weblog

Frankfurt Revisited

15 oktober 2012

Frankfurt 2012 werd beheerst door crisisverhalen en de fall-out van Fifty Shades of Grey. maar ook voor de Nederlandse literatuur was veel belangstelling, merkte Pieter Steinz tijdens zijn eerste Buchmesse als Letterenfondser.

Dinsdag 9 oktober

De treinreis is dezelfde als zeven jaar geleden – niet de schilderachtige zes uur langs de Rijn die ik me nog uit het begin van de jaren negentig herinner, maar de snelle ICE-rit die je in vier uur (en via een tiental tunnels) van Amsterdam naar Frankfurt brengt. En ook de Messestadt zelf lijkt niet veranderd: het rommelige station, de smoezelige straten eromheen, de grote allee die langs het station voert naar het beursterrein – en daar voorbij.

Ik ben het die anders is. In 2005, toen ik hier voor de tiende en laatste keer de Buchmesse bezocht, was ik journalist, schrijvend voor NRC Handelsblad. Ik ging naar de beurs om nieuws te halen. Nieuws dat er eigenlijk niet was. Het thuisfront had romantische ideeën bij het verblijf op de grootste boekenbeurs ter wereld – jagen op het hypeboek van het jaar, hippe party’s afstruinen – maar eigenlijk zat je je het merendeel van de tijd te vervelen in de stand van de altijd gastvrije medewerkers van het Nederlands Literair Productie en Vertalingenfonds. Zij hadden daar een functie, zij deden wat je moet doen in Frankfurt: praten met uitgevers en agenten, contacten onderhouden, mensen enthousiasmeren voor boeken. Het NLPVF werd samen met het Fonds voor de Letteren het Nederlands Letterenfonds, ik werd een half jaar geleden de directeur, en je kunt je dan ook voorstellen dat ik uitkijk naar mijn eerste Frankfurt in zeven jaar. Eindelijk een vol afsprakenschema (hoewel nog niet te vergelijken met dat van mijn collega’s), eindelijk uitnodigingen voor buffetten en etentjes waar je je niet overbodig voelt. Eindelijk van nut.

En dan wordt donderdag ook nog eens de Nobelprijs toegekend, en heeft Nederland een schrijver die bij Ladbrokes twaalf tegen een doet. Zijn naam noemen we niet, dat brengt ongeluk; wel die van Arnon Grunberg, Jan Willem Anker, Nelleke Noordervliet, Esther Gerritsen en Arjan Visser die enkele van de ‘10 Books from Holland and Flanders’ hebben geschreven waarvoor het Letterenfonds tijdens deze Buchmesse buitenlandse uitgevers probeert te interesseren. Te beginnen morgen om 9 uur: uitgeverij Sexto Piso, uit Mexico.

Woensdag 10 oktober

De stand is maar twaalf meter lang en nauw twee meter breed; de tweede uitgever die ik ontvang zakt al met haar stoel weg in het belendende luchtrooster. De eerste beursdag lijkt meteen de drukste te worden, maar meteen om negen uur heb ik een no-show van de Mexicaanse uitgever. Ook mijn laatste afspraak gaat niet door, maar daartussen zitten tien gesprekken, met buitenlandse uitgevers en redacteuren en met journalisten.

Marlies Hoff voor stand Frankfurt

Met de eerste groep spreek ik over de 10 Books en de Dutch Classics die in de nieuwe brochures van het Letterenfonds staan. Ik maak een Turkse uitgever enthousiast voor Jan Willem Ankers romandebuut Een beschaafde man (over de Engelse ambassadeur Lord Elgin die de friezen van het Parthenon – destijds onder Turks bestuur – versleepte naar Engeland); ik praat met een Franse redacteur over onze thrillerkeuze Zwarte kant van Kisling & Verhuyck waarin de jarretel van Marie Antoinette een rol speelt; ik praat met een Argentijnse over Vrij man van Nelleke Noordervliet dat bij veel 10 Books-lezers populair is omdat het zich in de Gouden Eeuw afspeelt; ik probeer iedereen te overtuigen van de superieure kwaliteit van de nieuwe Grunberg. Een Turkse uitgever zegt dat ze gaan bieden op de rechten van De man zonder ziekte.

