nieuws

In memoriam

Rascha Peper

19 maart 2013

Kort nadat ze haar laatste roman had voltooid, is Rascha Peper (64) thuis in Amsterdam overleden aan alvleesklierkanker. De schrijfster en columniste werd vooral bekend door Rico’s vleugels en Wie scheep gaat, romans die zowel door de literaire kritiek als het lezend publiek enthousiast werden ontvangen.

Rascha Peper, die werd geboren als Jenny Strijland, kondigde een klein half jaar geleden op de Achterpagina in NRC Handelsblad aan dat ze dodelijk ziek was; in een interview met Elsbeth Etty naar aanleiding van die column sprak ze nuchter over de dood, maar zei ze het heel erg te vinden dat ze haar nieuwe boek Handel in veren niet meer kon afmaken. Uit de aanbiedingsfolder van uitgeverij Querido, die vorige week verscheen, blijkt dat ze in elk geval het eerste, los te lezen, deel daarvan op haar ziekbed heeft kunnen voltooien.

Hartstocht beheerst de levens van Rascha Pepers personages. In Rico’s vleugels (1993, genomineerd voor de AKO-prijs) blijkt de passie van een verzamelaar niet alleen gericht op zijn kostbare schelpen. In Russisch blauw (1995, bekroond met de Multatuliprijs) wordt de held van het verhaal gefascineerd door het lot van de laatste tsaar. In Dooi (1999) raakt een uitgebluste vertaler geobsedeerd door de aantrekkelijke schaatster met wie hij een kortstondige affaire heeft. In de dikste roman van Rascha Peper, Wie scheep gaat (2003), inspireert een eigenzinnige vrouw postuum haar familieleden tot gepassioneerde daadkracht. En in Verfhuid (2005) en Vossenblond (2011) wordt de hoofdpersoon door hartstocht meegesleept, al heeft hij zich stilletjes voorgenomen om zijn leven er niet door te laten leiden.

Het leven is hunkeren, lijkt Peper te willen zeggen – en het maakt eigenlijk niet uit als dat op niets uitloopt, zoals in Pepers (vooralsnog) succesrijkste roman, Rico’s vleugels, waarin de passie van een verzamelaar evenzeer is gericht op de rauwe puberjongen die hem helpt zijn collectie te inventariseren. De roman is opgebouwd als een tragedie. Langzaam maar onafwendbaar slaat het noodlot toe, hoewel het misschien beter is om te zeggen dat de schrijfster haar personages stap voor stap in het verderf stort. Daarbij toont ze zich een goede leerling van Tsjechov, die ooit verordonneerde dat een wapen dat in het eerste bedrijf werd getoond niet ongebruikt kon blijven in de ontknoping, en van de Griekse tragici, die onwetende figuren tot het instrument van de sadistische goden maakten. Maar het is de passie die alles en iedereen in Rico’s vleugels regeert – de passie die ‘alles verteert en alles wegmaait wat voor de voeten komt en uiteindelijk haar vervulling alleen maar kan vinden in vernietiging, opheffing, dood.’

De romans Dooi, Russisch blauw en Wie scheep gaat werden in het Duits vertaald; Dooi ook in het Servisch. In 2009 verbleef Rascha Peper in het Adriaan Roland Holsthuis in Bergen om te werken aan haar roman Vossenblond. Vanaf 1993 ontving zij voor verschillende titels in haar oeuvre werkbeurzen van het fonds. Ze prees zich naar eigen zeggen gelukkig ‘in een land te wonen waar schrijvers in staat gesteld worden zonder al te grote financiële kopzorgen aan een boek te werken’; maar was er evengoed trots op de steun van het Fonds soms na een meer commercieel succes enige tijd niet nodig te hebben.

Rascha Peper wordt aanstaande donderdag (21 maart) begraven op Zorgvlied in Amsterdam.
Haar roman Handel in veren verschijnt in juni.