Essay

Jan Boerstoel

Op de Berlagebrug

3 februari 2009

‘De poëzie blijft, ‘naakt en ongekromd, een tijdverdrijf voor enk’le fijne luiden…’ dichtte Edgar du Perron in de jaren dertig van de vorige eeuw. Wie de gang van zaken bij de verkiezing van de nieuwe Dichter des Vaderlands een beetje volgt krijgt de indruk, dat er sindsdien niet veel veranderd is. Althans niet in Nederland. Toch moet hier uitdrukkelijk een kanttekening bij worden gemaakt. Ik laat even in het midden, dat de geciteerde regels, naar we mogen aannemen, ironisch bedoeld waren. Maar dan nóg geldt, dat het hier ongetwijfeld gaat om ‘leespoëzie’, poëzie die geschreven is om gelézen te worden. In chique tijdschriften of dichtbundels met een beperkte oplage. Al dan niet bij een knapperend openhaardvuur met een goed glas wijn in de comfortabele clubfauteuil van de liefhebber, om maar eens wat cliché’s achter elkaar te zetten. Daarnaast bestaat echter sinds jaar en dag ‘zingpoëzie’, poëzie die op muziek gezet is of dat zou kunnen worden. Die kan weliswaar ook behoorlijk deftig zijn, maar lijkt toch door haar aard op een groter publiek te mikken. Onder andere door wat meer toegankelijkheid na te streven. Over zingpoëzie, zeg maar het lied, en het vertalen daarvan gaat dit betoog.

Natuurlijk verdienen lang niet alle leesgedichten het om per definitie het etiket ‘hermetisch’, in de betekenis zoals Van Dale die geeft: gewild duister, moeilijk of nauwelijks te begrijpen, opgeplakt te krijgen. Ook hoeft ‘gelaagdheid’ niet automatisch afwezig te zijn binnen liedteksten. Maar toch durf ik in zijn algemeenheid te stellen, dat termen als helderheid van gedachtengang en begrijpelijkheid zo ongeveer van levensbelang zijn, juist als het gaat om zinggedichten. In een leesgedicht kun je nog eens op je gemak overlezen wat je de eerste keer niet helemaal begrepen hebt. Maar, kort door de bocht, een lied komt maar één keer langs. Al luisterend moet je het, in elk geval in belangrijke mate, meteen kunnen volgen en begrijpen. Een liedtekstschrijver, zeg maar een tekstdichter, zal daar dus als vanzelfsprekend rekening mee houden. Toch kunnen wij constateren, dat ook leesgedichten, en dan gaat het meestal om gedichten van het vormvaste type, zich regelmatig uitstekend lenen om op muziek gezet te worden. In het verleden is dat trouwens ook al heel vaak gebeurd. En nog steeds loopt af en toe een leesgedicht tegen zo’n nieuwe muze op.

De vertaler als concurrent

Maar laten we het over vertalen hebben. Poëzie vertalen, misschien nog wel meer dan proza vertalen, komt neer op herscheppen. Een paar maanden geleden las ik een uitspraak van iemand wiens naam mij niet is bijgebleven, maar die stelde, dat bij proza vertalen de vertaler de slaaf was van de oorspronkelijke schrijver en bij poëzie vertalen de concurrent. Nu zou ik die uitspraak wat betreft het proza vertalen niet graag voor mijn rekening nemen, maar als het om poëzie vertalen gaat geef ik hem gelijk. Naarmate de vertaler een betere dichter is zullen ook de door hem, dat kan overigens even goed een haar zijn, vertaalde gedichten beter zijn. Dat geldt in dezelfde mate voor de vertaler van zingpoëzie als voor die van leespoëzie. Maar bij zingpoëzie komt daar nog gevoel voor muziek en een zeker inzicht in het proces van componeren bij.