Met de journalisten spreek ik over de contacten die je als Letterenfonds tijdens een beurs als Frankfurt probeert te onderhouden: niet alleen met buitenlandse (en Nederlandse) uitgeverijen, maar ook met collegafondsen uit de rest van Europa. Ik geef commentaar op het succes van Fifty Shades of Grey (iedereen geeft commentaar op Fifty Shades of Grey, een uitgeefster vertrouwt me toe dat ze bij elk agenten- of uitgeversgesprek weer tien keer een nieuwe roman over vrouwelijke kinky sex krijgt aangeboden, en ook dat de begeleidende uitleg tegen de seksuele intimidatie aanhangt). En met iedereen praat ik over de Nobelprijs, die morgen om één uur wordt toegekend. Wordt het Cees Nooteboom, zoals Hal 5 (waar de Nederlandse uitgevers staan) hoopt? of toch een van de andere usual suspects? De nieuwste namen, of dark horses om in Ladbrokes-termen te blijven: de Ier William Trevor en de Caribische Maryse Condé.

Donderdag 11 oktober

Een Franse uitgeefster kijkt uit naar de ‘nieuwe liefdesroman’ van Margriet de Moor. Een literair agent uit de Verenigde Arabische Emiraten is geïnteresseerd in Max Havelaar en wil graag de Duitse vertaling opgestuurd krijgen. Een Turks duo wil Engelse pdf’s van Herfsttij der Middeleeuwen. Een Argentijnse uitgeefster is zeer onder de indruk van de bibliothriller Zwarte kant van Kisling & Verhuyck. Iedereen wil de nieuwe Grunberg hebben. En zou het eindelijk gaan lukken met Nooit meer slapen in Israël, Een nagelaten bekentenis van Emants in Brazilië en De renner in het land van de Tour?

De Buchmesse is zijn tweede dag ingegaan en ik ben inmiddels aan mijn 23ste gesprek toe: in een half uur kennismaken, informatie inwinnen over de situatie van het boek in het land van mijn gesprekspartner, en daarna proberen om hem of haar te overtuigen van de kwaliteit van onze selectie van Nederlandse literatuur in de 10 Books- en Dutch Classicsbrochures. Voor er een vertaling komt zijn er veel handicaps te overwinnen. Er zijn, zo merk ik, veel redenen om een boek af te wijzen. Een Fransman heeft Eline Vere gelezen en vond het te dik; heeft Couperus ook iets kleiners geschreven? Een Braziliaan klaagt over de vertaling van een roman die met onze steun tot stand is gekomen en zegt dat hij die eerst zelf compleet zal moeten redigeren. De Arabieren zeggen allemaal dat Nederlandse uitgevers te hoge vertaalrechten vragen (‘Zelfs voor Fifty Shades of Grey heb ik bijna niks hoeven betalen’).

Alle Nederlandse boeken, modern of klassiek, concurreren met duizenden andere nieuwe boeken op de Messe. Frankfurt betekent competitie: tussen Nobelprijskandidaten (de onze heeft het afgelegd tegen de Chinees Mo Yan), tussen agenten en uitgevers die vechten om de nieuwe FSoG, tussen de collectieve landenstands die allemaal proberen hun nationale literatuur en non-fictie naar het buitenland te krijgen; en niet te vergeten tussen de tientallen diners, buffetten en cocktailparty’s van uitgevers en andere boekenvakkers die in de vier dagen beurs gepropt worden. Ik ben dan ook blij dat ik ’s avonds een volle zaal kan toespreken op de traditionele borrel van het Nederlands Letterenfonds. In de strijd om de aandacht blijft alleen het aantrekkelijkste over…

Vrijdag 12 oktober

De laatste volle dag op de beurs biedt twee no-shows en een aantal verrassingen. Onverwachts komen twee Brazilianen langs die niet alleen geïnteresseerd zijn in short stories (een unicum in de huidige uitgeverij), maar ook in de laatste romans van Grunberg en Noordervliet. Uitgever Jean Mattern van Gallimard, de beste ambassadeur van de Nederlandse literatuur die je je kunt wensen, brengt binnenkort Oek de Jongs klassieker Opwaaiende zomerjurken (vert. Philippe Noble) in Frankrijk uit en overweegt ook zich te wagen aan de 800 pagina’s van Pier en oceaan. Een Japanse agente blijkt er nog steeds niet in geslaagd te zijn om Het diner bij een uitgever onder te brengen. En Tafelberg uit Zuid-Afrika, dat vijfduizend exemplaren verkocht van Kluuns Vrouw gaat doktertoe, hoopt hetzelfde succes te behalen met de fonkelnieuwe vertaling van Tommy Wieringa’s Joe Speedboot.

