weblog

Hup, die Friese poëzie de grens over!

Friese dichters in Denemarken

4 december 2019

In het voorjaar van 2019 reisden wij, de Friese dichters Elmar Kuiper, Syds Wiersma, Cornelis van der Wal en Geart Tigchelaar, per trein af naar Denemarken voor een tournee door dat land. We hebben er drie keer voorgedragen en samen met Deense collega’s elkaars werk vertaald. Dit alles wordt gebundeld in een tweetalige Fries-Deense bloemlezing die naar verwachting in het voorjaar van 2020 bij uitgeverij Hispel zal verschijnen.

We waren uitgenodigd door het Aarhus Litteraturcenter en zijn door de Deense dichter Carsten René Nielsen door het drukke programma geleid. Er was nog net een beetje tijd over om de stad en de omgeving te ontdekken. Aangezien Nielsen een geschiedenisfanaat is en trots op ‘zijn’ Aarhus is, was hij de ideale gids.

Carsten René Nielsen leidt de Friese dichters rond door Aarhus

Carsten René Nielsen leidt de Friese dichters rond door Aarhus

Hup!

Het eerste idee voor deze onderneming kwam van Tigchelaar, die de afgelopen jaren regelmatig in Denemarken verbleef. Vorig jaar wilde hij zich tijdens zijn fietsreis naar Denemarken ook meer in de Deense literatuur verdiepen. In zijn blog over deze reis, schreef Tigchelaar het volgende:

Door mijn eerdere verblijf in Denemarken sprak ik de taal al redelijk, maar verder dan een boek of twee was ik nog niet gekomen in de Deense literatuur. Door de literatuur van een land te leren kennen, leer je het land zelf meer van binnenuit kennen. Via het Aarhus Litteraturcenter zocht ik contact met hedendaagse schrijvers en dichters, in de hoop dat zij mij wegwijs konden maken in de Deense literatuur. Zo ontmoette ik prozadichter Carsten René Nielsen, die me uitnodigde een wandeling rond Aarhus te maken.

Zo is Tigchelaar het Deense schrijverswereldje ingerold, en kon hij gebruikmaken van zijn contacten daar om zijn Friese dichtersmaten naar Aarhus te halen. Want de Friese poëzie moet hup! de grens over. Dat is zowel goed voor de dichters zelf, die hierdoor ideeën kunnen opdoen voor hun poëzie, en nieuwe contacten kunnen leggen, als ook voor de Friese literatuur in de brede zin van het woord. Dergelijke uitwisselingen versterken het aanzien van de literatuur. Bovendien verdient de Friestalige poëzie het om over de landsgrenzen heen te klinken.

Als een hond

Lezers en belangstellenden buiten Fryslân hebben over het algemeen geen idee van de complexe positie van schrijvers in een minderheidstaal. Ten eerste is het al een bewuste keuze om in de minderheidstaal te schrijven, waarmee je een veel kleiner publiek aanspreekt dan met de meerderheidstaal, in ons geval het Nederlands. Er wordt weleens gekscherend gezegd dat er meer Friese schrijvers zijn dan lezers. Om voor een Nederlandstalig publiek op te treden heb je dus eerst altijd een vertaalslag nodig. Maar een dichter schrijft het best in zijn ‘memmetaal’ (moerstaal), en die is voor ons vieren het Fries.

Syds Wiersma

Schrijven in een minderheidstaal of kleine taal heeft als voordeel dat je eerder aansluiting hebt bij een andere minderheidstaal, omdat je een gemene deler hebt. En om in Denemarken of een ander land op te treden, heb je sowieso een vertaling nodig, ongeacht in welke taal je schrijft. Bovendien waren wij voor het publiek ‘gewoon’ dichters, men had dus vooral aandacht voor de inhoud van de poëzie en de totstandkoming daarvan.