Bovendien kunnen zich bij het vertalen van zinggedichten een drietal extra problemen voordoen. Om te beginnen is er, wat ik voor het gemak de ’ informatiedichtheid’ van de taal waaruit je vertaalt noem. Neem een taal als het Engels. Daarin kun je de dingen vaak aanzienlijk korter, met minder woorden zeggen. Dat kan in het Nederlands een vertaling tot gevolg hebben met veel rare staccatozinnetjes. Of leiden tot een zeker, soms aanzienlijk informatieverlies. Het is maar waar je als vertaler voor kiest. Verder is de zingbaarheid van de tekst van het grootste belang. Zelfs al zou ”t gifgroengespikkelde tjiftjafnestje’ een correcte vertaling zijn van wat in je oorspronkelijke stuk staat én ook nog metrisch inpasbaar zijn, dan nog zou je die woorden vanwege hun (on)zingbaarheid achterwege moeten laten. Zoals, ik noem maar wat, ‘orgs’ en ‘args’ en ‘urgs’ aan het eind van een muzikale regel zelfs voor een geschoolde zanger amper de fluwelen keel uit te krijgen zijn , laat staan om aan te horen door een publiek van ongeschoolde luisteraars. Daar sluit op aan, dat je er ook niet aan kunt ontkomen om rekening te houden met de melodie in het algemeen met zijn zwakke en sterke maatdelen, langaangehouden noten etcetera.

Wat ons brengt bij de eerste manier om zingpoëzie te vertalen: zingen. Je de compositie helemaal eigen maken. Dag in dag uit de melodie lopen zingen, desnoods neuriën, net zo lang tot uiteindelijk de woorden vanzelf komen. Een extreem tijdrovende methode, waarvan het maar de vraag is of hij zelfs op de lange duur de gewenste vruchten zal afwerpen. Hij kan misschien werken als het gaat om een cover. Daarvoor geeft Van Dale de omschrijving: (mbt. popmuziek) een nieuwe versie van een door een ander of anderen al eerder uitgevoerd lied. In zo’n geval gebruik je alleen de melodie van het oorspronkelijke stuk. Op dezelfde manier als je dat doet wanneer een componist je een melodie heeft voorgezongen, of tegenwoordig als mp3-bestand doorgemaild, met het verzoek daar een tekst/lied/gedicht op te schrijven.

Maar in deze gehaaste tijden ligt het meer voor de hand om de pompompom-methode te gebruiken, een licht-belachelijke benaming voor een werkwijze die zeer regelmatig wordt toegepast. Al stamt hij een beetje uit het pre-computertijdperk. Op de oorspronkelijke melodie ga je de hele tekst ‘verpompompommen’, dus ‘Yesterday’ wordt ‘Póm pompom’, ‘all my troubles seem so far away’ wordt ‘pompompómpom pompompóm pompom’, zo ga je regel na regel de hele tekst door. Op die manier leg je het complete stuk met al zijn metrische en ritmische eigenaardigheden, pauzes enzovoort vast. Vervolgens leg je er een blaadje naast, nogmaals dit is een pre-computermethode, met daarop de oorspronkelijke tekst. Die levert je de inhoud, maar hoe je die in Nederlandse zinnen gaat omzetten wordt bepaald door de pompompoms. Bij ‘Yesterday’ zal je dan al meteen opvallen dat ‘gisteren’ daar precies op past. Harrie Geelen, die in de jaren zeventig dat lied voor Liesbeth List vrij vertaalde maakte daar in zijn versie dan ook prompt gebruik van.

De nonsenswoorden-methode is een variant op de zojuist genoemde. In ons ‘Yesterday’-voorbeeld zou je dan zoiets krijgen als ‘Erwten soep, dikke mikken, wokkels, hondenpoep…’ of welke woorden je ook maar kan verzinnen. Aldus vernonsencaliseer je het hele lied. Een voordeel van deze methode boven de vorige is dat je daarmee ook meteen de plaatsen waar de rijmen zitten markeert.

