weblog

Interview met Kawa Nemir

‘Ik moet iets historisch doen voor mijn moedertaal’

24 oktober 2019

De allereerste Koerdische opera ooit gaat vrijdag 25 oktober in première. In Amsterdam. Tosca, de klassieker van Puccini, werd bewerkt tot een hedendaagse Koerdische volksopera. Dichter en vertaler Kawa Nemir (1974), die in 2018 zijn thuisland Turkije ontvluchtte en ruim een jaar in het Amsterdam Vluchtstad-appartement verbleef, vertaalde het libretto. In Nederland, dat hij inmiddels zijn nieuwe thuisland noemt, werkt hij onvermoeibaar voort aan zijn levensmissie: ‘Ik wil de Koerdische taal kracht geven en die kracht laten zien aan de wereld.’

‘Het is iets ongelooflijks dat er nu een Koerdische opera verschijnt. Nadat opera in het Italië van de zeventiende eeuw was ontstaan, kreeg het langzaam maar zeker ook elders in Europa vaste voet aan de grond. Aanvankelijk werden ze in het Italiaans opgevoerd, maar vanaf de negentiende eeuw werden opera in steeds meer landen onderdeel van de nationale cultuur, en gezongen in de nationale taal. De Koerdische cultuur kent die operatraditie helemaal niet.’

Waar de oorspronkelijke opera van Puccini (over de verliefde zangeres Tosca, schilder Mario Cavaradossi die gevangengenomen wordt omdat hij een gevluchte gevangene zou hebben geholpen en de lokale politiechef) zich afspeelt in het Rome van 1800, is de setting van Tosca nu naar onze tijd verplaatst. Drie mensen, ieder met hun eigen positie in de samenleving, een machthebber, een kunstenaar en een intellectueel, worden geconfronteerd met een vluchteling die onderdak zoekt.

'Met de actuele ontwikkelingen in Turkije is dit verhaal voor de Koerden alleen maar prangender geworden.'

Als vertaler voelt Nemir de verantwoordelijkheid om de originele stijl van de auteur te handhaven en over te brengen in de vertaling, dus tekstueel is Tosca dichtbij het origineel gebleven. Maar dat laat onverlet dat het publiek dat bekend is met de opera een aantal verrassingen zal tegenkomen in deze Koerdische versie. Zo is de revolutionaire strijder Angelotti veranderd in een vrouw. ‘De rol van vrouwen is erg belangrijk in de Koerdische cultuur, en die wordt alleen maar belangrijker. Vrouwen pakken de wapens op en strijden en sterven voor hun volk. Het is de ergste nachtmerrie van IS-strijders om gedood te worden door een vrouw, want ze geloven dat ze dan niet naar het paradijs gaan. Door Angelotti in een vrouw te veranderen, wordt de opera nog revolutionairder.’

Ook zijn er in de bewerking een aantal Koerdische elementen toegevoegd. Zo heeft de oorspronkelijke muziek geen plaats meer in de opera, maar arrangeerde Ardaşes Agoşyan een nieuwe muzikale vorm, gebaseerd op het oude Mesopotamië en bekende Koerdische melodieën. Het verhaal wordt verteld door twee dengbêj, troubadours uit de Koerdische verteltraditie die zingend langs dorpen trokken om te verhalen over grote thema’s als liefde en rouw. ‘Met Tosca wilden regisseur Celil Toksöz en ik de wereldse, Italiaanse opera combineren met de Koerdische traditie. Het verhaal van Tosca komt ook erg overeen met het klassieke liefdesepos Rizgan en Noure uit de Koerdische literatuur. En daarbij is het een ontzettend actueel thema: het gaat over verraad, macht en onderdrukking. Met de actuele ontwikkelingen in Turkije is dit verhaal voor de Koerden alleen maar prangender geworden.’

Het was nog spannend of de opera wel opgevoerd zou kunnen worden. In de afgelopen drie maanden werden alle Koerdische burgemeesters in Turkije afgezet en theatergezelschap Rast verloor bijna het halve budget. Heel even dachten de regisseur en de acteurs aan opgeven. Maar dat was voor Nemir nooit een optie. ‘No retreat, no surrender,’ zegt hij – ondanks de moeilijke situatie waar de Koerden zich in bevinden – met een lach. ‘We gaan door.’

