titels

Zwitserse auteurs uitgelicht

De grote angst in de bergen

1 september 2019

Werk van Zwitserse auteurs komt in relatief bescheiden mate via vertalingen uit het Duits, het Italiaans of het Frans tot ons. Maar na Simeliberg van Michael Fehr en de Sez Ner-trilogie van Arno Camenisch, twee poëtische vertellingen die eerder voor de Europese Literatuurprijs waren genomineerd, telden we dit jaar al zes werken in vertaling. In twee daarvan heeft het Letterenfonds geïnvesteerd. Toevallig worden beide titels aangehaald in de zomerbijlage van Trouw over vakantieland Zwitserland. Via de literatuur kijk je plotseling door een heel andere bril naar dat idyllische berglandschap.

De verhalenbundel Ik ben de broer van XX van Fleur Jaeggy is uit het Italiaans vertaald door Hilda Schraa voor uitgeverij Koppernik. De bergen spelen er als achtergronddecor nauwelijks een rol, behalve in het volgende fragment: “Haar zoon had zich van een rots laten vallen, in de prachtige Via Malakloof waar ze hem als kind mee naartoe nam om naar de ravijnen te kijken. Jörg keek verongelijkt naar dat water onderin, hagedisgroen, daarbeneden, in de diepte. De moeder sleepte hem mee omhoog om naar de diepte te kijken. Om hem te dwingen naar beneden te kijken. Hij leed aan hoogtevrees. Zijn tred was onvast. Hij was fijngevoelig, lusteloos. En de moeder, die zijn hand vasthield, vond dat maar niets.” Recensent Gerwin van der Werf schrijft dat Jaeggy is vervuld van een diep verlangen te verdwijnen in zoals Jaeggy het zelf noemt il vuoto, de volmaakte leegte. Das Nichts, le vide.

Geen vrolijke vakantieliteratuur, net zomin als het boek van Charles-Ferdinand Ramuz dat vijftig jaar eerder werd geschreven: De grote angst in de bergen. De roman is nu door Rokus Hofstede uit het Frans vertaald voor uitgeverij Van Oorschot, en is een van de zes titels in de Schwob-actie dit najaar. Bij Ramuz is de natuur onverbiddelijk en de mens slachtoffer van onverklaarbare rampen. Recensent en schrijver Yolanda Entius leerde bij Ramuz dat je geen bijzondere terminologie nodig hebt om het wezen van het landschap te treffen: “Daar staan opnieuw torens, pieken en spitsen bij duizenden voor je uitgespreid, en vanwege de grote afstand lijkt het wel alsof je erboven staat, hoewel ze wit, helemaal wit zijn, en wanneer de zon ze rechtstreeks beschijnt, goudgeel of roze: van roze marmer, of van metaal, van goud, van staal, van zilver; zo vormen ze in de wijde omtrek om je heen als een kroon van edelstenen – die andere kant van de bergketen waar Joseph nu was aanbeland.”

Je zou denken dat het isolement van het plattelandsleven in de bergen tegenwoordig, nu internet en smartphones overal zijn, niet meer zo voelbaar zal zijn voor de (fictieve) inwoners van hooggelegen dorpen. Maar wie Simeliberg of Sez Ner leest weet dat het antwoord ook daarop niet eenduidig is.

Via Malakloof

Links

Details

De grote angst in de bergen
Uitgeverij Van Oorschot, 2019