Wat voorafgaat

Dit betoog gaat over de praktijk van het liedteksten vertalen, maar eigenlijk is er nog een stadium daar vóór. Tenminste als je vindt, dat het product van al je zwoegen ook nog iets moet opleveren in financiële zin. Als je te maken hebt met een opdracht kun je vanzelfsprekend een opdrachthonorarium vragen. Hoe hoog dat moet zijn valt niet te zeggen, dat hangt o.a. af van het soort gebruik (eenmalig voor een verjaardagsfeestje óf, het andere uiterste, als belangrijk onderdeel van een theaterprogramma dat minstens honderd voorstellingen in grote theaters meemoet). Verder kun je de financiële draagkracht van de opdrachtgever in je overwegingen betrekken. Ten slotte kan ook nog eens je eigen welwillendheid, of misschien beter gezegd hoe graag je zélf wilt, een rol spelen.

En dan is er de Buma. Of Buma en Stemra, als er tevens een vastlegging op een geluidsdrager gaat plaatsvinden. Wij zijn dan bij het gebruik van je vertaling aanbeland. Buma/Stemra houdt zich bezig met het incasseren van auteursrechtgelden bij muziekgebruikers en het uitbetalen daarvan aan, zoals dat heet, auteursrechthebbenden. Niets ten nadele van deze voortreffelijke organisaties, maar om te beginnen moet je er wel een exploitatiecontract mee afgesloten hebben. Of anders moet je dat alsnog regelen, maar dat gaat niet zomaar. Je moet aan bepaalde eisen voldoen, je moet een entreepremie betalen en ook nog eens een jaarlijkse bijdrage. Het heeft dus alleen maar zin om je bij die organisaties aan te sluiten als je van plan bent regelmatig liedteksten te gaan vertalen en ook nog verzekerd bent van een beetje afzet. Anders loont het de moeite niet. En dan hebben we het nog niet eens gehad over die laatste ‘hobbel’: de autorisatie.

Wie vertaalt dient zich er van te vergewissen hoe het zit met de auteursrechtsituatie. Ofwel, wie zijn de oorspronkelijke rechthebbenden. In het makkelijkste geval is dat de oorspronkelijke auteur (we hebben het nu even alleen over de tekst) of diens erfgenamen tot zeventig jaar na zijn dood. Aan hem moet je eerst toestemming vragen (en die krijgen). Ingewikkelder wordt het, als de auteur zijn werk ondergebracht heeft bij een muziekuitgeverij. Dan moet dáár de toestemming vandaan komen - de muziekuitgever krijgt contractueel ook een deel van de opbrengsten uit het auteursrecht - maar de ervaring leert dat die lang niet altijd makkelijk gegeven wordt. Overigens heb je in de praktijk je vertaling dan natuurlijk allang af. Sterker nog, vaak willen rechthebbenden je tekst eerst lezen voordat zij zo’n toestemming ook maar willen overwegen. Heb je een niet-geautoriseerde vertaling dan zal die, ook al ben je aangesloten bij Buma en Stemra, via dat soort organisaties nooit een cent opleveren. In uitzonderingsgevallen kan een auteursrechthebbende zelfs op grond van zijn zogenaamde morele recht een openbare uitvoering van jouw vertaling laten verbieden.

Het eigenlijke werk

Wij gaan terug naar het eigenlijke werk. Bij liedvertalingen kun je drie soorten onderscheiden. De eerste - de naam is al even gevallen - is de cover, waarbij alleen de melodie overgenomen is en de inhoud niets met het origineel te maken heeft. Eigenlijk is een cover dus helemaal geen vertaling al wordt hij als zodanig door veel mensen wél gezien en wordt hij door de Buma/Stemra’s dezer wereld wel als zodanig gehonoreerd (als je tenminste een autorisatie hebt). Covers komen heel veel voor. Voortdurend worden door medewerkers van platenmaatschappijen en muziekuitgeverijen buitenlandse hitparades afgestruind, op zoek naar te coveren megasellers. U merkt, dat dit een business is waar veel Engels gesproken wordt. De voornaamste reden is, dat het (veel) makkelijker om een cover in plaats van een vertaling te maken. Je bent vrijer en dus als regel er sneller mee klaar en de Buma/Stemra-opbrengst is hetzelfde ( 16,6 % of de helft daarvan). Dus maken vooral artiesten in het populaire genre er veelvuldig gebruik van. Misschien wel de allerbekendste cover is Gerard Cox’ onverbiddelijke tophit ’ ‘t Is weer voorbij die mooie zomer’, gebaseerd op een vrolijk liedje van de Franse zanger en componist Joe Dassin, dat over heel andere dingen ging. Maar wie er op let kan de hele dag in de media covers tegenkomen.

