weblog

ZWART #2: Coming of age

Het personage als rolmodel

7 januari 2019

Met welke verhalen groeide je op? En met welke verhalen had je willen opgroeien? Tijdens de tweede editie van de literaire talkshow ZWART sprak Sayonara Stutgard met Sabrine Ingabire, Tirsa With en Whitney Krens over zwarte coming-of-age-verhalen. Waar zijn de Bildungsromans die bijvoorbeeld ook de invloed van kolonialisme, identiteit en gelijkheid, de spanning tussen traditie en moderniteit en opwaartse mobiliteit thematiseren?

Hoe zag je leeslijst eruit? Met deze vraag opent Stutgard het gesprek. Wit, mannelijk. Shakespeare, Hermans, Multatuli – antwoordt Whitney Krens. Alleen die laatste vond ze interessant. Krens, geboren in Kenia en opgegroeid in Nederland, studeerde Engelse Literatuur en volgt de master Cultural Analysis aan de UvA. Ze is gespecialiseerd in dekolonisatie, emancipatie en intersectioneel feminisme. Liever dan op haar eigen Nederlandse leeslijst stortte Krens zich op Angelsaksische boeken; Nederlandse boeken die haar aanspraken waren moeilijk te vinden.

Die ervaring deelt ook Tirsa With, spoken-wordartiest, student cultuurwetenschappen en voormalig voorzitter van RADICAAL, de jongerentak van politieke partij BIJ1. Bovendien, zegt ze, “just because een verhaal een hoofdpersoon heeft die qua uiterlijk op je lijkt, betekent dat nog niet dat diegene bij jou aansluit. Identificatie is lastig als er weinig aanbod is, je moet het doen met wat je hebt.”

Foto: Bart Grietens

Foto: Bart Grietens

Voor de Vlaamse Sabrine Ingabire, schrijver, columnist, journalist en mensenrechtenactivist, was haar ervaring met lezen op de middelbare school anders dan voor Krens en With. In het Belgisch onderwijs dat zij genoot geen leeslijst maar een aantal verplichte boeken die iedereen moest lezen – Agatha Christie en Jane Austen waren de coryfeeën van haar literatuurlessen. Ze vond het niet erg om tijdens het lezen niet stil te staan bij zwart zijn, “omdat ik daar steeds al mee geconfronteerd werd in het echte leven”. Toch was het voor haar een confronterende ervaring toen ze Americanah van Chimamanda Ngozi Adichie1 las, dat ze cadeau kreeg van een zwarte vriend, omdat ze voor het eerst las over ervaringen die zo eigen waren aan haarzelf.

Ik moet toch een mens zijn die ik herken

De ervaringen van de drie roepen direct de vraag op: wat zoek je als je leest? Is het herkenning en identificatie? Het verbreden van je perspectief? Een venster naar een andere wereld? Dat alles tegelijk, misschien?

When you read, do you find yourself?” zegt With. Wat ze mist in het oorspronkelijk Nederlandstalige aanbod is een intieme band met de personages in de boeken die ze leest. Ze illustreert haar ervaring met een citaat van Zadie Smith (uit Changing My Mind):

"At fourteen I couldn't find words (or words I liked) for the marvelous feeling of recognition that came with these characters who had my hair, my eyes, my skin, even the ancestors of the rhythm of my speech. These forms of identification are so natural to white readers […] that they believe themselves above personal identification, or at least believe that they are identifying only at the highest, existential levels (His soul is like my soul. He is human; I am human). White readers often believe they are colourblind. I always thought I was a colourblind reader – until I read this novel [Their Eyes Were Watching God van Zora Neale Hurston]. [...] She makes "black woman-ness" appear a real, tangible quality, an essence I can almost believe I share, however improbably, with millions of complex individuals across centuries and continents and languages and religions..."

Foto: Bart Grietens

Mijn eigen leeservaringen als puber in gedachten houdend moet ik Smith gelijk geven. De eerste titels die me te binnen schieten als ik denk aan de boeken die mij begeleidden op weg naar volwassenheid zijn Murakami’s Norwegian Wood en Kundera’s De ondraaglijke lichtheid van het bestaan – een zekere hang naar pathetiek was mij als puber bepaald niet vreemd. Boeken waarvan de hoofdpersonages op het eerste gezicht weinig op mij lijken, die leven in een wereld zo anders dan de mijne: het Japan van de jaren zestig en Tsjecho-Slowakije ten tijde van de Praagse Lente. Ik groeide op in de meest gemiddelde gemeente van Nederland – een verworvenheid die ze inmiddels verloren is – en deed er een moord voor om te ontsnappen aan het in mijn puberogen ondraaglijk kleinburgerlijke bestaan aldaar. En ondanks al onze verschillen was het met name Murakami’s hoofdpersonage Toru met wie ik me verbonden voelde en op existentieel niveau identificeerde. His soul is like my soul. He is human; I am human. Die boeken waren destijds voor mij een deur naar een grotere wereld dan de mijne, en tegelijkertijd zo dichtbij mezelf als ik nog nooit was geweest.

