weblog

Residentie Ledig House

In de ontmoeting ligt een ongelooflijke rijkdom

24 februari 2020

Het viel me ten deel. Zo heb ik het ervaren. Een maand wonen en werken in het privilege dat Art Omi heet, mogelijk gemaakt door stichtingen en fondsen en mecenassen, verenigd onder een kunstminnende paraplu. Wil je zoiets? Verlang je ernaar? Droom je ervan? Hoe het ook zij, je grijpt de kans als hij je aangereikt wordt.

Ergens aan de overkant van de oceaan, aan het eind van de wereld, tussen ruisende bossen en groene velden vol reusachtige kunstwerken staat een landhuis vol herinneringen en oude geesten. Het is perfect ingericht voor wat de bewoners daar te doen staat, en het wordt elk jaar beter, daar wordt voor gezorgd door de toegewijde medewerkers van het huis, die elke kans aangrijpen om zinvolle aanpassingen te doen in materiële en organisatorische zin. De begane grond – keuken, eetkamer, woonkamer met open haard en bibliotheek – is voor de residents, de eerste verdieping is voor administratief personeel en management. Sfeervol meubilair, een mooie kleine bibliotheek vol boeken van mensen die er al eerder gewerkt hebben, houten vloeren en kunstwerken aan de muur. Het is een oud woonhuis, geheel van hout, met rondom brede houten veranda’s met diepe houten tuinstoelen in Shaker-stijl.

Ledighouse

foto’s: Rebekka Hermán Mostert

Het grote huis staat aan het einde van een kronkelende grindweg op een lage heuvel, verzorgd door klusjesmannen, hoveniers en grasmaaimachines die er in het voorjaar net zo regelmatig verschijnen als de herten in de avondschemering en de eekhoorntjes en bosmarmotten rondom de gastenverblijven. Je komt er aan als een vreemde en wordt er ontvangen als een hooggeëerde gast: dag en nacht ontzorgd, met grandioze toewijding omringd. De stilte, de weidsheid, het uit-de-wereld-geplukt-zijn leverde me een soort innerlijke vervreemding op, die vooral de eerste nachten zorgde voor heel wat onrust. Geen enkele deur gaat op slot, alles staat wijd open. Geen angst voor inbrekers, de bewoonde wereld is immers ver weg. Toch bleek die overgrote vrijheid slaapproblemen op te leveren. Wat moet je met zoveel ruimte, zoveel stilte, zoveel kansen, zoveel mogelijkheden?

De schrijvers- en vertalersresidentie in Art Omi heeft elk jaar twee periodes, ik kwam er in de lente. De schrijvers en vertalers die er tegelijk met mij waren (want de bewoners wisselen elkaar af, gedurende de drie maanden van de residentieperiode) kwamen deels uit de Verenigde Staten, deels uit Europa, en zelfs uit Australië. De voertaal was uiteraard Engels, al sprak de Duitse vertaalster van Scandinavische literatuur soms Duits met de Israëlische vertaler van Duitse literatuur, hadden de Duits-Kroatische schrijfster en de Catalaanse dichteres weleens een onderonsje in het Frans, en kon ik als vertaler Hongaars-Nederland mijn moedertaal spreken met een Amsterdamse schrijver.

Dat het leerzaam is om zo samen te zijn, is een understatement. Het is een reis in je eigen binnenste, en een reis binnen een bubbel van kunstenaars, van kunstmakers, mensen met en zonder privileges en met onbevattelijk veel verschillende en extreem uiteenlopende levenservaringen. De een is docent aan een hogeschool in Texas, ziet eruit als een meisje van vijfentwintig, heeft volwassen kinderen en adopteerde een jaar geleden een tweeling van twee jaar van een kennis, omdat de kleintjes anders in het pleegsysteem terecht zouden komen. Ze werkt dag en nacht gedisciplineerd door en vertrekt een paar dagen eerder dan gepland omdat de geadopteerde jongetjes haar te veel missen en het videobellen beginnen te saboteren: ‘the boys don’t wanna speak to me no more…’. Ze schrijft prachtig, rauw proza over hoe het is om in een zwarte huid te leven in de Lone Star State. De ander heeft al drie levens geleid, als journalist en documentarist in het kielzog van oorlogen en vredesmissies. Hij probeert erover te schrijven, hij geeft er les over, heeft geen thuis, maar altijd wel onderdak. Zijn dromen houden hem uit zijn slaap en zijn werk houdt hem bij de werkelijkheid. Een derde is schrijfster, operaregisseur en actrice, al sinds ze als klein meisje in een socialistische propagandafilm speelde. Ze deelt een film met ons waarin ze op zoek gaat naar haar Joodse wortels in Italië, Kroatië en Duitsland. Een flamboyante, overrompelende en oprechte persoonlijkheid. Op mijn verjaardag staat ze ‘s morgens met een bloesemtak voor mijn kamerdeur: ‘I stole it, but it comes from the heart!’ Een vierde heeft een haat-liefdeverhouding met zijn eigen land en met Amerika, waar hij al jaren woont. Hij roemt Heinrich Heine als een humoristisch genie, verklaart literatuurtheoretici voor gek, maar praat onophoudelijk en met tomeloze liefde over literatuur en theorie, tot het moment dat iemand aan tafel er tabak van heeft en hem begint uit te horen over zijn gestoorde kat, die vervolgens avond aan avond opnieuw onderwerp van gesprek wordt en waarlangs een complete maatschappelijke analyse naar boven komt.