Veel zeldzamer zijn wat ik de halfvertalingen noem. Of vrije vertalingen, zoals ze ook wel genoemd worden. Je neemt de oorspronkelijke melodie over, maar van de oorspronkelijke tekst alleen de sfeer en eventueel vertaal je daarvoor een paar welgekozen regels. Een mooi voorbeeld is Le Pont Mirabeau, een leesgedicht van Guillaume Apollinaire. Wie op internet de ‘site officiel’ van Apollinaire aanklikt, ziet daar dat die 25 augustus 1880 in Rome geboren werd als Guglielmo Alberto Wladimiro Alessandro Apollinare de Kostrowitzky, zoon van Angelica de Kostrowitzky en een onbekende vader. En dat hij overleed op 9 november 1918 aan de Spaanse griep als luitenant in het Franse leger en bijgevolg als ‘Mort pour la France’ een staatsbegrafenis kreeg. Zijn hele bewogen leven, inclusief zijn stormachtige liefdesleven wordt vervolgens aan de hand van jaartallen verteld. De liefhebbers raad ik aan om de site eens te bezoeken, maar met het oog op de tijd beperk ik me tot één: ‘1912. En juin, Marie Laurencin, le quitte après 5 ans d’une liaison orageuse. Apollinaire ecrit Le Pont Mirabeau’. (In juni verlaat Marie Laurencin hem na een stormachtige relatie (daar heb je hem) van vijf jaar. Apollinaire schrijft Le Pont Mirabeau).

Berlagebrug

Op de Berlagebrug, wij in de regen,
de wind wakkert aan, doet het water bewegen,
alles is al gezegd, dus de rest blijft verzwegen.

Ochtend al haast, laatste uren,
liefde die toch niet kon duren.

En de regen die ruist, dat gaat en dat gaat maar,
en het water stemt in, dat praat en dat praat maar,
en je wangen zijn nat van de tranen, ach, laat maar.

Ochtend al haast, laatste uren,
liefde die toch niet kon duren.

Zoals eeuwig het water zich niet laat betomen,
zo kan liefde een lange tijd bruisen en stromen,
maar als liefde verdampt, dan verwijnt ze volkomen.

Ochtend al haast, laatste uren,
liefde die toch niet kon duren.

Voor het laatst naast elkaar bij het scheiden der wegen,
onze hoofden voor ‘t laatst naar elkaar toegenegen,
op de Berlagebrug, wij in de regen.

Ochtend al haast, laatste uren,
liefde die toch niet kon duren.

Vrije vertaling Jan Boerstoel

Le Pont Mirabeau

Sous le pont Mirabeau coule la Seine
Et nos amours
faut-il qu’il m’en souvienne
La joie venait toujours après la peine

Vienne la nuit sonne l’heure
Les jours s’en vont je demeure

Les mains dans les mains restons face à face
Tandis que sous
le pont de nos bras passe
Des éternels regards
l’onde si lasse

Vienne la nuit sonne l’heure
Les jours s’en vont je demeure

L’amour s’en va comme cette eau courante
L’amour s’en va
comme la vie est lente
Et comme l’Espérance
est violente

Vienne la nuit sonne l’heure
Les jours s’en vont je demeure

Passent les jours et passent les semaines
Ni temps passé
Ni les amours reviennent
Sous le pont Mirabeau coule la Seine

