weblog

Trends en ontwikkelingen

Internationale literaire festivals

16 mei 2013

Literaire festivals zijn er in vele soorten en maten: van het tentenkampachtige International Book Festival in Edinburgh, waar je je door de modder een weg baant naar de auteurs-yurt voor thee en het gloeiende straalkacheltje, tot het chique International Festival of Authors in Toronto, waar auteurs sterren zijn, omringd door journalisten.

Met één ding hebben de laatste jaren alle festivals te maken: ze kampen met ernstige budgetproblemen. Recettes en sponsors worden belangrijker, terwijl overheidssubsidies wegvallen of slechts een klein deel van de inkomsten vormen. Daarom worden risico’s zo veel mogelijk vermeden en zoeken de programmeurs naar grote namen, van wie zeker is dat er een substantieel publiek op af zal komen. Het gaat dan om te beginnen om het kleine groepje schrijvers dat als een rondtrekkend circusje van het ene festival naar het andere reist, omdat alle festivaldirecteuren ze willen hebben. Auteurs als Zadie Smith, Karl Ove Knausgard en Etgar Keret worden op dit moment werkelijk overal gevraagd; hun boeken zijn wereldwijde bestsellers en ze zijn goede podiumartiesten die weten wat er van ze wordt verlangd: een spetterend optreden. Daarnaast proberen de festivals de kosten te drukken door elkaar meer en meer op te zoeken: acht internationale festivals hebben zich verenigd in ‘Word Alliance’, een overlegorgaan waarin de festivaldirecteuren spreken over de mogelijkheden voor gezamenlijke sponsors en gedeelde programma’s.

Ideeënfestivals

Soms zijn de grote publiekstrekkers van een festival niet-literaire beroemdheden als Desmond Tutu, Hilary Clinton of Ai Wei Wei. Maar ook schrijvers worden vaak eerder vanwege hun maatschappelijke betekenis gevraagd dan vanwege hun literaire reputatie. Festivals ruimen een steeds grotere plaats in voor non-fictie, van auteurs met een wetenschappelijke of journalistieke achtergrond, die ook als ze hun verhaal in literaire bewoordingen vertellen, eerder worden gelezen om wat ze te zeggen hebben.

Literaire festivals worden daardoor steeds meer ideeënfestivals, waarin maatschappelijke relevantie belangrijker is dan literaire kwaliteit. Een literaire invalshoek mag, zolang maar duidelijk is hoe de literatuur kan bijdragen aan de oplossing van sociale en politieke vraagstukken. Jakab Orsos, directeur van het PEN World Voices festival, denkt dat de focus op politieke kwesties te maken heeft met een groeiend verantwoordelijkheidsgevoel van festivalorganisatoren. ‘In deze tijd van crisis vormen sociale en politieke onderwerpen steeds vaker de brandstof voor artistieke uitingen. Literatuur kan het zich niet meer veroorloven om apolitiek te zijn, en festivals kunnen het zich niet meer veroorloven om vrijblijvend te zijn. We zijn het aan het publiek verplicht om geëngageerd te zijn, om betekenisvolle optredens te organiseren waarin iets wordt gezegd over de brandende kwesties in de wereld. De verbeelding staat onder druk in landen als Spanje en Griekenland, maar zeker ook in de Arabische wereld.’

Engagement

Bij het Amerikaanse PEN-festival komen daarom vooral de geëngageerde schrijvers aan het woord. Het festival zoekt naar een antwoord op de crisis, en zet literatuur in om de onderdrukte massa een stem te geven. De revolutionaire jaren zestig revisited: taxichauffeurs nemen deel aan workshops poëzie schrijven, nanny’s werd gevraagd om hun ervaringen op papier te zetten en tegendraadse literaire tijdschriften kregen de gelegenheid zich te presenteren.

Ook het internationales literatur festival berlin opent de poorten voor wat er omgaat in de wereld. Het festival organiseert een solidariteitslezing voor de gevangen genomen Chinese schrijver Li Bifeng en nodigt literaire, maar geëngageerde schrijvers uit om zich uit te spreken over de toestand in de wereld.

Het Brusselse fesival Passa Porta neemt juist geen stelling, maar stelt vragen. Het festival zocht in de editie van 2013 naar wat literatuur en politiek elkaar te bieden hebben en liet open of dat al dan niet het geval moest zijn. Het thema ‘Imagine’ bood schrijvers de ruimte voor bespiegelingen over de gevolgen van het kolonialisme, de economische crisis en de Arabische lente. Sommige auteurs vonden dat de literatuur en politiek onlosmakelijk met elkaar waren verbonden, anderen stelden dat de verbeelding zich niets hoefde aan te trekken van de politiek. Die controverse verhoogde de levendigheid van het festival; de discussies op het podium liepen hoog op, het publiek werd aan het denken gezet en de gesprekken gingen naadloos over van de zaal naar de straat.

Zo zoeken literaire festivals naar manieren om de kosten te drukken en zich tot de politieke werkelijkheid te verhouden. Daarbij buigt het ene festival meer naar het politieke spectrum, terwijl het andere meer vasthoudt aan de literaire identiteit. Hoe minder vooringenomen dat gebeurt, hoe interessanter het programma is. Om met Kopland te spreken: ‘Geef mij/ maar een vraag en geen antwoord’.

Mireille Berman

Non-fictie specialist

buitenland

Non-fictie specialist

m.berman@letterenfonds.nl

lees meer