Wij hebben een gave heel dichtbij kinderen te komen en hen wezenlijk te begrijpen. Dat is een deel van ons beroep.

Laten wij samen de verantwoordelijkheid proberen te nemen en ervoor te zorgen dat deze paardenbloemkinderen water krijgen.

Hiertoe roep ik met klem op vanaf deze zeepkist. Dank u wel.

Als je een paardenbloem bruut afbreekt bloeit hij na een paar weken alweer.

Marit op zeepkist

Een boek voor jou