weblog

Dolfijn Zafar

22 mei 2020

Voor tien dagen ben ik naar Amsterdam gekomen per KLM maar vlieg ik terug naar Paramaribo dan zijn er negentig dagen voorbij gegaan.

Het is als in een droom van mij die ik in 3 minuten kan articuleren terwijl dezelfde droom welbeschouwd 5 keer 60 minuten moet hebben geduurd. Doet mij ook denken aan de eerste keer wachten op mijn geliefde die volgens zijn polshorloge 6 minuten te laat arriveerde maar naar mijn gevoel een heel uur overtijd kwam opdagen. Ik was smoorverliefd en opgewonden en dan gaat alles opwarmen en sneller bewegen ook. Albert Einstein leert dat elke persoonlijke waarneming relatief is met betrekking tot datgene wat wordt waargenomen en ervaren. Ruimtetijd-hoofdbrekens van een geniaal denker. Soms gaat de tijd sneller? Soms gaat de tijd trager? Ja. Neen. Niemand weet precies wat TIJD is en toch denken wij zeker te weten dat TIJD bestaat. Bewijs? Daglicht. Nachtlicht. Bij LICHT is bewijslast makkelijker te duiden. Snelheid. Samenstelling. Richting. En dat er LICHT is dat wij met het blote oog niet kunnen zien is ook al geen geheim meer. In mijn pubertijd wist ik zeker dat TIJD en LICHT bij mekaar hoorden want voor mij was TIJD een proces waaraan ik veranderingen kon aflezen. Mijn moeder vond het maar lastig dat ik fruit altijd liet staan tot het verrot was om dat veranderingsproces te kunnen ervaren en te beschrijven. En aangezien het veranderingsproces zich in x-dagen voltrok, afhankelijk van soort vrucht en plek van bewaring, leek TIJD de dominante factor en LICHT daarvan een bijproduct. TIJD=LICHT. Stond op mijn kamerdeur. En er was niemand die het nodig vond daarover met mij in discussie te gaan. Diep ik mijn gedachten ligt deze puber-waarheid veilig opgeborgen.

Ik ben dus voor tien dagen in Nederland maar in Suriname waar ik aan boord van een KL747 ben gegaan is het haast 90 dagen verder. Nauwgezet volg ik wat zich afspeelt in mijn geboorteland en digitale beelden maken dat ik erbij blijf. Ik ben voor tien dagen op reis en daaraan is niets veranderd dan dat mijn tien dagen zich uitstrekken naar een kalenderkwartaal. Ik voel daar niets van. Precies als in mijn kleuterjaren met het elastiek van mijn slaapbroek dat slap was geworden en dat moeder dan strak trok door er een knoop in te maken. Zaten er drie knopen in dan reeg ze nieuw elastiek door de buikband. Mijn zorgzame moeder leeft niet meer maar het is juist deze herinnering aan haar ingreep, die mij doet begrijpen dat mijn reis van tien dagen zich als elastiek heeft uitgerekt. En om het met termen uit de fysica uit te drukken: de tijdstippen van de klok hebben zich als lichtgolven gestrekt en omdat zoiets in mijn mentale activiteit gebeurt wordt mijn reis niet opgebroken van tien naar meer dagen. Het is dus niet dat TIJD stil is blijven staan bij mij maar dat TIJD trager verloopt en omdat TIJD=LICHT zijn de lichtgolven veel en veel langer in mijn reisschema. Misschien is het duidelijker als ik opmerk dat het uiteraard ook een kwestie is van RUIMTE en om preciezer te zijn: een kwestie van locatie. Na landing op Schiphol werd ik begeleid naar een hotel aan een mooie gracht, daarna kwam ik te logeren in een woning in een gezellige volksbuurt en toen de schrijversresidentie vrij kwam kon ik mijn vertrek gaan opwachten op het Spui. Het voelt als een meertrapsraket waarvan iedere keer een stuk wordt afgestoten. Voor mijn gemoedsrust ga ik ervan uit dat de schrijversresidentie mij lanceert naar Schiphol waar ik per KLM opnieuw kan opstijgen richting Zuid-Amerika.