De auteur is trouwens ’s avonds het middelpunt van een etentje dat te zijner ere door De Bezige Bij is georganiseerd. In informele sfeer moeten uitgevers uit Italië, Engeland, Zuid-Afrika, Zweden en Israël enthousiast worden gemaakt voor zijn net verschenen roman Dit zijn de namen. Dat kost tijd (en vier gangen), waardoor ik jammer genoeg het concert van een band van Nederlandse uitgevers en redacteuren in Noord-Frankfurt niet meer haal. Misschien maar goed ook, want morgen beginnen mijn laatste zeven afspraken om negen uur.

Zaterdag 13 oktober

Natuurlijk was de enige no-show de afspraak om negen uur; ik had dus iets later en rustiger kunnen ontbijten. Maar voor niets ben ik niet gegaan; vooral het gesprek met Can Yayinlari, een Turkse uitgeverij met een prachtig fonds wereldliteratuur, is veelbelovend; er is interesse voor Nescio, Multatuli, Bordewijk, Couperus en niet te vergeten Bloem en Gorter. Uit de 10 Books zijn het Grunberg, Anker, Noordervliet en Kisling & Verhuyck die de show stelen, iets wat voor mij en mijn collega’s fictie bijna een trend blijkt. In de non-fictie is vooral veel aandacht voor het Steinbeckboek van Geert Mak (verkocht aan Duitsland, Denemarken, Noorwegen, Polen en Kroatië) en een nieuwe selectie van de brieven van Van Gogh (vrijwel zeker verkocht aan Frankrijk, Engeland, Noorwegen, Brazilië en Turkije, terwijl het boek in Nederland nog niet uit is). Daarnaast is het boek Leugenaars & vervalsers van de onlangs op veel te jonge leeftijd overleden Roelf Bolt verkocht aan Reaktion Books (Groot-Brittannië) en het verzameld werk van Johan Huizinga aan Fink Verlag in Duitsland.

Ook kinder- en jeugdliteratuur blijft het goed doen: het Russische Samokat heeft dit jaar Iep van Joke van Leeuwen uitgegeven en zal volgend jaar – het Ruslandjaar 2013 – Brief voor de koning van Tonke Dragt, Het boek van alle dingen van Guus Kuijer en Winterijs van Peter van Gestel publiceren. Siruela (Spanje) heeft een tiende titel van Tonke Dragt gekocht, Ogen van de tijger. En zowel in Italië (Feltrinelli) als Frankrijk (l’Ecole des loisirs) zullen alle delen van Polleke van Guus Kuijer verschijnen.

Tot slot de Nederlandse poëzie. Die zal de wereld rondgaan in een aantal bloemlezingen: werk van Alfred Schaffer bij Protea Bookhouse (Zuid-Afrika) in 2013; gedichten van Cees Nooteboom bij Seagull Books (India, UK, US) in 2013; liederen van Hadewych bij Akademie Verlag (Duitsland) in samenwerking met het Vlaams Fonds voor de Letteren in 2013; werk van acht vrouwelijke dichters bij Mosiac Press (Canada) in 2013 en zes Nederlandse dichters bij Arc Publications (UK) in 2014.

De komende maanden zal blijken hoeveel van het enthousiasme tijdens Frankfurt zal worden omgezet in verkoop van rechten en verzoeken om vertaalsubsidies. Wordt vervolgd – daar hoef je niet eens voor te wachten op de London Book Fair 2013.

Delen van dit blog werden eerder gepubliceerd op de site van Boekblad.

Pieter Steinz

Directeur

bureau

Pieter Steinz (1963-2016) was van maart 2012 tot augustus 2013 directeur van het Nederlands Letterenfonds. Van de reizen die hij maakte voor het fonds deed hij verslag in een serie blogs. Pieter publiceerde non-fictie bij Nieuw Amsterdam en artikelen op de weblog Read Around the Globe, in de boekenbijlage van NRC Handelsblad en in het muziektijdschrift Heaven.

p.steinz@letterenfonds.nl

lees meer