weblog

De literatuur is een groot bos

Andrea Kluitmann – 4 januari 2021

Ik hou van dingen voor het eerst doen. Op plekken zijn waar ik niet eerder was, een nieuwe podcast ontdekken, een selderijknol tweeënhalf uur in de oven laten. Misschien vertaal ik daarom zo graag boeken met kinderen en jongeren in de hoofdrol; bij hen gebeuren er veel dingen voor het eerst en hun blik op de wereld is zowel beperkter als breder dan die van volwassenen. Wat je meemaakt in je jonge jaren zal je je bovendien veel beter herinneren dan ervaringen uit andere levensfases; dat verschijnsel wordt de reminiscentiehobbel genoemd.

Praten met mensen die ik niet ken, hoort ook thuis in mijn rijtje van leuke nieuwe ervaringen. Daarvoor was er in dit opmerkelijke jaar volop gelegenheid, bijvoorbeeld door deze column. Zo zoomde ik voor dit stukje met Olov Hyllienmark (1965), vertaler Nederlands-Zweeds en een van de acht vertalers die in 2020 voor het eerst in het Vertalershuis Amsterdam woonden en werkten. Midden in zijn reminiscentiehobbel zat hij als uitwisselingsscholier een jaar lang op een middelbare school in Heemstede. Echt losgelaten heeft hij de Nederlandse taal daarna niet meer. ‘Ik heb Nederlands gestudeerd, een van mijn docenten was literair vertaler Ingrid Wikén Bonde. Via haar heb ik in 1999 ook mijn eerste vertaalopdracht gekregen. Ik heb vrienden in Nederland en was er de afgelopen jaren soms op bezoek, maar steeds heel kort. In februari was ik voor het eerst twee weken lang in het Vertalershuis in Amsterdam. Het was zo’n genot om weer Nederlands te spreken en de taal te horen; ik was er een beetje ver verwijderd van geraakt, althans van de gesproken taal. Ik vertaalde er Alaska van Anna Woltz. De juiste toon treffen, de juiste volgorde van al die kleine woordjes vinden, partikels, heel fijn werk. Ze schrijft erg goede dialogen en heeft een mooie stijl. In Zweden is er in de media, net als in Nederland, vrij weinig aandacht voor kinder- en jeugdboeken, maar Alaska werd in drie grote dagbladen uitvoerig besproken en ik ben nu bezig met Gips.’

Olov Hyllienmark. Foto: Anna Lindberg

Zelf heb ik Alaska (en nog veel meer van Anna Woltz) ook vertaald en we hebben het over genres, mogelijkheden en grenzen. Olov vertaalt zeer uiteenlopende auteurs (Maarten ’t Hart, Etty Hillesum, Erik Kriek, Fik Meijer, Marieke Lucas Rijneveld, Voskuil) en heeft een helder standpunt: ‘Als je geen kinderboeken leest, en geen filosofen en wetenschappers, zie je altijd maar een gedeelte van de taal: je moet van alles lezen. Voor mij is literatuur één grote tuin, of eigenlijk een bos.’ Ik uit mijn verwondering dat Het Bureau (zeven delen!) in het Zweeds gaat verschijnen; Olov werkt voor Nilsson Förlag aan de eerste twee delen. ‘Dat is zeker bijzonder! De uitgever las de Duitse vertaling van Gerd Busse en was helemaal verkocht.’ Bij Alaska liep het ook zo, herinner ik me: bij de uitreiking van de Deutscher Jugendliteraturpreis waarvoor dit boek in 2019 was genomineerd (net als Gips, twee jaar eerder) kwam een vriendelijke Zweedse uitgever op Anna en mij af en vertelde dat hij Für immer Alaska had gelezen en wilde uitgeven en laten vertalen. En de vertaler werd dus Olov. Toch leuk, die onderwaterrol van vertalingen en collega-vertalers. ‘Collega’s! Dat was ook zo bijzonder aan mijn verblijf in het Vertalershuis. Ik zat daar met Julio, Annette en Radka*. Het is natuurlijk een welhaast onmogelijke opdracht die wij hebben, literatuur in een andere taal overbrengen. Dat er in alle mogelijke landen freaks zijn die dat ook doen, gaf me een gevoel van: Ja, ik kan dit. Dat er andere mensen zijn voor wie literatuur ook zo belangrijk is als voor mij, en die het ook fantastisch vinden om zich in het zweet te werken bij het zoeken naar de juiste woorden, voor wie vertalen ook een soort van workout voor de hersenen is – dat is heel inspirerend en levert zeer boeiende gesprekken op. En het is vooral ook erg leuk – de tweede avond al zat ik met Radka in het Concertgebouw, de negende van Mahler! En we zijn naar de toneelversie van De tolk van Java geweest. Ik had ook graag naar Ajax willen gaan, maar daar kon ik geen kaartje voor krijgen. De tijd in Amsterdam heeft me echt een enorme boost gegeven.’