Vienne la nuit sonne l’heure
Les jours s’en vont je demeure

Guillaume Apollinaire

Wie de Nederlandse tekst naast de Franse legt ziet, dat de m.i belangrijkste elementen gehandhaafd zijn gebleven: een brug, twee geliefden die voorgoed afscheid nemen, de liefde en de vergelijking met water, het voorbijgaan van de tijd. Maar ook zijn diverse, vooral cryptische zinnen, onvertaald gelaten. Zoals de ‘vreugde die altijd na het verdriet komt’ uit het eerste couplet: ‘la joie venait toujours après la peine`. Of de ‘trage golf van eeuwige blikken’ uit het tweede: ‘des éternels regards l’onde si lasse’. Misschien is het zelfs uitgesproken jammer, dat de ‘heftige - de gewelddadige, de verwoestende - hoop’: ‘l’Espérance violente’ uit couplet drie verdwenen is. Maar het is niet uit luiheid geweest, dat ik dat soort regels en beelden onvertaald heb gelaten. Hoewel ik uitgegaan ben van een versie waar muziek bij was, heel mooie muziek trouwens - u heeft hem net gehoord- van componist Louis Bessières met een prachtige pianopartij, vond ik toch, dat als ik te dicht bij het origineel bleef het liedkarakter verloren dreigde te gaan. Ik heb bewust gekozen voor eenvoud en helderheid. En wat past er in dat verband beter bij water?

Trouwens, er zijn ook dingen voor in de plaats gekomen: het water in verschillende verschijningsvormen: de rivier, de regen, tranen. En de vondst, vind ik, om in mijn derde couplet ook een verschil aan te geven: ‘maar als liefde verdampt dan verdwijnt ze volkomen’. Een enkel beeld komt overigens op een andere plaats toch nog terug: ‘restons face à face’ uit couplet twee wordt in mijn vierde couplet: ‘onze hoofden voor ‘t laatst naar elkaar toegenegen’ met een extra meerduidigheid om het uitstel goed te maken. Ten slotte, hoe belangrijk de rol van de muziek kan zijn bleek mij onlangs. Er bestaan allelei muzikale uitvoeringen van Le Pont Mirabeau, al dan niet in vertaling. Zo heeft dichter en chansonnier Leo Ferré een versie met eigen muziek op zijn repertoire gehad. Kortgeleden vroeg iemand die de Ferré-versie nog regelmatig zingt of ik hem mijn Berlagebrug wilde opsturen, zodat hij die ook eens kon uitproberen. Maar ziedaar (of hoordaar), Ferré ‘s muziek paste op geen enkele manier op mijn lied, alle klemtonen lagen op de verkeerde plaatsen.

Musical

Échte liedvertalingen, in alles rekeninghoudend met de oorspronkelijke muziek en waarbij de tekst inhoudelijk zo min mogelijk afwijkt van het origineel, tref je vooral aan in vertaalde musicals. Daar is een zo nauwkeurig mogelijke vertaling tegenwoordig vaak ook een eis van de veelal Amerikaanse producenten annex auteursrechthebbenden ( in zo’n geval copyright-owners genoemd en, omdat je te maken hebt met Amerikaans recht, vaak ook de feitelijke eigenaars). Die al te dwingende voorwaarden vielen overigens wel mee toen ik in 1996 met anderen ‘Closer than ever’ ging vertalen, een Amerikaanse song-by-song musical bestaande uit zo’n twintig losse ‘muzikale verhalen’, die op 6 november 1989 in het Cherry Lane Theatre in New York in première was gegaan. De muziek was van David Shire, diverse malen gelauwerd filmcomponist en de teksten, nou vooruit de zinggedichten, waren geschreven door Richard Maltby Jr., onder andere co-auteur van de musical Miss Saigon. Closer than ever ging over het stedelijk leven van alledag in Manhattan met daaraan gekoppeld de belevenissen van twee dertigers en twee veertigers. Onder dezelfde titel maar met in het Nederlands vertaalde teksten heeft de voorstelling, gespeeld en gezongen door Marjolein Keuning, Henk Poort, Doris Baaten en Alberto ter Doest, na de première op 30 januari 1997 met veel succes een aantal maanden gedraaid in de Nederlandse theaters.

Niks te klagen

Wij trouwden in de tijd van provo
en deelden alles, jaar na jaar,
de afwas en elkaars gevoelens
en we gingen ook weer
als vrienden uit elkaar.
Ik had geen cent van hem meer nodig,
althans, dat wilde ik niet vragen.
Als vrije vrouw, zoiets deed je niet,
ik liet hem gaan, in een wolk van wiet,
zijn gouden haar wuivend in de wind,
hij ging op zoek, ik hield het kind.
Dus ik
had niks te klagen.

