weblog

En niemand weet wat er staat…

Andrea Kluitmann – 30 oktober 2020

Mijn fysiotherapeute vraagt naar mijn beroep. ‘Vertaler? Welke talen? Alleen maar Nederlands-Duits?’ Ik leg het moedertaalprincipe uit. Ze staart me aan en de ijzeren greep rond mijn enkel verslapt.
‘Moet jij eigenlijk nog weleens woorden opzoeken?’

‘Nee. Ja. Maar het gaat niet zozeer om woorden. Neem nou een simpel zinnetje als: ‘‘Heb ik soms iets van je aan?’’’

Waarom geef ik zo’n lelijk voorbeeld? Laten we het erop houden dat de behandeling niet geheel pijnvrij is.
Mijn fysiotherapeute is snel van geest en komt uit het zuiden des lands. Ze doet een vertaalpoging (Habe ich manchmal was…) en zegt meteen: ‘Nee, dat wordt hem dus niet!’
‘Precies! En dat is trouwens ook een mooi voorbeeld.’

Hoezeer talen van elkaar verschillen, daar ging het eerder die dag ook over in mijn Skype-gesprek met Daniel Cunin. Hij vertaalt al ruim vijftien jaar Nederlandse romans en poëzie in het Frans. In oktober zou hij in het Vertalershuis werken aan gedichten van Lucebert en Gerrit Achterberg, maar door de nieuwe coronamaatregelen verblijft hij er nu ‘virtueel’.

‘Ik mis Nederland enorm. De goede vrienden die ik daar heb, de taal, de antiquariaten, et cetera. Ik hou van het land, en van het Nederlands. Het Nederlands is zo soepel en compact. Al die kleine woordjes die je in een zin kunt toevoegen of ergens aanplakt zodat je iets totaal anders krijgt. Ik vind dat fascinerend. En wat je met werkwoorden kunt doen in het Nederlands, werkt niet in het Frans. Op basis van het werkwoord ‘‘vertalen’’ kan een vertaler aan het eind van een zware werkdag zeggen dat hij/zij uitvertaald is; om zoiets in het Frans uit te kunnen drukken heb je enkele woorden nodig of een heel andere formulering. Dat maakt het vertalen ook zo interessant, dat grote plezier van het formuleren, van het ánders formuleren.’

Voordracht Hester Knibbe op de Marché de la Poésie

De poëzie van Lucebert vertaal je samen met Kim Andringa. Werk je graag als duo?
‘Met Kim wel. We hebben voor Éditions Unes, die Lucebert gaat uitgeven, eerder poëzie van Hester Knibbe vertaald, Archaïsch de dieren/ Archaïques les animaux. Die verscheen in een prachtige uitgave. Heel bijzonder, de uitgever had een gewone oplage gedrukt voor 16 euro per bundel, maar ook twintig exemplaren van 200 euro en twaalf van 700 euro. Bij de bibliofiele uitgaven krijg je een origineel kunstwerk. Op de Parijse Marché de la Poésie, een poëziefestival in de open lucht, waren de meest kostbare uitgaven binnen drie dagen verkocht.

Kim was ooit mijn allerbeste studente aan de universiteit. Ze is tweetalig opgegroeid in Frankrijk met Nederlandse ouders en we zijn een zeer goede combinatie. We brengen allebei iets anders in. Haar Nederlandse taalervaring is anders dan de mijne. Ik ben pas rond mijn 24ste of 25ste met het Nederlands begonnen.’

Bijzonder, de combinatie van (beeldende) kunst bij deze gedichten.
Daar heb ik nog een voorbeeld van, in zekere zin mijn mooiste vertaling: voor een voorstelling vertaalde ik fragmenten uit Vaslav van Arthur Japin, die op de huid van een danseres werden geschreven, een ‘levende’ vertaling. Hier kun je een indruk krijgen:

CINDY VAN ACKER – Ion from Rencontres chorégraphiques on Vimeo.