De gastvrouw die mij namens School der Poëzie heeft uitgenodigd voor het festival Zus en Zo helpt mijn reisaanwezigheid in balans te houden. Zij haalt voor mij de boodschappen bij mijn voorkeurskruidenier. Zij neemt de steile trappen naar mijn locaties met ogenschijnlijk gemak. Zij is gewend aan steile trappen in antieke Amsterdamse woningen. Zij is vederlicht. Ik vraag haar soesjes mee te nemen voor een thee-rustpauze. Zij pakt er een. Ik kan niet ophouden met smullen. Ik word zwaarder en voel vrees bij het diepe trappenhuis als ik haar uitwuif. Binnen voelt het als in een capsule. De flessen water worden weggezet. Potjes groenten van mijn lievelingsmerk. Pakjes geitenmelk, citrussappen, blikjes alcoholvrij bier, sardientjes en vers fruit, wasmiddelen, closetpapier en allerlei dingen waar een moderne dame niet meer zonder kan. Is alles weer keurig opgeborgen dan gaat voor een paar uur de radio aan. Ik kijk dan naar buiten. Geen mens te zien. Leeggelopen straten die er bekend om staan platgelopen te worden bij dag en nacht. Geen hond te zien. Geen kat ook. Meeuwen. Kraaien. Duiven en vogels die ik niet van naam ken. Regelmatig hobbelt een stadstram voorbij. Geen passagier te bekennen. En omdat ik de televisie nooit gebruik en driehoog zit lijkt alles een beetje te zweven tot de iepen op straat steeds meer blad krijgen en zich als bomen opdringen aan mijn uitzicht. Bomen stabiliseren RUIMTE en ik begin vaste grond te voelen. Het is echt lente. Het jaargetijde van mijn geboorte. Het zonlicht dat overal door de prachtige ramen naar binnenvalt dringt diep door naar mijn brein. Een vollemaannacht kan mij tot tranen toe ontroeren. Ik word onrustig. Ik word intens stil. Het betekent dat ik mijn ei kwijt moet zien te raken. In het appartement is alles perfect in orde voor een dergelijke gebeurtenis. Alles is er terughoudend aanwezig. Maar zoals hotelkamers iets feestelijks hebben in de sfeer, woonkamers van personen heimweegevoelens triggeren is de schrijversresidentie uitnodigend zonder beklemmend te zijn. Ik heb mij er meteen op mijn gemak gevoeld. Ik dacht zelfs: hoe langgerekt mijn tiendaagse reis ook wordt, in deze kamers kan ik als auteur mijn binnenbrouwsel kwijt. Er zijn immers ook vogelsoorten die hun eieren moeiteloos leggen in de nesten van andere vogels. En niets dierlijks is ons mensen vreemd. Ergens aan de keukentafel is er vast plek om ook mijn papier en pen neer te leggen voor de eerste regel van iets onverwachts als een gedicht.

