weblog

Reisverslag #4: writer in residence tussen kunstenaars uit alle werelddelen

Het beeld wil het doek verlaten

28 november 2014

Op Jan van Eycks beroemde schilderij Giovanni Arnolfini en zijn bruid Jeanne Cenami, is, heel klein in de achtergrond, een rond spiegeltje te zien. In dat spiegeltje: de kunstenaar. Dit gegeven is het uitgangspunt geworden van de Jan van Eyck Academie in Maastricht, waar ik als eerste van vier schrijvers twee maanden verblijf als writer-in-residence. ‘Het beeld wil het doek verlaten’, schreef Foucault over dat spiegeltje. De kunstenaar zit niet alleen in het schilderij, maar via de kunstenaar bevindt het schilderij zich in de wereld. Kunst is een spiegel voor de wereld, de wereld voor kunst.

Huib Haye-van der Werff, hoofd van het artistieke programma, geeft me een rondleiding op de middag dat ik arriveer. Twee jaar geleden, met de komst van de huidige directeur Lex ter Braak, is de hele ontvangsthal verbouwd. Meteen bij binnenkomst is een expositie te zien, die overgaat in een cafégedeelte, met kranten, laptops, cappuccino’s. Het moest, meer dan voorheen, een ontmoetingsplek worden, voor zowel de deelnemende kunstenaars als voor mensen van buitenaf. Huib wijst me op de spiegel die rond een van de witte zuilen gaat: een knipoog naar het schilderij van de oude meester.

Café-restaurant van Eyck

Later lees ik dat Frits Peutz (1896-1974), de architect van dit gebouw, lange tijd ondergewaardeerd is geweest omdat hij zijn bureau in Limburg had en niet in de Randstad. Hoe onterecht! De academie, tussen 1959-1963 gebouwd, is op een onnadrukkelijke manier schitterend. Sober en wit, veel glas, veel hoeken, en dan ineens een rond middenstuk waarin een brede trap naar boven slingert.

De Van Eyck is een postacademisch instituut, waar vijfendertig (jonge) kunstenaars uit de hele wereld een jaar lang een atelier krijgen om in alle rust nieuw werk te maken, samenwerkingen met elkaar aan te gaan, te experimenteren. Ilke, een kunstenares en grafisch vormgever uit Zuid-Afrika, vertelt me tijdens de lunch dat ze eraan moest wennen: zoveel tijd en ruimte om na te denken, dat is een luxe die ze zich normaal gesproken niet kan permitteren.

Mijn atelier bevindt zich in de uiterste hoek van het gebouw, grote ramen die uitkijken over de tuin. Aangrenzend het conservatorium, waar van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat toonladders worden geoefend. Saxofoons, trompetten, sopranen. Een lied heb ik nog nooit gehoord, maar wat niet is kan komen.

Er staat een tafel en een stoel in mijn atelier. Ik ben hier met niets gekomen dan wat kleren, mijn laptop, een stapel boeken en mijn fiets. Een schamel bezit, zo blijkt wanneer ik in de weken erop allerlei kunstenaarsateliers bezoek. Sommige studio’s lijken op kleine expositieruimtes, overal work-in-progress, van sobere installaties tot uitbundige stellages met paarsverlichte planten. Als kind wilde ik kunstenaar worden, maar ik had op tijd in de gaten dat mijn talent daarvoor niet ver genoeg reikte. Toch begint het, nu ik hier zit en al die kunstenaars aan het werk zie, weer een beetje te jeuken. Zou het niet fijn zijn om gewoon dingen te máken, in plaats van dat eeuwige getyp en gepieker? De verzuchting is onzinnig, de kunstenaars tobben net zo hard. Uiteindelijk zoeken we allemaal naar vormen om iets over de wereld te zeggen. En dat goed doen, is hoe dan ook niet erg eenvoudig.