En ik ben eenzelfde. Maar leg mij bloot, omdat ik zien wil wie ik toch nog ben. Ik moet toch een mens zijn die ik herken.

Hans Andreus, Sonnetten van de kleine waanzin

Vind je jezelf, als je leest, vroeg With. Ze zoekt in het lezen naar identificatie, maar niet per se naar personages die haar spiegelen. Liever wil ze zichzelf kunnen vormen naar de personages die ze tegenkomt. Het personage als rolmodel. Niet lezen over wie je bent, maar over wie je zou kunnen zijn of worden.

Wie spreekt jouw taal?

Voor Krens gaat lezen om belonging: waar hoor je bij? Als ze meer zwarte coming-of-ageverhalen had gevonden waarmee zich had kunnen identificeren, was ze naar eigen zeggen niet zozeer een ander mens geweest, maar wel sneller geworden wie ze nu is. Taal en meertaligheid spelen daarin een belangrijke rol: het Nederlands is niet haar moedertaal, en dat maakt dat een leeservaring anders is dan die van een moedertaalspreker. Het is opvallend en niet toevallig dat op deze avond veelvuldig Engelse woorden door de Nederlandse zinnen sijpelen en de drie sprekers voortdurend code-switchen.

Ook Ingabire voelt zich in meerdere talen gedeeltelijk ‘thuis’. Ze werd geboren in Rwanda en vluchtte naar België, waar ze opgroeide in de buurt van Brussel. Veel liefde was er daar niet voor het Nederlands. Er was zelfs een hek dat de Franse en de Nederlandse taal van elkaar scheidde. Het gevolg daarvan is dat ook haar eigen affectie voor het Nederlands ontbrak. Het verklaart ten dele waarom de drie gedurende de avond voornamelijk vertellen over niet-Nederlandse boeken.

Foto: Bart Grietens

Nervous Conditions van Tsitsi Dangarembga, over Tambu, een ambitieus meisje in postkoloniaal Rhodesië in de jaren ’60 – het eerste boek door een Zimbabwaanse schrijfster dat gepubliceerd werd in het Verenigd Koninkrijk in 1988 – wordt uitgebreid besproken. Ook in deze leeservaring is taal voor hen een centraal element: Krens vertelt dat ze langzaam maar zeker de taal van haar familie verleert naarmate ze langer in Nederland woont. Via taal vorm je een connectie, maar door het ontbreken van die gemeenschappelijke deler kost het haar steeds meer moeite om te connecten met haar eigen familie. “Het is troostend om te lezen dat anderen dat ook hebben meegemaakt.”

Geweldig dat ik dit niet begrijp!

Bij het lezen van De Kleenex Kronieken van Neske Beks had ze moeite met het vocabulaire: de betekenis van de Vlaamse woorden moest ze googelen. Deze leeservaring illustreert gelijk haar eigen punt, het laat zien wat het effect en het belang van taal is. De Vlaamse Ingabire dient haar meteen van repliek: “Wij hebben ook al die moeite gedaan om jullie te begrijpen!” Ook dichtbij huis is taal een heikele kwestie. Zo vertelt Ingabire dat bijvoorbeeld ook haar bijdrage aan de bundel Zwart 'vernederlandst' werd. “Deze woorden heb ik niet gebruikt, dacht ik toen mijn bijdrage voor het eerst weer onder ogen kreeg na redactie.”

De kwestie over taal leidt onherroepelijk naar de vraag: voor wie schrijf je? Wie is de lezer die jouw taal begrijpt? In Nervous Conditions wordt bijvoorbeeld met steeds wisselende termen naar familieleden en andere personages verwezen – zoals bij de oude Russen is het bijna niet te volgen wie wie is. ‘O, geweldig dat ik dit niet begrijp!’ was Ingabires eerste reactie bij het lezen. Zelf zou ze dan ook het liefst een boek schrijven voor haar mensen. Met woorden en termen die misschien niet iedereen begrijpt. “Waarom zou ik die woorden moeten vertalen? De rest van de wereld past zich wel aan.” Write for your own people, luidt de conclusie op de vraag of zwarte literatuur uitgelegd moet worden aan een wit publiek.