Onze kunst zal voortleven

In Turkije op het podium staan met Tosca is een droom die voor Nemir waarschijnlijk niet waargemaakt kan worden. Wel ging twee maanden geleden zijn vertaling van Shakespeares A Midsummer Night's Dream in première – noodgedwongen gebeurde dat in een winkelcentrum, want met het afzetten van de burgemeesters werd ook een streep gezet door Koerdische cultuur op Koerdische podia. ‘Het is heel pijnlijk dat ik niet in mijn moedertaal kan optreden in mijn thuisland. Als ik in Turkije was gebleven, zat ik nu waarschijnlijk in de gevangenis. Ik weet niet of ik ooit nog terug kan. Maar ik zal blijven vasthouden aan onze kunst en die laten voortleven.’

Die extreme gedrevenheid is ook af te lezen aan de gigantische hoeveelheid boeken die hij schreef en vertaalde – waaronder duizenden gedichten en meer dan honderd boeken die hij in het Koerdisch vertaalde. Ook vertaalde hij honderd korte verhalen uit het Koerdisch in het Turks. En bovenop zijn werk als vertaler is hij zelf ook nog auteur van twaalf dichtbundels, waarvan de laatste, Soneyên Sewdaser, een bundel met 127 sonnetten, net gepubliceerd is na maar liefst 23 jaar noeste arbeid.

‘Ik houd nooit op met werken, en ik heb alles al gepland wat ik nog wil doen in de rest van mijn leven. Het is een soort wraak om zo hard te werken voor mijn moedertaal en cultuur. Als kind werd ik op school geslagen vanwege mijn moedertaal. De docenten leerden ons Turks door ons te slaan en te beledigen. Op momenten dat ik moe ben, denk ik terug aan dit trauma, en dan ga ik weer aan het werk.

Een jaar of zeven geleden was ik boeken aan het signeren. Een oudere man kwam naar me toe en vroeg of ik wist wie hij was. Hij bleek een van mijn oude leraren te zijn. “We hebben geprobeerd om jullie te assimileren, om jullie Turks te maken,” zei hij tegen me. “Door een Koerdisch schrijver te worden, heb je het beste gedaan wat je had kunnen doen.”’

'Ik ben op mijn vijftiende begonnen met schrijven, en ben nooit meer opgehouden. Ik voelde: ik moet iets historisch doen voor mijn moedertaal.'

In de jaren tachtig was het gebruik van de Koerdische taal in Turkije officieel verboden. ‘Op de markt stonden ze boetes uit te delen. Vijf lira voor ieder Koerdisch woord dat je sprak. Veel mensen zijn daardoor hun moedertaal kwijtgeraakt. Mijn generatie, die schoolging in deze jaren, is daardoor erg strijdvaardig geworden. In de jaren negentig opperde ik dat we een beweging moesten oprichten. Iedereen lachte me uit, want we hadden niets. Waar moet je beginnen? Ik ben op mijn vijftiende begonnen met schrijven, en ben nooit meer opgehouden. Ik voelde: ik moet iets historisch doen voor mijn moedertaal.’

En daar is de literatuur het aangewezen middel voor. Hij wil de Koerdische literatuur niet alleen aan de rest van de wereld laten zien, maar juist ook de wereld naar het Koerdisch brengen. ‘Dat is wat het Koerdisch nodig heeft: nieuwe woorden en nieuwe manieren van uitdrukken. Door wereldliteratuur in het Koerdisch te vertalen, bijvoorbeeld grote auteurs als Shakespeare, Arthur Miller, Melville of T.S. Eliot, wordt ook de Koerdische taal rijker en krachtiger. Dit zijn de scheppers van de Engelse taal, door hun werk te vertalen breng je diezelfde kracht over in het Koerdisch. Shakespeare is voor mij het startpunt geweest. Ik dacht: we moeten beginnen bij het allermoeilijkste.’

Literaire revolutie

Het doorzettingsvermogen en het schrijven van Nemir en zijn generatiegenoten heeft effect: er heeft zich een revolutie voltrokken in de Koerdische literatuur van de afgelopen decennia. ‘Door de vertalingen is de Koerdische poëzie ontzettend gemoderniseerd. De literaire ontwikkelingen die zich de afgelopen drie eeuwen in Europa hebben voltrokken, razen nu allemaal tegelijkertijd door de Koerdische literatuur heen. Precies daarom zijn dingen als Tosca zo belangrijk.’