uitzicht Amsterdamse schrijversresidentie mei 2020 door Iris Kensmil

Op de radio hoor ik dat een dolfijn is meegezwommen met een zeilboot die de haven van Amsterdam aandoet. Vanaf de kust van Frankrijk is hij drie dagen en drie nachten dichtbij het zeilschip gebleven. Dichtbij de opvarenden alsof zij vrienden waren die hij veilig naar hun bestemming bracht. Een team van SOS Dolfijn werd ingezet om de oceaanreus in de gaten te houden. Deze dierenvrienden waren van mening, dat het water in de haven niet voldoende brak was voor de dolfijn, die in Frankrijk bekend stond als een solist die niet in een groep soortgenoten meezwom en ander gedrag liet zien. Om gezondheidsredenen werd besloten ZAFAR los te krijgen van zijn binding met het zeilschip en om hem uit de haven te dwingen richting open zee. Het was geen makkelijke klus maar met werktuigen lukt het mensen altijd om zelfs uiterst sterke dieren te onderwerpen aan hun wil. Mijmerend had ik pen en papier laten liggen. Met wrevel wierp ik vragen op als: wie behoort de wateren toe, wie zijn de meesters van het luchtruim, wie beheersen het vaste land? Toen kwam het naargeestige nieuws dat ervaren surfers waren omgekomen op de Noordzee bij Den Haag. Een dag later werd bekendgemaakt dat DOLFIJN ZAFAR dood was aangetroffen op het strand bij Wijk aan Zee. Ik was eensklaps zelfs voor mijzelf onaanspreekbaar geworden. Een vlaag van verdriet trok over mij heen. Nog een dag later werd mij verteld dat ik per KLM kon vertrekken naar huis. Mee met een repatriëringsvlucht voor gestrande reizigers terug naar vliegveld Zanderij; daarna 14 dagen luxueus in quarantaine op toplocaties in Paramaribo. Eindelijk weer thuisland in zicht. Ik huiverde. In Paramaribo breken binnenkort de parlementsverkiezingen los. Er staan enorme belangen op het spel. Oliebelangen. Etnische belangen. De gemoederen gaan beslist hoog oplopen. Een storm die dagen kan aanhouden terwijl ik opgesloten zit in een hotel, onder toezicht van de overheid, samen met allerlei wildvreemden die net als ik zijn ontsnapt aan de Nederlandse lockdownmaatregelen. Maar laat ik mij weglokken zo holderdebolder? Ik ken mijn landgenoten en ik ken Paramaribo. Bovendien vermoed ik hoe het verkiezingsvuur zal oplaaien. Hoog. En in die ene donderdagnacht die ik kreeg om te overwegen of ik mijn koffers zou pakken om op de zondag af te reizen kwam ik tot de voorlopige slotsom, dat de Covid-19-cultus ons misschien stilletjes infecteert met een impuls om alles wat te dichtbij komt weg te duwen, weg te jagen in naam van ons aller heil. Maar wie is ONS? Een oude impuls is het, die wellicht sterker is geworden en die niet alleen nog maar doorbreekt om Het Vreemde weg te houden. Zal het mijn landgenoten lukken om opnieuw een etnisch-geïntegreerd parlement samen te stellen? Ik heb mij niet laten weglokken van mijn locatie in Amsterdam hoezeer ik ook verlang naar de tropen. DOLFIJN ZAFAR wist zoveel meer af van brak water, zeestromen, windvlagen en andere atmosferische eigenaardigheden van planeet AARDE. Door menselijk ingrijpen kon hij zijn overlevingsintelligentie niet uitleven. TIJD LICHT RUIMTE zijn samengevallen voor hem. Misschien zijn genoemde drie waarden gewoon drie uitdrukkingsvormen van hetzelfde. En misschien heet het in gewonemensentaal: LEVEN. Ik pas…

stilleven Amsterdamse schijversresidentie mei 2020 door Iris Kensmil

De foto’s van de Amsterdamse schrijversresidentie bij dit blog van Astrid H. Roemer zijn gemaakt door kunstenaar Iris Kensmil. Museum Kranenburgh in Bergen (N.H.) biedt op haar website de mogelijkheid virtueel de expostie Blues Before Sunrise te bezoeken, die een overzicht brengt van Kensmils recente werk.

Alle weblogs van Astrid H. Roemer

Schrijver

Astrid H. Roemer

Astrid H. Roemer (Paramaribo, 1947) ontving in 2016 de P.C. Hooft-prijs voor haar proza-oeuvre. Zij wordt zowel in Suriname en Nederland geprezen om haar zinvolle inbreng in het publieke debat en haar eigenzinnigheid in het inmiddels uitgebreide oeuvre van poëzie, proza en dramateksten. In april 2019 verscheen haar roman Gebroken Wit (uitgeverij Prometheus). Op uitnodiging van de School der Poëzie kwam ze naar Nederland voor optredens, onder meer op het festival Zus en Zo. Tijdens de lockdown verblijft ze als gast in de Amsterdamse schrijversresidentie van het Nederlands Letterenfonds.

Bekijk alle weblogs van Astrid H. Roemer