weblog

Eenheid in diversiteit

23 juni 2019

Ieder jaar struin ik aan het begin van de zomer over de Marché de la Poésie: vijf dagen poëzie in de open lucht, op het plein voor de Saint-Sulpicekerk. Een mooie gelegenheid om uitgevers en bekenden tegen te komen, dichters te horen, bundels in te kijken, en om simpelweg te zien wat er bestaat. Anders dan in Nederland verschijnt poëzie in Frankrijk veelal bij kleine uitgeverijtjes die in de reguliere boekhandel (lees: de FNAC) slecht vertegenwoordigd zijn.

De grote Parijse uitgevers houden het vaak bij gecanoniseerde (dus meestal dode) dichters, en ook in de pers komt de hedendaagse poëzie er meestal bekaaid vanaf. Gelukkig zijn er veel kleine tijdschriften, soms prachtig uitgegeven, die wel oog hebben voor wat er buiten de bestsellermainstream valt. De Marché de la Poésie is dan ook een uniek podium waar je van alles kunt ontdekken wat doorgaans onder de radar blijft.

Keurkorps

In Frankrijk valt daar zeker ook de Nederlandse poëzie onder. Des te mooier is het dat dit jaar op de 37e editie van de Marché Nederland als eregast centraal stond, dankzij het publiciteitsoffensief dat het Letterenfonds al een paar jaar in Frankrijk voert onder de noemer Les Phares du Nord. Ook in de poëzie geldt dat de aanval de beste verdediging is, en de troepen die voor deze vijfdaagse veldtocht waren ingezet waren dan ook een keurkorps van Nederlandse dichters van nu: Simone Atangana Bekono, Benno Barnard, Anneke Brassinga, Tsead Bruinja, Radna Fabias, Rozalie Hirs, Frank Keizer, Hester Knibbe, Astrid Lampe, K. Michel, Martijn den Ouden en K. Schippers. In twee dagelijkse programma’s, een rondetafelgesprek en een voorleessessie, kwamen zij hun werk presenteren en toelichten, in weer en wind, want de zon liet het nogal eens afweten. Ook het publiek trotseerde de storm en plensbuien en warmde onder de podiumtent zijn verkleumde botten aan onze poëzie.

Vertalersgesprek

De aftrap werd gegeven door Yves Boudier met een vertalersgesprek met Daniel Cunin, Jan Mysjkin, Victor Schiferli (Letterenfonds) en ondergetekende, dat ons dwong tot wat eigenlijk niet kan: generaliseren over wat Nederlandse poëzie kenmerkt en onderscheidt. Zodra je probeert alles onder één noemer te vangen schiet je natuurlijk de ene na de andere uitzondering te binnen. De volgende dag leidde ik zelf een gesprek en stelde dezelfde vraag aan Anneke Brassinga, Tsead Bruinja en K. Schippers. Zij kwamen met een tamelijk bevredigende typering waar je alle kanten mee uit kunt: eenheid in diversiteit.

Ook de volgende dagen vonden er mooie gesprekken plaats, steeds met heel verschillende dichters, ondervraagd door Margot Dijkgraaf die iedereen boeiende reacties wist te ontlokken. Zo vertelde Simone Atangana Bekona over haar jeugd met een Kameroense vader en een Nederlandse moeder en hoe die identiteit haar werk beïnvloedt. Thema’s als engagement, dichten als jonge (of wat oudere) vrouw, opgroeien met de taal van bijbel zoals domineeszoon Martijn den Ouden of met een dichtende vader zoals Benno Barnard: er kwam van alles aan de orde, wat verhelderende inkijkjes in de verschillen tussen de Nederlandse en de Franse cultuur en samenleving opleverde.

