weblog

Een interview met Marije de Bie

“Mijn hele studie was één grote vertaaloefening”

10 december 2018

De twintigste editie van de Literaire Vertaaldagen staat in het teken van ‘oud’ en ‘nieuw’. Wat kunnen beginnende vertalers leren van hun ervaren collega’s – en andersom? Een mooie aanleiding om nader kennis te maken met Marije de Bie – een bekende in het boekenvak maar een nieuw gezicht in het Vertalershuis Amsterdam, waar ze sinds september als coördinator de scepter zwaait. In die hoedanigheid presenteert ze aanstaande vrijdag ook voor het eerst het Vertaaldagen-symposium. Wie waren haar leermeesters? En hoe waren haar eerste honderd dagen in het Vertalershuis?

“Wat me in het Vertalershuis goed bevalt is de mengeling van praktische, meer alledaagse activiteiten en tegelijkertijd bezig zijn met langere-termijnprojecten zoals workshops, literaire vertaalprijzen en symposia zoals de Vertaaldagen. Waaraan ik moet wennen is dat ik als coördinator voor veel meer verschillende dingen verantwoordelijk ben dan in mijn eerdere baan als redacteur bij De Bezige Bij. Daar werkte ik in een groot team waarin iedereen zijn eigen taak had, terwijl ik nu zelf meer tegelijkertijd in de gaten moet houden. Dat varieert van het onderhoud van het pand en het ontvangen van de vertalers tot het opstellen van financiële verantwoordingen en het presenteren van literaire avonden.”
“Bij het presenteren komt mijn ervaring als docent me wel van pas, ja. Natuurlijk is het iets anders om voor een publiek van driehonderd mensen te staan dan voor een klas middelbare scholieren, maar in beide gevallen moet je rust brengen en een goede balans vinden tussen jezelf blijven en af en toe ook een beetje overdrijven. Ter voorbereiding op de symposiumdag gaf Andrea Kluitmann laatst een workshop ‘Spreken in het openbaar’ voor de sprekers. Andrea weet de sterke kanten van mensen goed naar voren te halen en geeft op een prettige manier feedback. Voor mij was de belangrijkste tip dat je als publieke spreker mag uitvergroten, in dat ‘theatrale’ zou ik nog wel kunnen groeien.”

Heb je zelf ook ervaring met vertalen?
“Mijn studie klassieke talen was één grote vertaaloefening. Ik was de hele tijd aan het vertalen, of eigenlijk is het meer een vorm die tussen lezen en vertalen in zit. Je kunt Grieks of Latijn niet zomaar lezen, je moet altijd heel precies onderzoeken waarom de auteur voor welk woord gekozen heeft. Het was een zeer filologische studie. We waren diepgravend bezig met een tekst. Dat was typisch voor de UvA. In Oxford hebben ze bijvoorbeeld een andere aanpak, daar moet je heel veel lezen binnen betrekkelijk korte tijd zodat je een breed referentiekader opbouwt. Daarvoor is ook wel wat te zeggen, omdat dat overzicht je helpt om de cultuur-historische context en de vele intertekstuele verwijzingen te duiden.”

Die tegenstelling raakt aan het klassieke dilemma van letterlijk versus vrij vertalen?
“Ja, die slag heb ik niet gemaakt. Dat je je afvraagt hoe je het in het Nederlands zou moeten zeggen om hetzelfde effect te bereiken.”
“De eerste keer dat ik me goed realiseerde wat het betekende om literair te vertalen was een beetje een pijnlijke maar leerzame ervaring. Franco Paris werkte aan de vertaling van Tirza van Arnon Grunberg, een roman die ik als redacteur bij Nijgh & Van Ditmar geredigeerd had, en wees me op het inconsequente gebruik van de werkwoordstijden in dat boek. Onvoltooid tegenwoordige tijd, onvoltooid verleden tijd, voltooid tegenwoordige tijd en voltooid verleden tijd wisselden elkaar vrolijk af. Hij liep daarop vast bij het vertalen van Tirza in het Italiaans. Hij had gelijk, dat had ik als classica en redacteur toch moeten zien? Na dat gesprek viel me op dat in veel Nederlandse boeken relatief losjes met de werkwoordstijden wordt omgegaan. Het Nederlands verdraagt dit soort ‘slordigheden’ kennelijk, het Italiaans niet.”
“Als redacteur bij De Bezige Bij heb ik wel losse zinnetjes vertaald, quotes uit recensies of een paar zinnen uit een roman voor de aanbiedingsbrochure. Dan stuit je al snel op het probleem dat je bijvoorbeeld Italiaanse recensies niet letterlijk kunt vertalen, en op de vraag hoe je ze wél aantrekkelijk en overtuigend kunt laten klinken in het Nederlands. Een Italiaanse recensent gebruikt in de regel veel meer bijzinnen en bijvoeglijke naamwoorden, vergelijkingen en lyriek, en voor je het weet worden het in het Nederlands draken van zinnen.”

