weblog

Frankfurter Buchmesse 2013

Nederlandse poëzie in Frankfurt

15 oktober 2013

Het mooiste van de Frankfurter Buchmesse is misschien de trein terug naar Amsterdam. De voorbereidingen zijn leuk, de beursdagen zelf blijven spannend en intensief, pas in de trein terug kun je op alles rustig terugkijken.

Dinsdag 8 oktober: Pre-Frankfurt

Anders dan de terug- is de heenreis: een uur of vier waarin een zekere verwachtingsvolle spanning overheerst, alsof een schoolreisje en een proefwerkweek tegelijkertijd begonnen zijn. Voor morgen heb ik zestien afspraken en twee borrels op het programma staan, de dag erop zijn het er vijftien en drie. Ik ben op weg naar mijn tiende keer Frankfurt voor het fonds, als ‘handelsreiziger in Nederlandse poëzie’.

Sinds de eerste keer, in 2004, is de Nederlandse poëzie er wereldwijd anders voor gaan staan: een relatief weinig lucratief genre blijft het, en een klein taalgebied blijven we, maar in plaats van een stuk of zes publicaties, verschijnen er tegenwoordig jaarlijks zo’n vijftien tot twintig bloemlezingen en bundels van Nederlandse dichters in het buitenland, wijden buitenlandse tijdschriften hun ruimte graag aan vertalingen van poëzie uit Nederland en laten dichters van vaderlandse bodem van zich horen op de belangrijkste internationale podia en festivals. Van moderne klassieken als Nijhoff, Lucebert en Faverey tot contemporaine dichters als Wijnberg en Wigman, of Barnas en Bruinja: in de laatste jaren konden lezers in Engeland, Amerika, Frankrijk, Duitsland, maar ook bijvoorbeeld in Slowakije en Kroatië hun werk leren kennen en waarderen. Natuurlijk heeft dit lang niet alléén met Frankfurt te maken, maar die paar dagen op de beurs, en alle voorbereidingen en afwikkelingen die daarbij horen, werpen wel telkens mooie vruchten af.

Ik blader nog eens door de nieuwe brochure 11 Poets from Holland: Ellen Deckwitz, Ester Naomi Perquin, Mustafa Stitou, Maria Barnas, Mark Boog, Menno Wigman, Nachoem M. Wijnberg, Anne Vegter, Eva Gerlach, Gerrit Kouwenaar, Rutger Kopland: het poëtische elftal dat in papieren vorm met me meereist en waarop de nadruk zal liggen tijdens de gesprekken in de komende dagen. Natuurlijk zullen vele andere dichters ook nog ter sprake komen: Duitse vertalingen van Anneke Brassinga, de nieuwste bundel van Jan Baeke, Arjen Duinker in het Portugees en een Engelstalig promotiecahier van Tomas Lieske: elk gespreksonderwerp zoekt en vindt het geëigende moment en de passende gesprekspartner.

Ik loop mijn afsprakenschema voor morgen nog eens na. Contouren van gesprekken waarop ik me verheug beginnen zich af te tekenen; mijn huiswerk zit er op, geloof ik. Uit het krantenrek van de trein vis ik de Süddeutsche Zeitung van vandaag, met zo’n lekker Duits-dikke Letterenbijlage om het laatste stukje van de reis te veraangenamen. Na wat bladeren stuit ik op een mooie bespreking van Nach Akedia, de zojuist in het Duits verschenen gedichten van Erik Lindner, vertaald door Rosemarie Still. Dankzij de onderweg opgelopen vertraging heb ik precies nog tijd om de recensie twee keer te lezen.

Dan loopt, ongeveer een half uur later dan gepland, de trein binnen in het kopstation van Frankfurt. Ik klap mijn laptop dicht, berg mijn spullen terug in mijn koffer, wacht met een plots opgeborrelde vrolijkheid tot we tot stilstand gekomen zijn. Als we straks eenmaal stil staan, kan ik in beweging komen: taxi, hotel, diner, borrel, Frankfurt tegemoet!

Donderdag 10 oktober: Lamskoteletjes

Een zakje borrelnootjes uit de treinbistro, een mooi glas Weissburgunder, een vertragende omweg via Leverkusen: tijd om rustig terug te kijken op de maalstroom van de afgelopen etmalen. Pas in de trein terug raakt alles langzaam verteerd, daalt het in, laat je je ogen nog eens over je aantekeningen glijden terwijl een aangename, bevredigde vermoeidheid zich van je meester maakt. .

Elkaar opvolgende intensieve afspraken van steeds een half uurtje overdag, borrels in de namiddag en avond, gevolgd door dinertjes met collega’s en bevriende uitgevers (én een deel van de Boekbladredactie, bleek woensdagavond… Terwijl naast me uitgever Jacob Groot de ene na de andere smakelijke anekdote oplepelde, meende ik van verderop aan de lange tafel soms priemende blikken op me gericht te voelen: waarom lacht die jongen zo vrolijk, en geniet hij van zijn lamskoteletjes, in plaats van zich in zijn hotelkamer terug te trekken om op zijn volgende blogje te zweten?!)

De woensdagochtend was al mooi begonnen met een afspraak met Stefan Wieczorek, een jonge Duitse poëzievertaler, die een paar interessant projecten onder handen heeft. Zo help ik hem bij de samenstelling van een bloemlezing van jonge Nederlandse dichters die voor eind 2014 in de steigers staat, en zal hij een van de samenstellers zijn van een Nederlands themanummer van het gerenommeerde literaire tijdschrift Die Horen in 2016. Bovendien vertaalt hij voor de kleine uitgeverij Hochroth Verlag, waarvan hij enkele exemplaren heeft meegenomen van een onlangs verschenen prachtige kleine bundel van Frans Budé.