Na afloop van onze voordrachten werd er elke keer een paneldiscussie gevoerd. We vertelden het een en ander over de Friese taal en literatuur, en merkten dat daardoor de interesse toenam in de tweetalige situatie waarin Friestalige schrijvers zich bevinden. Bovendien waardeerden de toehoorders de muzikaliteit van het Fries, met zijn vele twee- en drieklanken. Elmar Kuiper droeg ook enkele Nederlandstalige gedichten voor, en het verschil met het Fries viel het publiek dadelijk op. Het Nederlands klinkt als het hoesten van een hond, aldus een reactie.

Elmar Kuiper draagt zijn gedicht ‘Foar dy’ voor, bij zijn optreden in Aarhus, Godsbanen’s Litteraturcenter.

Cornelis van der Wal

Eén dichter viel vooral in de smaak, en dat was Cornelis van der Wal. Dat kwam mede omdat onze gastheer Nielsen behoorlijk onder de indruk van zijn werk was. Lezers die een beetje thuis zijn in de Friese poëzie weten dat Van der Wal een zeer uniek geluid heeft, dat dikwijls surrealistisch is, duister, beeld- en fantasierijk. Wanneer, zoals hier het geval is, de vertaler pogingen in het werk stelt om Van der Wals poëzie in Deense literaire tijdschriften te laten verschijnen, zou er zomaar een doorbraak in Denemarken kunnen volgen!

Cornelis van der Wal draagt voor in Poesienshus te Kopenhagen

Cornelis van der Wal draagt voor in Poesienshus te Kopenhagen

Doe het zelf

Alle gekheid op een stokje: wat wij willen zeggen, is dat het om allerlei redenen goed is om verder dan Fryslân te kijken. Schrijvers hoeven niet met de armen over elkaar te wachten totdat een instantie of organisatie bij hem of haar aanklopt. Als je als schrijver echt iets wilt, dan moet je een goed plan maken en er voor gaan, met of zonder hulp van instituten. Zo hebben wij ons netwerk uitgebreid, doordat we samen met andere Deense dichters ons een dag lang bezig hebben gehouden met het vertalen van elkaars werk. Zoals eerder gemeld zal er een tweetalige bundel verschijnen, dus de samenwerking met de Deense dichters zal niet eenmalig zijn, maar wordt een project van langere duur. Zo zijn er plannen om enkele Deense dichters voor de presentatie in Fryslân uit te nodigen. Volgend jaar wordt voor de derde keer het internationale poëziefestival LiteratureXcange in Aarhus gehouden, daar zal de nadruk op kleine talen liggen. We hebben al een toezegging dat er ruimte voor ons zal zijn.

Daarmee is het pad geslecht tussen Fryslân en Denemarken.

Van der Wal en Nielsen in het Aarhusiaanse Godsbanen waar het Litteraturcenter gevestigd is.

Het januari 2020 nummer van Awater brengt vier prozagedichten van de Deense dichter Carsten René Nielsen in vertaling van Geart Tigchelaar. Ook worden binnenkort zes gedichten van Cornelis van der Wal in het gerenommeerde Deense literaire tijdschrift Hvedekorn gepubliceerd (vertaling uit het Fries door Geart Tigchelaar en Carsten René Nielsen). Dit blog is een vertaling en bewerking van het artikel ‘Dichters yn Denemarken’ van Geart Tigchelaar, gepubliceerd in tijdschrift Markant, mei 2019.

Schrijver

Geart Tigchelaar

(1987) is geboren en getogen in Damwâld, maar woont nu in Harlingen. Naast dichter is hij schrijver en vertaler. Hij won de Tammingaprijs in 2017 voor zijn poëziedebuut leech hert yn nij jek en de Obe Postmaprijs in 2016 voor zijn Friese vertaling van Godfried Bomans Erik of it lyts ynsekteboek. In 2018 werd zijn roman Bêste jonge genomineerd voor de Rink van der Veldeprijs. Op het moment werkt hij aan zijn tweede roman, die hij hoopt volgend jaar te voltooien. Daarna wil hij graag aan de slag met een nieuwe gedichtenbundel. Ook is hij redacteur van het Friestalige literaire tijdschrift Ensafh, is hij toerfietser en drummer van de doommetalband Doomwâld.

Bekijk alle weblogs van Geart Tigchelaar