weblog

Het Literary Translation Centre op de London Book Fair

Een netwerk van betekenis

10 april 2014

The London Book Fair – voor mij heeft het altijd een wat magische klank gehad: dáár worden, naast Frankfurt, de belangrijke deals gesloten. Voor ons vertalers is vooral het resultaat interessant: de uitgever die belt dat hij of zij op de Book Fair een mooie titel heeft aangekocht, en of je tijd hebt om die te vertalen.

Wat er op die Book Fair zelf gebeurt viel voor mij altijd een beetje onder het kopje ‘abstracte dingen tussen boekhandelaren, uitgevers, fondsen en mannen in pak’. Totdat een vriendin me er vorig jaar op attent maakte dat er ook een Literary Translation Centre is op de Book Fair, met een uitgebreid programma aan lezingen en discussies, verspreid over drie dagen.

Met de Vertalersgeluktournee in mijn (achter)hoofd wilde ik dat wel eens meemaken: drie dagen lang verhalen over vertalen. Bij binnenkomst in het Exhibition Centre zag ik inderdaad vele mannen in pak, maar ook viel mijn oog meteen op een levensgrote banner aan het plafond, in een van de hoeken van de immense hal: Literary Translation Centre. Met die banner was in één klap duidelijk: vertalen heeft hier een plek.

Het programma is zeer gevarieerd: van een paneldiscussie met als titel Where Are The Women in Translation? (waar de constatering van schijnbaar onuitroeibaar institutional sexism leidde tot de oproep tot een nieuwe feministische vertaalgolf, heel modern met twitter protests), tot Meet the Publishers, Getting Started in Translation, Translation in the Market Place en Translator as Agent, maar ook meer inhoudelijke lezingen/discussies als Translating the Living, over de vraag hoe en waarover contact te houden met de auteur, en Dead Interviews: Translating the Classics. Bij die discussie zat Alexandra Koch van het Letterenfonds in het panel, namens de Europese Schwob-website, die door alle andere deelnemers wordt gezien als een uitstekend initiatief om overleden auteurs te ‘ontdekken’. In panels als The Translator’s Continuing Education gingen ervaren vertalers inhoudelijk in op hun werk en op manieren waarop je je als vertaler kunt verdiepen. En ik ben erg benieuwd naar de Korean Translation Slam vanmiddag; misschien een idee voor de tournee?

foto Literary Translation Centre

Wat mij zowel verheugde als fascineerde was dat alle lezingen zeer goed werden bezocht, bij ‘Dead Interviews’ verdrongen de mensen zich zelfs om een van de 70 zitplaatsen te bemachtigen, en om de halfhoge wandjes van het ‘zaaltje’ stonden soms rijen dik mensen te luisteren. Als medeorganisator van de Vertalersgeluktournee kan ik alleen maar dromen van zoveel belangstelling.

Maar de Vertalersgeluktournee richt zich voornamelijk op lezers, en hier zit een ander publiek: de zaal is steeds voor ongeveer de helft gevuld met (veelal beginnende) vertalers en voor de andere helft met uitgevers en redacteuren, die hier hopen contact te leggen met die vertalers teneinde buitenlandse pareltjes op het spoor te komen. De vertaler vervult hier, anders dan bij ‘de grote talen’ in Nederland, duidelijk de functie van agent. Slechts drie procent van de boeken die in Engeland uitkomen is vertaald, al blijkt het aandeel vertalingen, tot grote vreugde van de uitgevers die in het Translation Centre aanwezig waren, inmiddels op vier procent te liggen. Uitgevers lijken zich, grosso modo, vooral op het ruime Engelstalige aanbod te oriënteren. Ze hebben dus minder zicht op het buitenlandse aanbod, in tegenstelling tot Nederlandse uitgevers die de buitenlandse markten op de voet volgen. Voor Engelse uitgevers die zich graag willen onderscheiden door vertalingen uit te geven zijn vertalers dan ook van onschatbare waarde: zij hebben namelijk wel kijk op die buitenlandse markten. Dat maakt de dynamiek tussen uitgever en vertaler anders dan in Nederland.