de maandelijkse lunch in het Vertalershuis met vertalers en fondscollega's

Met welke vertalers werkte je graag samen?
“Dat zijn er veel. Maar om één voorbeeld te noemen: de samenwerking met Mieke Geuzebroek en Pietha de Voogd was me dierbaar. Het was fijn om in hen een klankbord te vinden. Vanaf het begin hebben we samen aan de boeken van de Italiaanse auteur Paolo Giordano gewerkt, met z’n vieren vormden we als het ware een vast team. Natuurlijk was deze samenwerking extra bijzonder omdat ik de vertaalrechten voor Giordano’s debuut (De eenzaamheid van de priemgetallen) geacquireerd had en zijn werk een succes werd in Nederland.”

Vind je dat het werk van een auteur altijd vertaald moet worden door dezelfde vertaler?
“Als het goed gaat wel. Vaak vindt de auteur dat ook prettig, bij Giordano was dat zeker het geval. Hij was getroffen door de precisie van Pietha en Mieke. Een vertaler maakt zich natuurlijk het idioom, de belevingswereld, de manier van denken en schrijven van zijn of haar auteur eigen.”
“Een redacteur kiest graag voor een ervaren vertaler, zodat hij of zij zich geen zorgen hoeft te maken over de redactiefase. Tijdens de Vertalersfabriek in het Vertalershuis, waarbij beginnende vertalers samenwerken met ervaren vertalers, hebben we over de moeilijke ‘toegang’ tot literaire uitgeverijen voor jonge vertalers gesproken. Het interessante is dat ik het nu vanuit de andere kant bekijk.”

Wat zou je jonge vertalers nu aanraden?
“Zorg dat je zichtbaar bent, en zorg dat je een verhaal hebt. Ga met redacteuren in gesprek, laat merken hoe je kijkt naar en denkt over de literatuur van een bepaald land. Overtuig ze van je deskundigheid. Redacteuren besluiten vaak intuïtief wie een bepaald boek mag vertalen, je moet dan net op het juiste moment de juiste persoon op de juiste plaats zijn. Als je in beeld bent, word je misschien niet meteen gevraagd voor een vertaling maar bijvoorbeeld wel om een leesrapport te schrijven.”
“Zo ben ik zelf ooit ook begonnen. Tijdens mijn studie werkte ik als receptioniste bij de uitgeverijen op Singel 262. Daar werd ik op een gegeven moment gevraagd een leesrapport te schrijven. Mijn eerste rapport was echt zo’n degelijk schoolverslag waarin samenvatting, thema’s, personages en verklaring van de titel elkaar keurig opvolgden. Ik heb toen het geluk gehad dat twee redacteuren, Judith Uyterlinde en Jacqueline de Jong, met mij zijn gaan zitten om me uit te leggen wat ze echt wilden zien. Die samenvatting leest een uitgever ook wel ergens anders, ze willen juist een idee krijgen van jouw gevoel bij het boek: voor welke lezers is het interessant, aan wie zou je het boek zelf geven of aanraden en waarom, met welke boeken is het vergelijkbaar?”
“Met het schrijven van leesrapporten verdien je bijna niets, maar het is wel dé manier om te laten zien hoe je leest. Als je ook een paar door jou vertaalde zinnen in je leesrapporten verwerkt ter illustratie van de stijl van een auteur krijgt een redacteur vertrouwen in jou als lezer en als vertaler, en zal hij je sneller de kans geven om een boek te vertalen.”