Dijkgraaf, Fabias ea

Tweestemmig

Bij de voorleessessies werd door het publiek aandachtig geluisterd, ook naar het onbegrijpelijke Nederlands. Als ik op het podium zat kon ik de voordragende dichters jammer genoeg alleen op de rug zien, maar had ik wel goed zicht op de langslopende slenteraars die nu en dan stilvielen of nieuwsgierig om een hoekje kwamen kijken, getroffen door hun taalmuziek of stemgeluid: de vederlichte voordracht van Rozalie Hirs of een bijna grommende Anneke Brassinga bijvoorbeeld.

Brassinga

De vertalingen werden, zoals in Frankrijk vrij gangbaar is, voorgedragen door twee acteurs die zich de teksten geheel eigen hadden gemaakt, met verrassend effect. De gedichten van K. Schippers werden in een tweestemmige uitvoering nog speelser, die van Frank Keizer kregen een extra militante dimensie. Uiteraard geeft elke auteur zijn werk eigenlijk uit handen op het moment dat hij of zij het publiceert, en kan elke lezer het vervolgens lezen zoals het hem of haar goeddunkt, maar doorgaans doet hij dat in zijn eigen hoekje en niet waar de auteur bij zit. Een bijzondere ervaring dus, voor de dichtersdelegatie.

Sneeuw

De dagen werden afgesloten met concerten – muziek om de koude avonden op te warmen. Het was mooi om te zien – en te horen – hoe Janne Schra gedichten van Vasalis bracht, Henk Hofstede de Fransen meekreeg met Adamo’s ‘Tombe la neige’ nadat hij zich hardop had afgevraagd of hij er wel goed aan deed om dat te zingen (de sneeuw bleef nog drie dagen hangen in mijn hoofd), en de dichters samen met Lucky Fonz III uit hun dak gingen.

Fonz

Jammer dat de uitgevers tijdens de Marché niet veel tijd hebben om nieuwe dichters te komen ontdekken en ‘hun’ dichters in actie te zien, dacht ik toen ik die van Hester Knibbe even snel tien minuten naar haar zag komen luisteren voor hij terug moest om zijn stand te bemannen. Daar liep het dan ook storm: de doos exemplaren van haar Franse bundel die hij had meegebracht was aan het eind van de Marché nagenoeg uitverkocht. Gelukkig dus maar dat die vertalingen in druk er ook zijn, de bundels, tijdschriftdossiers en bloemlezingen zoals het gloednieuwe Poésie Néerlandaise contemporaine (waarin onder meer ook werk van Lieke Marsman, Marieke Lucas Rijneveld, Alexis de Roode, Alfred Schaffer, Mustafa Stitou en Anne Vegter is opgenomen). Ook de Nederlandse boekenstand deed er goede zaken mee: zo werd bijvoorbeeld ook de bundel van Radna Fabias uitstekend verkocht. Daarnaast waren er zoals ieder jaar nog de nodige poëzie-avonden in de “Périphérie” (de weken voorafgaand aan en volgend op de Marché), tot in Luxemburg aan toe, voor wie niet op de Marché kon zijn of na afloop moeite had om af te kicken. In november sluit de Phares du Nord-campagne af met een gastlandschap op het Festival des Littératures Européennes in Cognac. Genoeg gelegenheid dus voor alle Franstaligen om nog dieper in de Nederlandse poëzie en literatuur te duiken.

publiek

Links

signeren / boekhandelsstand

publiek

Schrijver

Kim Andringa

Kim Andringa (1977) is literair vertaler Nederlands-Frans, Frans-Nederlands en Fries-Frans en is daarnaast als universitair docent vertaling verbonden aan de universiteit van Luik. Ze vertaalt in hoofdzaak poëzie, maar ook fictie. Recent vertaalde ze Noctambulations (Nachtroer) van Charlotte Van den Broeck, Au coeur du coeur de l’écrin (In het hart van het hart van de schrijn) van Anne Kawala, en samen met Daniel Cunin Archaïques les animaux (Archaïsch de dieren) van Hester Knibbe.

Bekijk alle weblogs van Kim Andringa