Voor de vertalers in het Engels is de situatie dan ook volkomen anders dan voor de meeste vertalers uit ‘de grote talen’ in Nederland: de Engelse vertaler heeft vaak zelf een boek dat hij of zij graag wil vertalen en graag uitgegeven wil zien. Na het vertalen van een paar hoofdstukken, gaat men op zoek naar een uitgever. How to pitch your translation was dan ook een regelmatig terugkerende vraag van the emerging translators aan de aanwezige medewerkers van uitgeverijen en aan de meer ervaren vertalers.

Wat me verder trof, in alle discussies, is het toch wel enigszins jaloersmakende respect dat vrijwel iedereen hier voor vertalers lijkt te hebben. Niemand hoefde uit te leggen dat je als vertaler geen woordjes vertaalt, maar meaning and style, en dat het veel creativiteit vergt to find the right voice voor een auteur en/of personage. Dat het ook voor een belangrijk deel aankomt op (juist) interpreteren, dat geen twee vertalers een zin hetzelfde zullen vertalen: het lijkt gesneden koek. Bij een verwijzing naar the network of meanings that work within the text geen vragende blikken, maar slechts instemmend geknik.

Voor mijn gevoel heeft het direct met elkaar te maken, het geringe percentage vertalingen en de impliciete waardering. Waar we in Nederland al vele generaties verschillende talen op school leren (en ons daarmee misschien ook wel in potentie allemaal een beetje vertaler voelen?), en ook wel verschillende talen móéten spreken omdat anders een groot deel van de wereld ons niet begrijpt, is die noodzaak er voor Engelsen nauwelijks – tot op zekere hoogte begrijpt men hen overal ter wereld. Veel Engelsen spreken dan ook voornamelijk, of alleen, Engels. Dit heeft tot gevolg, realiseer ik me hier, dat een ‘vreemde’ taal veel meer dan bij ons in Nederland wordt gezien als exotisch, en degene die zo’n vreemde taal machtig is kan dan ook haast automatisch op respect rekenen, al helemaal wanneer hij dat ‘vreemde’ op wonderbaarlijke wijze weet om te zetten in mooi en vertrouwd Engels. Men ervaart het haast als een wonder zomaar een Frans boek te kunnen lezen, en is de vertaler daarvoor dankbaar.

Aan de ene kant is het, zoals gezegd, jaloersmakend om niet te hoeven uitleggen dat ons werk ingewikkeld en uitdagend is, en dat er meer bij komt kijken dan een degelijk woordenboek en een internetverbinding. Aan de andere kant realiseer ik me dat er hier meer waardering voor ons vak lijkt te zijn, maar tegelijkertijd zijn de Engelse vertalers gedwongen zich veel meer bezig te houden met allerlei praktische beslommeringen. Ik prijs me werkelijk oneindig gelukkig dat ik mijn vertalingen niet hoef te pitchen. Als ik op de Book Fair dan ook nog een uitgever tegen het lijf loop die net een mooie titel heeft aangekocht, en vraagt of ik tijd heb om die te vertalen, weet ik heel zeker dat mijn Engelse collega’s met reden weer jaloers op mij zijn.

Meer informatie:

Schrijver

Nicolette Hoekmeijer

(1962) vertaalde vele romans uit het Engels, waaronder werk van Toni Morrison, Justin Torres, Nathan Englander, Edward St. Aubyn, en, samen met Molly van Gelder, John Irving. Hoekmeijer is tevens docente aan de VertalersVakschool in Amsterdam en verzorgt regelmatig vertaalateliers voor de Master Literair Vertalen (UU). Daarnaast is ze een van de drijvende krachten achter de Vertalersgeluktournee die dit voorjaar voor de derde keer is georganiseerd. Op uitnodiging van Banff en het Letterenfonds verbleef ze in juni in het Banff International Literary Translation Centre in Canada om daar met Nathaniel Rich te werken aan de vertaling van zijn tweede roman, Odds Against Tomorrow, die in het najaar bij Ambo/Anthos zal verschijnen.

Bekijk alle weblogs van Nicolette Hoekmeijer