Atelier Niña in de van Eyck Academie

Het is nieuw voor me, zo’n academie. Normaal gesproken werk ik thuis en gaan er soms hele dagen voorbij zonder dat ik iemand spreek. De avonden, die worden dan weer opgeslokt door van alles en nog wat, want in Amsterdam valt altijd wat te missen. Hier, aan de Van Eyck, is het andersom. Overdag ontmoet ik mensen, maak ik praatjes, lunch ik met de kunstenaars in het café-restaurant. Verder worden mijn dagen nergens door onderbroken. Geen enkele sociale bezigheid is een verplichting, doorwerken kan tot diep in de nacht (ik ben een nachtwerker), iedereen houdt zijn eigen tempo aan. Op tien minuten lopen begint het Jekerdal, waar de Sint Pietersberg ligt, waar de nevel tot ver op de dag over het weiland hangt en waar de schapen zich hullen in serieuze vachten. Voor het eerst in jaren zie ik hoe de herfst het landschap elke dag een beetje meer verkleurt.

Het auditorium in de Van Eyck Academie

Elke donderdagavond wordt in het auditorium een presentatie gegeven door een van de kunstenaars. Mij is ook gevraagd over mijn werk te vertellen. Voor het eerst moet ik in het Engels over mijn boek praten, en dat niet alleen: ik moet een groep kunstenaars vertellen over een boek dat over een kunstenaar gaat. Ik krijg het te verduren, natuurlijk. Wat weet ik van de kunstwereld? Geef ik wel een realistisch beeld van het kunstenaarschap? Mythologiseer ik het niet volkomen? Op de borrel na afloop blijven we erover napraten. Ik vind het verfrissend, die scherpte, en bedenk dat schrijvers eigenlijk nooit echt over hun praktijk in discussie gaan. Op literaire bijeenkomsten is er altijd een afstand tussen de schrijver en het publiek, de vragen blijven meestal van de beleefde soort. Schrijvers gaan vrijwel nooit in gesprek over elkaars werk, het is etiquette dat zorgvuldig te vermijden. De kunstenaars hier zijn het gewend om elkaar kritisch te beoordelen, en eigenlijk, na even slikken, vind ik dat wel een gezond verschijnsel.

In de loop van de weken word ik betrokken bij een aantal projecten. Of ik iets wil schrijven voor het Bonnefanten Museum. Of ik wil meedenken over een paar regels tekst voor onder het plaveisel voor de deur van de Academie. Of ik wil meedoen aan een ‘bikeporn’- avond in een fietswinkel. Een kunstenaar die bezig is aan een kort verhaal, vraagt me zijn tekst te redigeren. Er zit veel goeds in het verhaal, maar ik zet nogal wat strepen, en vertel hem dat hij er nog lang niet is. Rustig hoort hij mijn commentaar aan. ‘Fijn!’ zegt hij, ‘hiermee kan ik verder.’ Verbaasd vraag ik hem of hij het niet eerst even moet incasseren, ikzelf loop na dit soort sessies vaak drie dagen te mokken voor ik weer aan de slag kan. ‘Nee,’ antwoordt hij, ‘ik zou het je alleen kwalijk nemen als je zegt dat het goed is, terwijl het dat niet is.’

Ik heb nog een maand hier aan de Van Eyck. Het is te kort, het is ook altijd te kort.

Enkele links:

Meer recente reisverslagen:

Schrijver

Niña Weijers

Niña Weijers (1987) studeerde literatuurwetenschap en won in 2010 de schrijfwedstrijd Write Now!. Ze publiceerde korte verhalen in o.a. De Gids en Passionate Magazine en heeft een vaste column op de website van De Groene Amsterdammer. Dit jaar debuteerde ze met De consequenties (Atlas Contact). De roman werd onlangs bekroond met de Anton Wachterprijs en is inmiddels verkocht aan het Franse uitgevershuis Actes Sud en de Duitse uitgever Suhrkamp. Ze is de eerste prozaschrijver die deelneemt aan het writer-in-residence programma op de Jan van Eyk-academie in Maastricht. Dit initiatief maakt deel uit van Wanderlust, het programma van het Letterenfonds dat talentvolle schrijvers en bemiddelaars een kans biedt zich verder te ontwikkelen door samen te werken met buitenlandse kunstenaars of een verblijf in een internationale omgeving.

Bekijk alle weblogs van Niña Weijers