Ik wissel afspraken op onze eigen Letterenfonds-stand, waar het de hele dag een komen en gaan is aan onze gesprekstafeltjes, graag af met het opzoeken van uitgevers bij hun eigen stands. Met name in ‘mijn’ genre komt het voor dat ze in hun eentje hun stand moeten bemannen, en so wie so is het fijn om ter plekke te kunnen zien hoe hun fonds en nieuwste uitgaven erbij staan. Bovendien past in de wandeling van onze Hall 5.0 naar Hall 4.1 bijvoorbeeld precies één haastig doorgetrokken sigaretje. Op weg naar Jürgen Krätzer van Die Horen en Thorsten Ahrend van Wallstein Verlag bijvoorbeeld, met wie de plannen voor het themanummer verder worden doorgenomen en de gedeelde hoop wordt uitgesproken dat Nederland en Vlaanderen over drie jaar samen het Schwerpunkt van de beurs mogen worden. We mogen ons wat dat betreft onder de kansrijke kandidaten rekenen, maar zijn daarin nadrukkelijk niet de enige en pas over enkele maanden valt de beslissing…

Tot mijn lunchpauze, die om 14.30 gepland staat, volgen nog een Estse vertaalster en uitgever, twee Berlijnse organisatoren, Engelse, Indiase, Canadese en Duitse uitgevers en een Sloveense collega-dichter die het mooiste poëziefestival van zijn land opzette (met de uiterst aantrekkelijke naam ‘Days of Poetry & Wine’). De een laat het coverontwerp zien voor een aanstaande uitgave (gedichten van Cees Nooteboom bij Seagull Press, verschijnt volgende maand), met de ander worden knopen doorgehakt in een project waar we intussen al drie jaar gezamenlijk over nadenken (een bloemlezing van acht Nederlandse vrouwelijke dichters bij Mosaic Press, gepland voor het voorjaar van 2015), weer een ander ontmoet ik voor het eerst (de nieuwe uitgever van het wonderschone Wunderhorn Verlag).

Na het half uurtje pauze, dat ik benut om een broodje Frankfurter Würstchen met koffie weg te spoelen en snel nog even bij een Finse uitgeverij aan te wippen die misschien geïnteresseerd zou zijn in Kira Wucks debuutbundel Finse meisjes, geeft de rest van de middag min of meer hetzelfde beeld: in het ene gesprek plant je een zaadje dat misschien pas over drie jaar ontkiemt, of misschien wel nooit, in het volgende worden de laatste puntjes op de i van een reeds lopend project gezet, of nemen zachte voornemens concretere vormen aan.

In de laatste categorie is vooral het weerzien met Tony Ward en Angela Jarman van Arc Publications prettig. Zij gaven eerder bundels uit van Arjen Duinker en Remco Campert, maar na vandaag lijkt de weg ook eindelijk geëffend voor een Engelse anthologie van moderne Nederlandse poëzie in 2015/2016.

Na een korte nacht dendert ook de donderdag aangenaam voort. De hippe Berlijnse uitgeefster die ik vier maanden terug nog in haar eigen stad sprak, ontvouwt haar plan rond een meertalige uitgave van Rozalie Hirs, ik feliciteer de aimabele Zuid-Afrikaan tijdens ons jaarlijkse treffen met zijn prachtige nieuwe uitgave van Alfred Schaffer in het Afrikaans, de Amerikaanse onafhankelijke uitgever die een paar jaar geleden te gast was in Amsterdam benadrukt zijn voornemen om een bloemlezing van tien Nederlandse dichters te publiceren, mijn Macedonische vriend Nikola stelt me voor aan een Spanjaard die ik nog niet kende maar die een werkelijke indrukwekkende lijst van vertaalde poëzie blijkt uit te geven, de Italiaanse die ik vorig jaar voor het eerst ontmoette, vertelt me wat haar wel en niet bevallen is van wat ik haar tot nu toe aanraadde en liet lezen. En steeds houdt het Nederlands elftal van de 11 Poets from Holland me tijdens gesprekken gezelschap. De brochure stuit op veel enthousiaste reacties en biedt me bij de meeste gesprekken een prima uitgangspunt, van tijd tot tijd aangevuld met losse vertaalsamples en individuele dichterscahiers.

Intussen ben ik door mijn Weissburgunder heen, zijn de borrelnootjes op, begint Amsterdam Centraal langzaamaan in zicht te komen. Ik zet in mijn aantekeningenboekje enkele hoopvolle aanknopingspunten en een kleine vijftien concrete projecten voor 2014-2016 nog eens op een rijtje. Vruchtbare Frankfurtse dagen achter de rug, een hoop inspirerend follow-up werk voor de boeg. Na het weekend.

Dit blog verscheen eerder op de website van Boekblad.

De treinreis terug vanuit de Frankfurter Buchmesse. Foto: Victor Schiferli

Zie ook:

Ellen Deckwitz, Ester Naomi Perquin, Mustafa Stitou, Maria Barnas, Mark Boog, Menno Wigman, Nachoem M. Wijnberg, Anne Vegter, Eva Gerlach, Gerrit Kouwenaar, Rutger Kopland: het poëtische elftal dat in papieren vorm met me meereist en waarop de nadruk zal liggen tijdens de gesprekken in de komende dagen.

Thomas Möhlmann

buitenland

Thomas heeft met ingang van april 2017 afscheid genomen van het Letterenfonds om zich meer op zijn carrière als dichter en schrijver te kunnen richten. Het vertaalbeleid buitenland poëzie is nu in handen van collega Victor Schiferli.

t.moehlmann@letterenfonds.nl

lees meer