Olov lijkt me een geschikt iemand voor een van mijn favoriete vragen: Ben je in het Nederlands iemand anders dan in je eigen taal? ‘Ja, ik ben een vrolijker mens, denk ik. In het Nederlands ben ik vrolijker.’ Dat mooie antwoord heb ik al vaker gekregen. Zou het te maken hebben met de reminiscentiehobbel? De meeste vertalers hebben net zoals Olov hun tweede taal geleerd toen ze jong waren. Is er misschien een vleugje onbevangenheid van de tienerjaren in de vreemde taal geslopen en daar gewoon al die jaren blijven zitten? Iets van eerste keren, avontuur, intensiteit en nog alle kanten op kunnen?

Volgens neurowetenschappers kun je in iedere levensfase eerste keren beleven – een prettige gedachte om het nieuwe jaar mee in te gaan? Misschien kan het niet altijd groots, maar klein lukt altijd. Schuif eens zo’n knolselderij de oven in! Oven voorverwarmen op zo’n 170 graden. Selderij schoon boenen en de wortels afsnijden, twintig gaatjes erin prikken. Met olijfolie bestrijken. Op bakpapier in de oven zetten en elk half uur opnieuw besprenkelen met olijfolie. Na 2,5 uur in plakjes snijden, beetje citroen en peper en zeezout erop en klaar.

Ook namens de collega’s van het Vertalershuis Amsterdam – Marije, Machteld en Henk, een gezond en gelukkig 2021!

In 2020 waren er 43 vertalers uit 20 landen te gast in het Vertalershuis. Acht vertalers maakten zo voor het eerst kennis met het Vertalershuis Amsterdam. Naast Olov Hyllienmark waren dit Christine Barkhuizen-Le Roux uit Zuid-Afrika, Antonio De Sortis uit Italië, Saša Malenović uit Servië, Stefanie Ochel uit Duitsland, Irini Papakyriakou uit Griekenland, Radka Smejkalová uit Tsjechië, en Alice Tetley- Paul uit het Verenigd Koninkrijk – zij schreef over haar eerste verblijf in het Vertalershuis een column voor de (Engelstalige) New Dutch Writing-website.

* Olov Hyllienmark verbleef in het Vertalershuis met Julio Grande (die werkte aan een Spaanse vertaling van Mefisto for ever van Tom Lanoye), Annette Wunschel (werkte aan Duitse vertalingen van Johan Huizinga‘s Erasmus en Leven en werk van Jan Veth) en Radka Smejkalová (die werkte aan de Tsjechische vertaling van Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer).

Schrijver

Andrea Kluitmann

(1966) werd geboren in Duitsland en studeerde Duitse taal- en letterkunde in Bochum en Amsterdam. Ze vertaalt romans, toneelstukken, graphic novels en filmscenario’s. Verder is ze voorzitter van Stichting VertaalVerhaal, mede-organisator van de jaarlijkse Vertalersgeluktournee en werkt ze als taaltrainer Duits voor auteurs en andere mensen uit de culturele sector. Ze geeft workshops en lezingen over spreken in het openbaar, vertalen en literatuur. Vanaf najaar 2020 schrijft ze iedere maand een column over het Vertalershuis Amsterdam. Volg haar ook op vertalershuis.nl.

Bekijk alle weblogs van Andrea Kluitmann