Essay

Patrick Lateur

Homeros bijna nabij? Een Iliasvertaling

30 maart 2011

In het immense prozawerk van Victor Hugo steekt er een klein, vermoedelijk fictief briefje aan een vertaler van Homeros. En daarin lezen we:

‘Onmogelijk het aantal pygmeeën te tellen die telkens weer hebben geprobeerd de knots van Herakles op te tillen. Geloof me, sluit je bij die dwergen niet aan. Jij hebt je vertaling nog in portefeuille, je mag van geluk spreken dat je op tijd bent om ze te verbranden. Een vertaling van Homeros in Franse verzen, dat is afschuwelijk en niet te rechtvaardigen, meneer - c’est monstrueux et insoutenable, monsieur.’

Dat briefje kwam me gelukkig pas recent onder ogen, zodat ik ongeremd en onbevangen me toch aan Homeros’ Ilias heb gewaagd. Ik zeg wel gewaagd, want elke vertaler van klassieke werken in het algemeen en van het oudste werk van de Europese literatuur in het bijzonder maakt zich op een of andere manier schuldig aan hybris. Victor Hugo gaat veel verder en plaatst Homeros op een piëdestal, die hem ongenaakbaar maakt en al even onbereikbaar als de Olympische goden die doorheen zijn Ilias en Odyssee huppelen.

Ik probeer u vandaag in alle onbescheidenheid het tegendeel te bewijzen door een paar formele aspecten van mijn Iliasvertaling te verduidelijken.