titels

Victor Hugo

De lachende man

15 januari 2014

Vertaalster Tatjana Daan neemt regelmatig klassieke Franse teksten onder handen. Van Stendhal vertaalde ze bijvoorbeeld een selectie Liefdesverhalen en afgelopen najaar verscheen haar vertaling van Victor Hugo’s l’Homme qui rit bij uitgeverij Papieren Tijger.

Het grote publiek kent deze negentiende-eeuwse grootheid natuurlijk vooral van de musicalbewerkingen van zijn grote romans Les Misérables en Notre-Dame de Paris. Maar Hugo zelf vond L’homme qui rit uit 1869 zijn beste werk.

Tatjana Daan ontdekte dat dit boek in de twintigste eeuw niet meer in het Nederlands is (her)vertaald en pakte de handschoen op. De tekst is razend moeilijk om te vertalen en het heeft dan ook drie jaar geduurd voordat zij de 615 bladzijden en 524 eindnoten inleverde bij de uitgever.

De roman schildert de schrijnende sociale tegenstellingen in het aristocratische Engeland van rond 1700, aan de hand van het meeslepende levensverhaal van Gwynplaine, ‘De Lachende Man’. Zijn gezicht is verminkt als gevolg van een operatie, waardoor er een permanente lach op zijn gezicht lijkt te liggen - de verklaring van zijn bijnaam en de titel van het boek.

In De lachende man geeft Hugo zijn visie op de geschiedenisvan Engeland, die volgens hem wordt bepaald door de oligarchie. “Het Engelse patriciaat is een patriciaat in de absolute zin van het woord. Geen feodaliteit die statiger, schrikwekkender en hardnekkiger is.” Hij wilde L’homme qui rit dan ook eigenlijk l’Aristocratie noemen.

De politiek bewuste en actieve Hugo schreef deze roman tijdens zijn ballingschap op Guernsey. Na zijn verzet tegen de staatsgreep van Napoleon III in 1851 moest hij Frankrijk verlaten. Na een kort verblijf op Jersey vestigde hij zich in 1855 op Guernsey, waar hij ook na Napoleon III ‘s amnestieverlening van 1859 bleef wonen.

De roman gaat verder dan de politieke inhoud. Hugo schreef een filosofisch boek, een liefdesverhaal en een avonturenroman ineen. Als lezer moet je een lange adem hebben, maar het kost geen moeite om geboeid te blijven. Hugo’s taalgebruik is – mede dankzij Tatjana Daans heldere en precieze vertaling – zeer gevarieerd en de sfeer- en natuurbeschrijvingen zijn fascinerend. Bovendien bevindt zich onder de oppervlakte een humoristische laag. Een aanrader!

De vertaalster ontving in 2010 een werkbeurs voor de totstandkoming van De lachende man.

Gelukkig was Ursus nooit in de Nederlanden geweest. Ze hadden hem daar zeker willen wegen om te bepalen of hij het normale gewicht had, waarboven of waaronder een man een tovenaar is. Dat gewicht was in Holland verstandigerwijs wettelijk vastgelegd. Eenvoudiger en handiger kon het niet. Het was een verificatie. Je werd op de weegschaal gezet en het bewijs werd overduidelijk geleverd wanneer je de balans verstoorde: te zwaar, en je werd opgehangen; te licht en je werd verbrand.

Fleur van Koppen

Contact

Fleur van Koppen

Beleidsmedewerker

f.van.koppen@letterenfonds.nl

Details

De lachende man
Papieren Tijger, 2013