Ik moest mijn eigen brood verdienen,
maar ik was jong en lang niet dom
en dus besloot ik te gaan schrijven
en alleen te blijven
als blij-gescheiden BOM.
Bedankte steeds voor vaste banen,
kon die gedachte niet verdragen,
maar maakte mij voor één ding sterk:
hetzelfde loon voor hetzelfde werk.
Geen kerel die daar iets in zag,
maar ik hield vol en won de slag.
Dus ik
had niks te klagen.

Mijn ex verzeilde bij de Baghwan,
viel kilo’s af, maar hield zijn pijn,
liet zich toen, dat was even slikken,
door een sloerie strikken
en ging naar Nieuwegein.
Ik had mijn zoon en ik had minnaars,
mijn vrienden hadden vaak hun vragen
bij elke knul, die kort voldeed,
tot ik hem weer de deur uit smeet.
Ik vroeg niet méér, ik zocht niet méér,
een maand of zes… Zo kondie weer…
En dus
had ik niks te klagen.

Mijn zoon vertrok en ging studeren,
terwijl ik voor zijn schoolgeld bloedt,
ik leef nog steeds van losse klussen
en ga ondertussen
de vijftig tegemoet.
Het valt steeds zwaarder werk te vinden,
dat maakt me depressief bij vlagen.
Al dat jonge spul, dat onbedoeld,
kan maken, dat jij je tachtig voelt.
Dat banen heeft, waar ik voor streed,
en nu lachend vraagt, wat ik vroeger deed.
(Blijf toch thuis en ga kinderen krijgen)
Maar ik zal niet klagen.

En als ik in de avond uitkijk
over de lichtjes van de stad,
komt die gedachte wel eens even:
was hij maar gebleven,
als ik hém nog maar had…
Die tijd van toen was pure waanzin,
ik heb mij er doorheen geslagen.
Toch hád ik wat met mijn spijbelaar,
mijn dromer met zijn gouden haar.
Ons leven ooit was niet zó’n succes,
maar eenzaamheid is écht een les.
Maar ach…
Het was wél mijn keus,
dus ik mag niet klagen.

Vertaling Jan Boerstoel

Life story

It was a liberated marriage
We shared the household chores, of course
We understood each other’s feelings
Right down to the day of
our sensible divorce
I didn’t ask him for a penny
I’d had my “liberated” training
So off he went with his hair of bronze
To find a life like Kahlil Gibran’s
I got my rest from the drugs he did
He got his quest, I got the kid
And oh
I’m not complaining.

So I set off to be a writer
a modern mother on her own
I wrote up happenings at gall’ries
Turned down jobs with sal’ries
Stayed free-lance and  alone
I fought the battles of the sixties
Which you recall were rather draining
When men were thick, I hit the fray
Became a prick, got equal pay
I faced down chauvinistic slobs
I won the fights, improved the jobs
And oh,
I’m not complaining.

My husband found himself his Ashram
Lost forty pounds and went through hell
Then one day he came back from limbo
Found himself some bimbo
And moved to New Rochelle
I raised my son, and I had lovers
My choices sometimes take explaining
I’d meet some Jock, my friends would scoff
He’d stay a while, I’d drive hem off
I kept my space, preserved my turf
Six months - I’d send hem back to surf
And ohh
I was not complaining.

So now my son’s half way through college
I pay tuition like a fine
I’m still this feisty free-lance writer
Resume well-honed
At a well-toned forty-nine
I find that getting work is harder
Each job I want takes more campaigning
And those sweet young things who hire me now
Those m.b.a.s.  making fifty thou
Who smile and ask what I have done
When they got their jobs from the fights I won
(they should all stay home and have babies)
But I’m not complaining

And in the evening at my window
As I watch Jersey growing dim
I feel a troubling emotion
Summed up in this notion
I wish I’d stayed with him
Lord knows each day with him was madness
As I have spent my life maintaining
But more and more I recall the joy
My golden dreamer, my lost boy
Our life was life in “the twilight zone”
But no worse than a life alone
And oohh—
Well, I chose my way
And I’m not complaining

Richard Maltby Jr.

