weblog

Reisblog #1: Hanna Bervoets in Ledig House

Het echte leven al bijna ontwend

2 augustus 2018

Op dag twaalf vertelt Justin me over ‘the residency guy’. Zijn naam is Justin kwijt, maar residency guy is een Amerikaanse schrijver die het hele jaar door in residenties verblijft.

Inschrijfdata en criteria houdt hij zorgvuldig bij, soms verstuurt residency guy wel twintig aanmeldingsbrieven per maand, hij reist van schrijvershuis in Utah naar kunstenaarskolonie Canada. Justin, een jonge schrijver uit Californië, kwam residency guy al twee keer tegen: tijdens een residentie in Berlijn, en twee jaar later nog eens in Amerika. “Ben jij niet eigenlijk ook een soort residency guy, dan?”, vraag ik hem. Nee, schudt Justin, want hij is ook wel eens thuis. Residency guy, daarentegen, heeft geen huis.

Een maand geleden had ik residency guy waarschijnlijk niet begrepen. Al dat geplan, gereis, geregel – het klinkt funest voor het schrijfritme. Maar nu ik zelf voor het eerst in een schrijvershuis verblijf, het Ledig House van non-profit organisatie Art Omi, begin ik te snappen wat deze man drijft.

Om te beginnen is residency guy een Amerikaan, en Amerikaanse schrijvers, zo heb ik hier geleerd, worden financieel niet ondersteund door fondsen of overheid. Optredens zijn meestal onbetaald, schrijvers in Amerika leven voornamelijk van hun voorschotten. Die voorschotten zijn een stuk hoger dan in Europa, maar de productietijd van een roman is langer, gemiddeld twee jaar nadat de definitieve versie van een manuscript is ingeleverd. Amerikaanse woonlasten zijn hoog, Amerikaanse schrijvers zijn arm: omstandigheden die de Amerikaanse residentiecultuur doen floreren. In talloze schrijvershuizen door het hele land, vaak gefinancierd door rijke weldoeners, mogen geselecteerde auteurs kosteloos wonen, soms wordt er zelfs voor hen gekookt. Ja, vanuit Amerikaanse context snap ik residency guy volledig. Maar ook als Europese schrijver kan ik me inmiddels in zijn levenswijze vinden. Tijdelijke schrijversverblijven bieden op zijn minst de mogelijkheid eindelijk een lange periode achterelkaar aan een boek te werken, maar in het beste geval is de residentie een magische omgeving die de schrijver volledig opslokt, om haar herboren aan de wereld terug te geven – ik geloof dat dat laatste het meest recht doet aan mijn ervaring.

Nu schijnt Art Omi een bovengemiddeld prettig verblijf te zijn. Dichter Tishani uit India is hier voor de derde keer, ook Justin is een alumnus: schrijvers blijven hier terugkomen, voor de rust, de ruimte, de sfeer. Het Ledig House staat op een heuvel, tussen bossen en private property, er zijn geen winkels of cafés in de buurt, niet eens een tankstation voor sigaretten. Je kunt hier uren lopen zonder iemand tegen te komen, het burlen van herten het enige teken van communicatie. Net zo aantrekkelijk: de ‘artists’ – in andere maanden verblijven hier dansers en beeldend kunstenaars – hebben een gigantische status op het terrein. We beschikken elk over twee kamers en een badkamer, er is een kok en een schoonmaker en mochten we toch sigaretten willen kopen dan worden we naar een Wallmart gereden, ja: alles wordt voor ons geregeld. Dat is luxe die de meesten van ons niet gewend zijn, en die ons in staat stelt ons volledig op het schrijven te richten.

