Essay

Maarten Elzinga en Koen Stassijns

'The Windhover' van Gerard Manley Hopkins

30 maart 2011

Maarten Elzinga en Koen Stassijns maakten beiden een vertaling van het gedicht ‘The Windhover’ van Gerard Manley Hopkins. Het vertalen van een en hetzelfde, woest moeilijke gedicht resulteerde in twee verschillende, woest knappe vertalingen. Hier volgt de vertaling die Koen Stassijns maakte.

The Windhover

To Christ our Lord

I caught this morning morning’ s minion, king­-
dom of daylight’s dauphin, dapple-dawn-drawn Falcon, in his riding
Of the rolling level underneath him steady air, and striding
High there, how he rung upon the rein of a wimpling wing
In his ecstasy! then off, off forth on swing,
As a skate’s heel sweeps smooth on a bow-bend: the hurl and gliding
Rebuffed the big wind. My heart in hiding
Stirred for a bird, - the achieve of, the mastery of the thing!

Brute beauty and valour and act, oh, air, pride, plume, here
Buckle! AND the fire that breaks from thee then, a billion
Times told lovelier, more dangerous, O my chevalier!

No wonder of it: shéer plód makes plough down sillion
Shine, and blue-bleak embers, ah my dear,
Fall, gall themselves, and gash gold-vermilion.

De windwanner

Aan Christus Onze Heer

Vanochtend zag ik ochtends gunsteling, kroon-
prins van het daglichtrijk, de schemergespikkelde valk als schrijlings
Op de gestage vlak onder hem vlagende luchtrug rijden
Daar in de hoogte, hoe hij wiekelend streefde aan de trillende toom
Van zijn extase! dan heen, heen schielijk scheerde hij schoon
Als een schaats glad in een boog-bocht zwiert: het zwenken en glijden
Stormwind weerstaande. En mijn stil hart verwijdde
Door een vogel bewogen - om het volkomene, het meesterschap dat hij toont!

Ruige pracht, moed en daad, o lucht, trots, veer, hier
Grijpt het ineen! EN het vuur dat dan uit u breekt, een miljoen maal
Lieflijker vertolkt, en hachelijker, O mijn ridder en heer!

Geen wonder dunkt: puur zwoegen schuurt in de vore de ploegschaar
Blank, en de asgrauwe sintel, ach mijn lief, al neer-
Stortend verwondt zich en splijtend goud-vermiljoen baart.

[Vertaling: Maarten Elzinga]

De torenvalk

voor Christus onze Heer

Ik ving vanmorgen morgens lieveling, konink-
rijk van de daglichtdauphin, bonte-ochtend-gelokte Valk, rijdend
Over de glooiingen onder hem vaste lucht, en schrijdend
Hoog daarboven, hoe hij rond de teugel van een vleugel hing
In opperste extase! dan weg, weg voort in suizeling,
Zoals een schaatshiel soepel in een kromming strijkt trotseerden
Slingeren en zweven de sterke wind. Mijn hart dat schuilging
Geroerd door een vogel - het volbrengen van, het beheersen van het ding!

Woeste schoonheid, heldenmoed, daad, o, lucht, trots, veer,
Hier aangorden! EN het vuur dat dan uit u breekt, een biljoen
Keer lieftalliger, gevaarlijker verteld, O mijn Chevalier!

Geen wonder: zwaar gezwoeg zal de ploeg in de voor doen
Glanzen, en blauw-bleke sintels, ach mijn lieve, vallen neer,
Rijten zich open, en splijten goud vermiljoen.

[Vertaling: Koen Stassijns]