titels

Nikolaj Gogol

Dode zielen

11 juni 2014

Sinds dit voorjaar bestaan er twee moderne vertalingen van Dode zielen van Nikolaj Gogol. De lezer kan dus kiezen en de vergelijking maken tussen Aai Prins’ vertaling, die afgelopen week is verschenen in Van Oorschots Russische Bibliotheek, en die van Arthur Langeveld in 1991 uitgekomen bij Athenaeum-Polak & Van Gennep maar nog steeds verkrijgbaar.

Binnen de Russische Bibliotheek was Charles Timmer de voorganger van Aai Prins. In zijn recensie in NRC schrijft Michel Krielaars dat de nieuwe vertaling honderd pagina’s minder telt. Dat is natuurlijk opvallend, maar niet zo verbazingwekkend als je bedenkt dat Timmer bekend staat om zijn wijdlopigheid. Verder schrijft hij: “[Prins] maakt van Gogols rijke taalgebruik eigentijds Nederlands. Waar in het Russisch bijvoorbeeld sprake is van een koetila, een fuifnummer, heeft Timmer het over een ‘gediplomeerde zuiplap’ en hanteert Prins de eigentijdse uitdrukking ‘feestbeest’. Voor iemand die blut is na een avondje uit, gebruikt ze het nog modernere ‘nat gaan’, wat voor extra humor zorgt en toch de lading dekt. Door zulke vondsten leest haar vertaling als een trein.” Aai Prins ontving in 2012 een werkbeurs voor deze vertaling.

Gogol’s ambitie was om de Russische maatschappij in al haar ontledingen te omvatten. Er bestaat een gerede kans dat de lezer van Dode zielen na afloop ook iets meer begrijpt van het huidige Rusland. Het is in ieder geval goed te weten dat de ‘dode zielen’ uit de titel lijfeigenen waren die hoewel gestorven nog in de boekhouding van de landgoederen stonden. Een landeigenaar was dolblij als hij zijn ‘dode zielen’ kon verkopen, omdat hij dan minder belasting hoefde te betalen. Vanwege dit onderwerp zou de roman kunnen worden gezien als maatschappijkritiek, maar dat is volgens Prins pertinent niet het geval. In haar nawoord schrijft ze dat Gogol een fervent voorstander was van autocratie. Met de jaren werd hij daarin steeds extremer en hij zou met zijn reactionaire ideeën bepaalde critici danig tegen zich in het harnas jagen. De vergelijking met Tolstoj’s recent door Hans Boland vertaalde essay Wat is kunst? (Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2013) dringt zich direct op bij deze constatering. Al vertalende schaamde de vertaler zich haast voor de inhoud van het essay, waarin Tolstoj schrijft dat hij kunstenaars en kunst in het algemeen is gaan haten. Tolstoj is veel ouder geworden dan Gogol maar ook hij verbitterde in de laatste fase van zijn leven en toont zich even rechtlijnig in zijn gedachtegoed.

Een verklaring voor dit fenomeen zoekt Krielaars in het vermoeden dat Gogol net als Poetin autocratie ziet als de enige manier om Rusland bestuurbaar te houden. “Het slot van Dode zielen is in dat opzicht veelzeggend, als de gouverneur-generaal zijn verzamelde ambtenaren bestraffend toespreekt nadat hij heeft vastgesteld hoe corrupt ze zijn: ‘Het gaat erom dat we voor de taak staan ons land te redden; dat ons land niet door een invasie van twintig uitheemse naties, maar door onszelf ten onder gaat; dat er naast het wettige bestuur een ander bestuur is ontstaan dat veel sterker is dan welk wettig bestuur ook.”

Opmerkelijk ten slotte is dat uitgeverij Van Oorschot Dode zielen nu presenteert als een ‘grote Oekraïense roman’. Zijn volwassen leven spendeerde Gogol grotendeels in Sint Petersburg, maar het landgoed van zijn ouders lag in het huidige Oekraïne. Hoe actueel kan een klassieke roman zijn?

NB Vertaalster Aai Prins is op donderdag 25 september 2014 te gast bij de literaire talkshow Letteren &cetera. U kunt de opnames bijwonen door hier te reserveren.

Prins maakt van Gogols rijke taalgebruik eigentijds Nederlands

Fleur van Koppen

Contact

Fleur van Koppen

Beleidsmedewerker

f.van.koppen@letterenfonds.nl

Details

Dode zielen
G.A. van Oorschot, 2014