weblog

De vertaalslag 2014

De vertaler als auteur en auteur als vertaler

11 maart 2014

Het is druk in De Balie, niet leeggegeten borden staan op tafel terwijl vertalend Nederland zich verdringt voor de nog gesloten deuren. De 6e Vertaalslag wordt goed bezocht. Jasper Henderson opent de avond die deze keer de volgende titel draagt: De vertaler als auteur en de auteur als vertaler.

De twee hebben veel met elkaar gemeen getuige de woorden van Ilja Leonard Pfeijffer, die werkt aan een vertaling van de gedichten van Rammstein-zanger Till Lindemann: “een goede vertaler is een dichter, ook als hij zelf geen gedichten schrijft.” Alle sprekers van vanavond oefenen verschillende functies uit, die van vertaler is er een van, en die van auteur ook.

Als eerste stapt Onno Kosters (universitair docent Engelse letterkunde en vertalen, vertaler en dichter) achter het spreekgestoelte, volgens hem is vertalen een teamsport. Met het gedicht ‘Doe het zelf’ won hij de Turing Nationale gedichtenwedstrijd in 2013. Hij schreef de versregels in anderhalf uur, een groot contrast met de 17 jaar die hij besteedde aan zijn bekroonde vertaling van Watt van Samuel Beckett. Het gedicht schreef hij met de bedoeling de prijs te winnen, bij het vertalen was het enige doel het vertalen zelf. Het tijdsverschil verklaart Koster door het voor hem helder omlijnde eindproduct van het gedicht, terwijl bij het vertalen het proces het belangrijkste was. Vertalen doe je het beste samen, waarbij je samen hardop denkt, alles op alles zet, lef toont, zoekt en vrijheden neemt. Voor het overzetten van de geest van een tekst is meer nodig dan idiomatisch vertalen. De vertaler moet zijn kennis van de Nederlandse taal oprekken en opnieuw uitvinden om tot een vertaling te komen die de geest van de brontekst in zich meedraagt. De rol van de vertaler is daarin zowel dienstbaar als scheppend. De vertaler is auteur, maar bovenal teamplayer.

Jelle Noorman (vertaler en schrijver) gaat dieper in op de dienstbaarheid van de vertaler, en stelt de vraag: “Is de vertaler een gemankeerd schrijver?” Is hij ondergeschikt aan de auteur en is zijn vertalerschap een tweede keuze omdat hij liever schrijver had willen zijn? De vertaler heeft van oudsher een dienende rol. Deze rol is niet echt sexy. Schrijvers zijn dat wel, zij zijn scheppers en daarmee onaantastbaar. Wij willen hun originele genie bewonderen en verheffen tot een cultus.
Vertalers zijn ambachtslieden. Maar is die erkenning voor de auteur terecht? Moeten we niet eerder naar het werk kijken dan naar de persoon? Schrijven is natuurlijk anders dan vertalen, want je hebt geen houvast. Toch gaat het om hetzelfde; een zoeken naar woorden om een idee of beeld tot uiting te brengen. Zowel vertaler als auteur zijn bezig met scheppen. Het is daarmee gelijkwaardig en dienstbaar. Helaas ligt de focus van de aandacht nu vaak bij de persoon in plaats van bij het werk.

Miek Zwamborn, is een alleskunner: beeldend kunstenaar, schrijfster en vertaalster, en niet zonder succes. Ze stond met De duimsprong op de longlist van de Libris literatuurprijs en haar vertaling van de Sez-Ner trilogie van Arno Camenisch staat op de longlist van de Europese Literatuurprijs.

“Piljaivu, hoerklepper, kopverdoerie, kopverddammie, plem plem, tikki takki, himmelarsch” met deze zachte scheldwoorden opent Miek Zwamborn haar referaat. Thuis was schelden alleen, zo nu en dan, als moeder genoeg van alles had, vijf minuten lang toegestaan. Dat schelden verveelde snel en ze schaamde zich er zelfs een beetje over. Tot voor kort schold ze amper, maar door het vertaler van de Sez Ner heeft ze dat geleerd. Ze moest wel, want in de tekst wordt heel wat af gescholden en daar doe je dus als vertaler aan mee.