Een paar opmerkingen over de vertaling. Zoals u ziet beginnen we ondanks alle goede voornemens met een afwijking. De titel zou “Levensverhaal’moeten luiden, maar ‘Niks te klagen’ kun je niet alleen letterlijk nemen, maar net zo goed ook ironisch opvatten en dat past m.i. veel beter bij de inhoud van het lied, vandaar…

Eerste couplet. De ‘liberated marriage’ is een huwelijk in ‘de tijd van provo’ geworden, wat twaalf jaar geleden misschien nog meer zei dan nu en symbool stond voor het vrije huwelijk en sexuele bevrijding in het algemeen. In de tweede regel is noodgedwongen een tekstgrapje gesneuveld: de klankverwantschap tussen ‘household chores’ (huishoudelijke karweitjes) en ‘of course’. Waar vervolgens “liberated” in verband met training tussen aanhalingstekens staat is dat een typisch voorbeeld van een extra aanwijzing zoals die gegeven kan worden in een leesgedicht (‘dat noemde je toen zo’), maar die in een lied nooit werkt, je hoort hem namelijk niet. Verder is Kahlil Gibran verdwenen, ook al omdat ik twaalf jaar geleden amper wist wie dat was en ik vreesde, dat de toehoorders dat ook niet zouden weten.

Tweede couplet. De ‘modern mother on her own’ duikt pas regels later op als ‘blij-gescheiden BOM’ (een term die ik trouwens wel als vondst wil betitelen). Voor de rest komen naar mijn idee de meeste dingen die worden aangekaart in de vertaling wel terug, zij het soms op andere plaatsen en in andere bewoordingen.

Derde couplet. Ook ‘Ashram’ zou de luisteraars, dacht ik, minder zeggen dan de Baghwan en de klankverwantschap maakte dit keer de keus extra makkelijk. Wat New Rochelle betreft, ik had mij laten vertellen, dat die naam stond voor zo ongeveer de allerergste nieuwbouwwijk of nieuwbouwstad die je je in Manhattan maar kon voorstellen. Ik had diezelfde associatie met Nieuwegein, met de dubbele betekenis als ironische bonus. Ten slotte, ik ben natuurlijk bevooroordeeld, maar ik vind ‘een maand of zes… Zo kondie weer..’ eigenlijk nog meer zeggen dan ‘Six months - I’d send him back to surf’.

Vierde couplet. Je kunt je twijfels hebben of ‘schoolgeld’ een goede vertaling is van ‘tuition’, ‘lesgeld’ had ook gekund, ‘collegegeld’ zou beter geweest zijn, maar daar kon ik metrisch niets mee aan (en een college is natuurlijk geen universiteit). Helaas moest het paar ‘well-honed’ en ‘well-toned’ in de vertaling het onderspit delven - Robert Frost schijnt ooit gezegd te hebben ‘Poetry is what is lost in translation’ - maar met ‘klussen’ en ‘ondertussen’ is in elk geval een póging tot een soortgelijk ‘doorrijmertje’ gedaan.

Vijfde couplet. Ik ben mij ervan bewust, dat de ‘ik’ in mijn vertaling op een later tijdstip uit het raam zit te kijken: ‘Jersey growing dim’ versus ‘de lichtjes van de stad’, maar dat leek mij voor het beeld weinig uit te maken. En dan is er tot slot nog hun leven in ‘the twilight zone’, ik heb daar lang over nagedacht en ben uiteindelijk tot de veronderstelling gekomen, dat daarmee verwezen wordt naar een toendertijd heel succesvolle televisieserie. Maar die bij een Nederlands publiek, ook al was hij inmiddels ook bij ons te zien geweest, nauwelijks associaties zou oproepen. Dus heb ik het maar gehouden bij ‘hún leven samen’ dat juist niet zo’n succes was geweest. Maar… Ze had er zelf voor gekozen en dus - tussen aanhalingstekens- ‘mocht ze niet klagen’.