‘Ik vind het heel erg dat ik mijn vaderland heb moeten verlaten, maar tegelijk ben ik ontzettend dankbaar voor alle kansen die ik hier heb gekregen. Ik had nooit voor de Koerdische taal kunnen doen wat ik nu doe als ik in Turkije was gebleven. Vrienden in Turkije vragen me soms hoe het is om in Nederland te leven. Onvoorstelbaar, zeg ik dan. Zoveel schrijvers die hier allemaal ondersteund worden! Dat is echt ongelooflijk.

Ik hoop dat op een dag Turkije ook zo zal zijn: vrij, democratisch, en met vrede tussen de Turken en de Koerden. In Turkije kan alles op ieder moment weer totaal anders zijn. De tijd zal leren hoe het verder gaat. Ook voor de Koerdische literatuur. Of Tosca een succes wordt weet ik niet, maar mijn dromen worden alleen maar groter en groter. Het is een manier van protesteren, en teruggaan is geen optie. Het is een kwestie van durven, iemand moet beginnen, maar in de nabije toekomst zal er een nieuwe generatie zijn die het nog beter doet. Mijn generatie heeft de deur opengeduwd, het is aan de nieuwe generatie om daar nu doorheen te stappen.’

Kawa Nemir Kawa Nemir. Foto door Martine Bibo

Tosca gaat op 25 oktober in première in het Internationaal Theater in Amsterdam en is daarna te zien in Den Haag, Utrecht, Rotterdam en Podium Mozaïek in Amsterdam. De voorstelling wordt in het Koerdisch gespeeld met Nederlandse boventiteling. Meer informatie en tickets via Theatergezelschap Rast.

Kawa Nemir (1974) is een Koerdisch dichter, schrijver van korte verhalen, vertaler en redacteur. Hij studeerde Engelse taal en literatuur en klassieke talen aan de Hacettepe Universiteit in Ankara en aan de Universiteit van Istanbul, maar werd vanwege zijn betrokkenheid met de Koerdische cultuur van de universiteit verwijderd. Inmiddels heeft Nemir een onuitwisbaar stempel gedrukt op veel belangrijke werken uit de Koerdische literatuur. Tussen 1997 en 2003 werkte hij als hoofdredacteur van de Koerdische literair-culturele tijdschriften Jiyana Rewşen en Rewşen-Name. In 2003 richtte hij uitgeverij Bajar op, die zich tot doel stelt om klassiekers uit de wereldliteratuur in Koerdische vertaling te publiceren. Kawa Nemir heeft inmiddels ruim 8000 gedichten uit het Engels vertaald, onder meer van grote namen als Shakespeare, Keats, Shelley, Wordsworth, T.S. Eliot en Yeats. Daarnaast vertaalde hij 100 korte verhalen uit het Koerdisch in het Turks. Hij vertaalde bovendien ruim 100 boeken in het Koerdisch, waarvan de meeste uit het Engels. Bijna een kwart van deze boeken is inmiddels gepubliceerd. Hij voltooide de vertaling van de Ulysses van James Joyce, zijn belangrijkste vertaalwerk waaraan hij zeven jaar werkte, in het Amsterdam Vluchtstad-appartement.

Amsterdam Vluchtstad Sinds 1997 biedt Amsterdam Vluchtstad, een activiteit van het Nederlands Letterenfonds, tijdelijk onderdak - vaak voor een periode van een jaar - aan een schrijver, dichter of journalist die in zijn of haar land omwille van zijn geschriften wordt vervolgd, bedreigd, of anderszins in zijn of haar schrijverschap wordt belemmerd. In dat jaar sloot Amsterdam zich officieel aan bij het internationale netwerk van Vluchtsteden, dat door Salman Rushdie in het leven is geroepen. De schrijvers worden gehuisvest in het voormalige woonhuis van de familie van Anne Frank aan het Merwedeplein te Amsterdam. Het Letterenfonds werkt ten behoeve van Amsterdam Vluchtstad nauw samen met de Anne Frank Stichting in Amsterdam.

Laurie Hasselt

Junior Communicatie

bureau

l.hasselt@letterenfonds.nl

lees meer