Tijdens het vertalen kom je in aanraking met je eigen beperkingen. Je leert woordje voor woordje, klank voor klank de taal van het boek te spreken. Soms komt de klanken er niet uit maar de volgende keer wel, zo kom je steeds verder. Het Zwitserduits is moeilijk om te leren, er is geen Algemeen Beschaafd Zwitserduits: Wat aan de ene kant van de berg zo wordt uitgesproken, begrijpen ze in het volgende dal niet. De taal is even melodieus als haar omgeving, weerspiegelt het landschap waarin mensen met elkaar spreken. In vertaling is niets weg te moffelen, alles aan de tekst moet kloppen. Vertalen is leren wachten en toeslaan op het juiste moment. Geduld hebben totdat de oplossing komt.

Het beeldend werk van Miek Zwamborn is spoorzoeken. Deze sporen probeert ze zonder hiërarchie te vertalen. Van verzamelaar wordt ze maker en curator. Vertalen kun je vergelijken met verhuizen, zegt ze. Van nu naar toen en terug, van beeld naar taal en andersom. Vertalen, zo besluit Zwamborn, is als vogels die je mond in vliegen.

Tsead Bruinja, alweer zo’n veelkunner, dichter, vertaler, docent, etc. Het is bijzonder dat hij zijn eigen werk vertaalt: uit het Fries in het Nederlands. Bovendien is het dankbaar, want via het Nederlands kun je weer verder naar de rest van de wereld. En kom je tot een breder publiek.

Welke rol speelt het vertalen in je leven? Bruinja begon met vertalen toen hij zijn eerste bundel uitbracht. Zijn Nederlands was lang niet vlekkeloos. Maar exen hielpen met corrigeren. Daarna kreeg hij hulp van vertaler Jabik Veenbaas. Ondanks de gewenste afstand tot het origineel is het toch fijn om zelf te kunnen vertalen. Al was het alleen omdat hij zelf nog zo vaak de gedichten moet voordragen en daarmee leert hij ook weer meer over het origineel. (Wat dan nog vaak kan worden aangepast.)

Soms moet je woorden aanpassen. Om het gevoel weer te geven. Sommige woorden liggen dicht bij elkaar, maar wat in de ene taal liefkozend wordt gebruikt is in de ander wat grof. Het is dan zoeken naar het alternatief in het Nederlands. Het vertalen speelt eigenlijk in heel zijn leven een rol. Precies over het vertalen, een tweetalig leven, over hoe zijn bed langer klinkt dan dat van zijn vrouw schreef hij een gedicht:

“Wy sliepe yn itselde bêd
mar dines is koarter
en minus klinkt mear
as it mekkerjen fan in geit”

Hiermee laat Bruinja al zien hoe belangrijk klank en gevoel is bij het vertalen. En hoe het is te houden van iemand die een andere moedertaal heeft. Vertalen zit eigenlijk verankerd in zijn dagelijks bestaan, van de gesprekken met zijn vriendin tot het ontcijferen van de bedoeling van de kat.

Vertaalengel & Vertaalduivel

Aan het einde van de avond breekt een plechtig moment aan met het uitreiken van de Vertaalengel en Vertaalduivel. Dit jaar in een nieuw ontwerp van Alya Hessy, student aan de Rietveld Academie.

De vertaalduivel ging naar het boekenpanel van De Wereld Draait Door. Als aanmoediging om in het vervolg de vertalers van de boeken te noemen.

De vertaalengel werd uitgereikt aan de redactie van de site van Athenaeum Boekhandel. De geweldige rubriek “de eerste zin” geeft aan vele vertalers een podium. Vaak wordt alleen al door deze zin duidelijk voor welke uitdagingen de vertaler zich gesteld ziet.

Het dankwoord werd uitgesproken door Daan Stoffelsen. Hij is er trots op boeken te verkopen en tegelijkertijd te benadrukken dat de inhoud ertoe doet. De vraag is of hij een redacteur is of een boekverkoper. Ook Daan Stoffelsen heeft in lijn met de andere sprekers van vanavond veel verschillende functies: webredacteur, boekverkoper, adviesraadslid van het Letterenfonds, redacteur, recensent en meer. Bovenal is hij een lezer. En dat is toch de groep waar het gehele boekenvak voor werkt: de lezers. Het boekenpanel van dwdd bestaat uit deze groep: lezers die enthousiast kunnen worden over een boek. Dat is een belangrijke groep: “We hebben niets te lezen zonder lezers, koester ze, erken ze.”

Videoverslag

We hebben niets te lezen zonder lezers, koester ze, erken ze.

Roos de Ridder

Beleidsmedewerker

binnenland

Vertaalbeleid binnen- en buitenland

r.de.ridder@letterenfonds.nl

lees meer