Werk je thuis anders dan in het Vertalershuis?
‘Ja, toch wel. Daarbij denk ik aan een van mijn eerste verblijven daar. Een hele maand lang had ik elke dag minstens twee afspraken – met auteurs, met uitgevers, met collega’s, met vrienden – ik heb helemaal niets vertaald!

Ook nu was ik van plan afspraken te maken met een paar Achterberg-specialisten en collega’s die verstand hebben van het vertalen van poëzie. Gerrit Achterberg heeft ongeveer duizend gedichten geschreven, en daarvan heb ik er honderd geselecteerd om te vertalen. Maar van sommige regels of strofen weet niemand wat er staat, iedereen leest iets anders. Daarom wil ik graag drie of vier verschillende visies op die gedichten horen. Dat moet nu schriftelijk of via Skype, en dat werkt toch heel anders dan wanneer je bij elkaar zit en van gedachten kunt wisselen.’

Je vertaalt naast klassieke poëzie ook veel hedendaagse, levende schrijvers. Tijdens de komende Literaire Vertaaldagen wordt het contact tussen auteur, redacteur en vertaler gethematiseerd. Hoe belangrijk is het overleg in die driehoek voor jou?

‘Bij De avond is ongemak van Marieke Lucas Rijneveld speelde het een belangrijke rol. Het is een heel bijzondere debuutroman, die ik met veel plezier heb vertaald, maar er kwam wel de nodige redactie bij kijken. Michele Hutchison was tegelijkertijd bezig met de Engelse vertaling en we konden samen met de auteur en de uitgever inconsequenties en foutjes oplossen. Dat is ook in de daaropvolgende Nederlandse drukken verwerkt. Het is mooi om te zien dat de roman nu, na de bekroning met de International Booker Prize, niet alleen in Engeland maar ook in Nederland en Frankrijk weer volop in de belangstelling staat. En volgende week kan de Nederlandse lezer genieten van haar tweede roman, Mijn lieve gunsteling, die ook heel sterk gecomponeerd en geschreven is.’

Door Daniels verhaal moet ik denken aan de Duitse schrijver Ingo Schulze, die ooit zei dat elk boek voordat het in de oorspronkelijke taal verschijnt eigenlijk eerst door een vertaler zou moeten worden vertaald. Hoe verhoudt dit zich tot wat vriend en auteur Gerbrand Bakker tegen me zei toen hij zelf - blijkbaar geheel niet onverdienstelijk - een boek vertaalde? ‘Het is heerlijk om te doen, want het werk is al gedaan.’
Ik moest er erg om lachen, maar hij meende het wel.

Gevel Vertalershuis Amsterdam

De gasten van het Vertalershuis Amsterdam (virtuele residentie) in oktober:

  • Bettina Bach vertaalt Foon van Marente de Moor in het Duits
  • Christine Barkhuizen-Le Roux vertaalt Bezonken rood van Jeroen Brouwers in het Afrikaans
  • Daniel Cunin vertaalt Mengeldichten van Hadewijch, en een keuze uit de gedichten van Lucebert respectievelijk van Achterberg in het Frans
  • Stefanie Ochel vertaalt Gebrek is een groot woord van Nina Polak in het Duits
  • Gül Özlen vertaalt Iconen van Dick Matena in het Turks

Dat maakt het vertalen zo interessant, dat grote plezier van het formuleren, van het ánders formuleren.

Schrijver

Andrea Kluitmann

(1966) werd geboren in Duitsland en studeerde Duitse taal- en letterkunde in Bochum en Amsterdam. Ze vertaalt romans, toneelstukken, graphic novels en filmscenario’s. Verder is ze voorzitter van Stichting VertaalVerhaal, mede-organisator van de jaarlijkse Vertalersgeluktournee en werkt ze als taaltrainer Duits voor auteurs en andere mensen uit de culturele sector. Ze geeft workshops en lezingen over spreken in het openbaar, vertalen en literatuur. Vanaf najaar 2020 schrijft ze iedere maand een column over het Vertalershuis Amsterdam. Volg haar ook op vertalershuis.nl.

Bekijk alle weblogs van Andrea Kluitmann