nieuws

Remco Campert ontvangt Prijs der Nederlandse Letteren

8 februari 2015

Het Nederlands Letterenfonds feliciteert Remco Campert met de Prijs der Nederlandse Letteren die hem dit najaar zal worden uitgereikt. Minister Jet Bussemaker heeft zojuist de toekenning namens het Comité van Ministers van de Taalunie bekendgemaakt. De jury noemt Campert een ‘groot stilist die in zijn werk steeds relativerend en geestig is en daarmee verschillende generaties blijft aanspreken. Bij Campert zit de diepzinnigheid aan de oppervlakte. Hij kan onverbloemd over het geluk schrijven maar heeft zich nooit vastgereden in clichés’.

Schrijver, dichter en columnist Campert (geb. 1929) stond ooit met ‘de pocketstaking’ aan de basis van het Fonds voor de Letteren, een van de voorlopers van het Nederlands Letterenfonds.

De pocketstaking was de eerste in een reeks ‘schrijversakties’ die uiteindelijk in 1965 resulteerde in de oprichting van het fonds. Op zondag 9 november 1958 werd door de schrijvers Hans Andreus, Remco Campert, Jan G. Elburg, Gerrit Kouwenaar, L.Th. Lehmann, Cees Nooteboom, Sybren Polet en Simon Vinkenoog middels een brandbrief de aandacht gevestigd op een wantoestand. Zij protesteerden tegen de lage honoraria die schrijvers ontvingen als hun werk werd gepubliceerd in pocket-bloemlezingen. Aanleiding vormde de bloemlezing Nederlandse poëzie van de 20ste eeuw. De dichters ontvingen per opgenomen gedicht een honorarium van slechts fl. 2,75. De brief werd de volgende dag meteen overgenomen door verschillende kranten. ‘Boze dichters dreigen met pocketstaking’, kopte Het Vrije Volk: ‘De dichters van Nederland grijpen naar het stakingswapen. Zij overwegen hun medewerking aan pocket-bloemlezingen op te zeggen. De reden: te lage honoraria die de uitgevers betalen. Het zijn experimentele dichters die het spits afbijten, maar het lijdt geen twijfel, of de grote meerderheid van de Nederlandse dichters is het met hen eens’. Ook de Vereniging van Letterkundigen (VvL) schaarde zich direct achter de spontane actie van de dichters.

Campert heeft sinds zijn debuut in 1951 een indrukwekkend oeuvre opgebouwd. Zijn poëziebundels Met man en muis en Het huis waarin ik woonde (1955) werden bekroond met de Jan Campertprijs. In 1979 kreeg hij de P.C. Hooftprijs voor zijn gehele poëtische oeuvre. In 2011 werd hem de Gouden Ganzenveer toegekend. Ook was in dat jaar Camperts roman Het leven is vurrukkulluk actieboek van de campagne ‘Nederland Leest’.

In de eerste jaren van het fonds werd Camperts werk ondersteund met werkbeurzen. In 2004 werd hem - naar aanleiding van zijn 75ste verjaardag en meer dan vijftig jaar schrijverschap - een jaarlijks eregeld toegekend voor zijn grote verdiensten voor de literatuur en zijn jarenlange inzet voor Poetry International en PEN. Het werk van Remco Campert wordt door het Nederlands Letterenfonds gepromoot naar het buitenland en is vertaald in het Bulgaars, Deens, Duits, Engels, Grieks, Indonesisch, Italiaans, Tsjechisch en Zweeds.

De Prijs der Nederlandse Letteren wordt eens in de drie jaar door de Taalunie toegekend aan een auteur wiens oeuvre een belangrijke plaats inneemt in de Nederlandstalige literatuur. Aan de bekroning is een geldbedrag verbonden van € 40.000. De prijs wordt afwisselend uitgereikt door het Nederlandse en het Belgische koningshuis. In oktober reikt koning Filip de prijs uit op het Koninklijk Paleis van Brussel.

De jury van de Prijs der Nederlandse Letteren 2015 bestaat uit: Bert Bultinck, adjunct-hoofdredacteur De Standaard; Kris Humbeeck (voorzitter), gewoon hoogleraar Moderne Nederlandse literatuur & Algemene literatuurwetenschap Universiteit Antwerpen; Irina Michajlova, hoogleraar Neerlandistiek Staatsuniversiteit van Sint-Petersburg, literair vertaler; Alida Neslo, theatermaker; Aleid Truijens, auteur, columnist, biograaf (F.B. Hotz, Hella S. Haasse); Maria Vlaar, literair journalist, recensent, redacteur; Theo Witte, vakdidacticus Nederlands, Rijksuniversiteit Groningen, hoofdredacteur ‘Lezen voor de Lijst’.

Zie ook:

Bij Campert zit de diepzinnigheid aan de oppervlakte.