Foto: Bart Grietens

Het gevaar van een enkel verhaal

Pleidooien voor een diversere literatuur stuiten vaak op de kritiek dat een zoektocht naar representatie in de literatuur te eenzijdig is: moet je niet juist lezen om je wereld te vergroten, in plaats van je eigen kleine wereld weerspiegeld zien in een boek? Gaat het niet om het opdoen van nieuwe perspectieven? Juist dit argument lijkt me alle reden te geven voor een verruiming van (dat toch al zo abstracte begrip) De Canon. Valt er in de lijn van deze gedachte niet juist wat voor te zeggen om zoveel mogelijk verschillende stemmen te horen in onze literatuur, die over zoveel mogelijk verschillende ervaringen vertellen; zodat we ons in zoveel mogelijk verschillende mensen kunnen verplaatsen, nieuwe perspectieven kunnen opdoen?

Ik moet denken aan een TEDxTalk die Chimamanda Ngozi Adichie in 2009 gaf, over ‘het gevaar van een enkel verhaal’. Ze vertelt dat ze als kind voornamelijk Engelstalige boeken las zonder zwarte personages. Die boeken zorgden er weliswaar voor dat ze kennismaakte met nieuwe werelden, maar ook dat ze er nooit bij stil had gestaan dat mensen als zij ook konden bestaan in literatuur, dat besef kwam pas toen ze voor het eerst kennismaakte met Afrikaanse literatuur. Over de man die bij haar gezin als hulp in huis werkte, kon ze zich niets anders voorstellen dan dat hij ontzettend arm was, en toen ze later in Amerika ging studeren dacht haar kamergenoot dat ze niet vloeiend Engels kon spreken en naar volksmuziek luisterde. “Mijn kamergenote had een enkel verhaal over Afrika. Het enige verhaal van catastrofe. In dit enkele verhaal was er geen mogelijkheid dat Afrikanen op enige wijze op haar konden lijken. Geen mogelijkheid tot gevoelens complexer dan medelijden. Geen mogelijkheid van een band als gelijkwaardige mensen.” Adichie wil voorbij het enkele verhaal – volgens haar bestaat er niet één enkel verhaal, over geen enkele plek – en besluit met een pleidooi voor een veelheid aan verhalen.

Ik kan me niet voorstellen dat er een literatuurliefhebber zou protesteren tegen meer mooie verhalen. Schrijf ze dus vooral, en lees ze ook, hoe meer hoe liever. Met alle denkbare personages, of zelfs zonder personages wat mij betreft. Zet zoveel mogelijk verhalen op die leeslijst, zodat we voorbij kunnen aan het enkele verhaal. En om ook eens iets hoopvols te melden over die beruchte leeslijst: toen ikzelf Nederlands ging studeren, wist ik van gekheid niet waar ik moest beginnen met lezen. Een docent in mijn eerstejaarscursus moderne literatuur in 2013 noteerde bij de aan ons opgegeven lijst: “Dat de lijst zo lang is (en niet alleen lijkt), heeft te maken met de niet te onderdrukken wens iets zichtbaar te maken van de diversiteit van de recente Nederlandstalige literatuur.” Zo’n beetje alles wat je kon bedenken stond erop: niet alleen romans en poëzie, maar ook manifesten, traktaten, toneelteksten, songteksten, toespraken, essays, et cetera. Geschreven door mannen, vrouwen, Belgen, ‘migrantenauteurs’, postkoloniale auteurs uit Nederlands-Indië, Suriname en de Antillen.2 Echt, ze zijn er heus, die verhalen. Ook in het Nederlands. Het is wat harder zoeken misschien, maar er zijn mensen die hun best doen om ze zichtbaar te maken. En ook de drie sprekers van deze discussieavond hebben nog een aantal leestips voor hedendaagse jongeren die ze graag voor het voetlicht willen brengen: Bloed en beenderen, een young adult fantasyboek van Tomi Adeyemi (in het Nederlands vertaald door Angelique Verheijen); Weg naar huis van Yaa Gyasi (in het Nederlands vertaald door Nicolette Hoekmeijer) en What Sunny Saw in the Flames van Nnedi Okorafor. Lees, en begrijp niet.

1. In het Nederlands vertaald door Hien Montijn.

2. Voor wie nieuwsgierig is: een greep uit de selectie die ik opdiepte uit het archief, maar die ongetwijfeld nog veel groter zou kunnen zijn, in willekeurige volgorde: Anil Ramdas, Karin Amatmoekrim, Frans Martinus Arion, Edgar Caïro, Anton de Kom, Astrid Roemer, Hans Faverey, John Leefmans, Mustafa Stitou, Hafid Bouazza, Mohammed Benzakour, R.M. Soewardi Soerjaningrat, Noto Soeroto, Madjapaïtatma, Michaël Slory, Hella Haasse.

Links

  • Op 11 februari 2019 om 20.00 uur vindt de derde editie van talkshow ZWART plaats in De Nieuwe Liefde in Amsterdam. Meer informatie
  • Beluister op TXTRadio de eerste editie terug, met als thema: Wiens zwart?

Laurie Hasselt

Junior Communicatie

bureau

l.hasselt@letterenfonds.nl

lees meer