Ledighouse

foto: Rebekka Hermán Mostert

Het kan onbehaaglijk zijn om intensief samen te leven met onbekende mensen. Vooral als dat solistische karakters zijn, bezig met zelfexpressie, met het zoeken van oplossingen, met de druk van een naderende publicatie op hun schouders, met vastgelopen romanplots en met persoonlijke trauma’s die te pas en te onpas met iedereen gedeeld en liefst in bestseller-literatuur opgelost moeten worden. Gelukkig is daar de vaste garde die het troepje ongeregeld omringt met aandacht en zorg. Carol Frederick, die als grijze eminentie en mater familias ook kantelende gesprekken in goede banen leidt, en de onvolprezen Hanan Elstein die tijdens onze residentieperiode de alumnus-in-residence ofwel de ‘huisoudste’ is. In de weekenden zijn er gasten, mensen in en rondom uitgeverijen van allerlei pluimage. En elke doordeweekse avond is er Rita, de wijze kokkin met de gouden handen en het warme hart, die een unieke vorm van keukentherapie hanteert: ze ziet, hoort en weet alles, maar is de discretie zelve.

In de zorgvuldigheid waarmee alles rondom Ledig House georganiseerd en gecommuniceerd wordt, ligt een grote rijkdom.

De aandacht, het veelal hoge tempo en niveau van de gesprekken, de vele ontmoetingen en navenante introductierondes, de openbare voorlezing in het beeldenpark op een mooie zaterdag, de feestjes en verjaardagen, en de borrelavonden die eigenlijk niet de bedoeling waren maar toch toenamen in intensiteit en frequentie naarmate het einde van de residentie in zicht kwam: tijdverslindend en onbetaalbaar.

De stand van zaken in de boekenwereld, de acquisitie en marketing van literatuur, de soms diep-persoonlijke keuzes van uitgevers en agenten voor bepaalde titels en auteurs, en de ongelooflijke prestatiedruk die achter dit alles ligt – ik had er weinig weet van, zie ik achteraf. De motivaties van mensen om te schrijven, om te vertalen, de technieken en werkschema’s, de manieren om te ontspannen en gefocust te kunnen blijven, de muziek en de sport die het werken werkbaar maken (van Fela Kuti tot Anna Meredith), het al dan niet goed omgaan met succes of het uitblijven daarvan – heel zinvol om dat van elkaar te horen en te zien. In de ontmoeting ligt een ongelooflijke rijkdom.

Werken binnen de ad hoc-gemeenschap op Art Omi, te mogen eten in Rita’s keuken in Ledig House, te mogen wonen in de heerlijke appartementen van Betsy’s Cottage – ik vond het een weelde. Geen idylle, dat zeker niet. Er waren conflicten, onaangename momenten, ontploffingen in gesprekken. Er was desillusie en zelfs cynisme, ontevredenheid en gebelgdheid, maar niet typisch. De weidsheid van het omringende landschap en de omstandigheden maakten veel goed, evenals de gedeelde avondmaaltijden, de vrijwel altijd boeiende gesprekken, en het feit dat ieder zichzelf en zijn eigen demonen zo nodig ook kon ontlopen, ontvluchten, ontfietsen, ontrennen, ontwandelen, alleen of met anderen samen. Er was ook oprechte vriendschappelijkheid en kameraadschap, er was agapé. Illusies over het vasthouden van de ontstane vriendschappen had niemand, wel hebben we afgesproken dat we elkaar op de hoogte houden van belangrijke vakgerelateerde gebeurtenissen, en dat we het elkaar laten weten als we bijvoorbeeld een boekenbeurs of internationaal literair evenement bezoeken. De eenzaamheid van schrijvers en vertalers is de eenzaamheid van de langeafstandsloper. Als we door blijven lopen komen we elkaar vroeg of laat opnieuw tegen. Ik hoop het.

Links

Wilt u als literair vertaler een maand lang deel uit maken van een internationaal gezelschap en heeft uw nieuwe boek baat bij een verblijf in Amerika? Tot 1 november 2020 kunnen schrijvers een aanvraag indienen voor een verblijf in het Ledig House, upstate New York in mei 2021.

Wat moet je met zoveel ruimte, zoveel stilte, zoveel kansen, zoveel mogelijkheden?

Schrijver

Rebekka Hermán Mostert

Rebekka Hermán Mostert vertaalde romans van György Dragomán (De witte koning en Vuurstapel), Miklós Bánffy (Geteld, Geteld en Te licht bevonden), Péter Gárdos (Ochtendkoorts) en András Forgách (De akte van mijn moeder), maar ook fragmenten uit het werk van Péter Esterházy, Tibor Déry, Lídia Nádori en Aliz Mosonyi. Ze woont en werkt in Roemenië, Hongarije en Nederland. Zie ook rebekkahermanmostert.com

Bekijk alle weblogs van Rebekka Hermán Mostert