de maandelijkse lunch in het Vertalershuis met vertalers en fondscollega's

Om nog even bij het thema van de Vertaaldagen te blijven: van wie heb je veel geleerd?
“Als ik er één moet noemen is dat Vic van de Reijt, de uitgever van Nijgh & van Ditmar waar ik het redacteursvak leerde. Hij heeft me leren redigeren, door naast me te gaan zitten en manuscripten die ik geredigeerd had bladzijde na bladzijde met me door te nemen. Of door mij in teksten die hij geredigeerd had te laten zien wat hij aangaf en waarom. Oog voor details op zinsniveau had ik al wel, maar door hem heb ik ook oog gekregen voor het grotere geheel: de constructie, opbouw en balans van het boek, inhoudelijke inconsequenties, waarachtigheid van personages et cetera.”
“En wat ook een belangrijke praktische les van Vic was: als je iets bedenkt, moet je het meteen doen. Dat komt me nu ook weer goed van pas. In het Vertalershuis moet je organisatorisch sterk zijn en alle potjes tegelijk op het vuur houden.”

In dat opzicht is het een eenzame functie?
“Ja dat is waar, maar ik werk één dag per week samen met secretariaatsmedewerker Machteld de Vries en huismeester Henk Ibelings, die me op allerlei terreinen heel fijn ondersteunen, en ik ben blij dat er steeds vijf vertalers in het huis verblijven. Op die manier praat ik tussen de bedrijven door met bij de literatuur betrokken mensen uit de hele wereld.”
“Ik had me ook voorgenomen om één dag in de week bij het Letterenfonds te gaan werken, juist vanwege de beleidsmatige kant en contacten, maar dat is er door de drukte nog niet van gekomen. Beleid is voor mij ook een nieuw aspect in deze functie. Het uitzetten van de grote lijnen. Wat vinden we (maatschappelijk) belangrijk?”

Wat wil je de komende jaren bereiken?
“De aanwas van nieuwe vertalers is op dit moment de grootste uitdaging. Vertalers uit het Nederlands, in de eerste plaats. Als je naar het recente gebruikersonderzoek kijkt, dan zie je dat er in de afgelopen jaren weinig vertalers van Nederlandstalige literatuur bij zijn gekomen, de helft is 55-plus. Voor vertalers in het Nederlands is er in de afgelopen tien jaar meer gebeurd. Maar ook daar zijn problemen. Hoe moet het verder als steeds meer talenstudies verdwijnen? Kijk naar vertalers als Frans van Nes en Jesse Niemeijer – feitelijk de enige vertalers uit het Estisch in Nederland, wie volgt hen in de toekomst op? Als de Vertaaldagen voorbij zijn wil ik mensen van afdelingen neerlandistiek en (ver)taalopleidingen ontmoeten, vertalers over dit onderwerp spreken, en op dit vlak samen met de fondscollega’s plannen gaan maken.”

Marije de Be Marije de Bie
Geboren in 1977 te Amsterdam
1996-2002: Grieks en Latijn, UvA. Afgestudeerd op De Nekyia-scène in Statius’ Thebais
2002-2003/2004-2005/2016-2017: docent klassieke talen op het Christelijk Gymnasium Utrecht, Amsterdams Lyceum en Stedelijk Gymnasium Haarlem
2003-2004: Master in Publishing in Oxford. Afgestudeerd op Translation policies of Dutch literary publishers
2005-2007: bureauredacteur bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar
2007-2015: acquirerend redacteur vertaalde fictie bij uitgeverij De Bezige Bij

Op het nachtkastje: “An Odyssey van Daniel Mendelsohn (vertaald als Een Odyssee door Peter Verstegen), over een bejaarde man die besluit de colleges van zijn zoon over Homerus te volgen – om de klassieke literatuur beter te begrijpen én om zijn zoon beter te leren kennen. Het boek werd me trouwens aangeraden door Anna Enquist, bij de vergadering met de jury van de Europese Literatuurprijs 2018.”

De aanwas van nieuwe vertalers is op dit moment de grootste uitdaging

Hanneke Marttin

Communicatie

bureau

pers, websites en social media, publicaties en projecten (waaronder de Vertalersgeluktournee)

h.marttin@letterenfonds.nl

lees meer