Ik maak dagen van negen tot zeven, noest voor mijn doen, maar er zijn residenten die om zes uur ’s ochtends opstaan en ook na het eten doorschrijven. Die mentaliteit is aanstekelijk, iedereen is even gedreven en we weten, soms tot in de details, waar de ander mee bezig is. Justin uit Californië schrijft zijn roman van de verleden tijd om naar de tegenwoordige tijd, Ida uit Noorwegen verwerkt redactieaanwijzingen over een boek dat ze eigenlijk allang zat is, Nina uit Boston schrijft een lang essay over de maand november, Alena uit Brooklyn twijfelt of de tweede persoonsvorm haar nieuwe roman niet afstandelijk maakt – een kwestie waar ik zelf ook mee worstel: Alena en ik hebben eindeloze gesprekken over pro’s en cons van schrijven in de tweede persoon. Daarbij hoeven we elkaar niet uit te leggen hoe uiterst belangrijk de teksten op die laptops in onze schrijfkamers zijn – het betreft niet ons eerste boek en het zal ook niet ons laatste zijn, maar op dit moment zijn die teksten hetgeen waar we voor leven, en er zijn geen partners, vrienden of opdrachtgevers om ons van die waan te bevrijden. Zo gaan we volledig op in ons werk, in elkaar, zozeer dat de groep, negen schrijvers uit verschillende werelddelen, als een familie gaat voelen: er is een iets te luide tante en een oom met een ander wereldbeeld, er zijn neefjes en nichtjes waar ik een zekere verwantschap mee voel al komt het nooit tot een intieme band, en dan zijn er de broers en zussen waar ik alles mee deel, die ik soms zat ben maar toch ook niet missen kan – en dat al na de eerste week.

Hanna Bervoets samen met de andere residenten voor het Ledig House

Als Justin me over residency guy heeft verteld denk ik ook aan iets dat een collega-schrijver me voor vertrek zei: “Residenties zijn zo fijn omdat ze niet het echte leven zijn.” Dat geloofde ik graag, en het blijkt waar. Maar toch ook weer niet helemaal.

Hier, op onze berg, maken we allemaal hetzelfde mee, maar net zozeer als de gedeelde ervaring is het de gedeelde professie die ons bindt. Allemaal zijn we mensen die ervoor gekozen hebben onze dagen binnenshuis te slijten, schrijvend, terwijl de wereld buiten aan ons voorbij trekt. En hoewel we onze tijd in het Ledig House ook voornamelijk binnen doorbrengen voelt het hier, gek genoeg, soms of we plotseling wel degelijk aan de wereld deelnemen. We zijn in een nieuwe omgeving, horen nieuwe verhalen van nieuwe mensen, sommigen beginnen buitenechtelijke affaires; dat krijg je als je een groep gelijkgestemden samen op een berg zet. En nee: residenties zijn niet het echte leven, toch vertellen alle schrijvers hier dat ze zich meer levend, more alive, voelen dan in hun thuissteden. Ik begrijp wat ze bedoelen. Wij, professionele kluizenaars, maken eindelijk iets nieuws mee, dat we, verblind door de glans van het onbekende, misschien voor ‘echt leven’ aanzien, al bedoelen we met ‘echt’ waarschijnlijk slechts: opzwepend, exciting.

Zo is het Ledig niet alleen prettig om wat het heeft, maar ook om wat er ontbreekt. Al na twee dagen merk ik, voor het eerst in maanden, dat ik geen last heb van ordinaire stress; het gevoel dat ik ergens te laat voor dreig te komen – al heb ik geen idee waarvoor – is weg. Ik heb geen deadlines, geen afspraken, ik doe nooit boodschappen, hoef niemand terug te bellen: mijn telefoon heeft geen bereik op de berg.

Zo veel luxe maakt afhankelijk. Wanneer onze geweldige kok een avond niet komt opdagen raken we meteen onrustig. We staan in een goedgevulde keuken, negen volwassen schrijvers met allerhande capaciteiten, maar er is niemand die een tosti maakt of een ei bakt. In plaats daarvan wachten we gelaten af tot een assistent pizza voor ons bestelt – het echte leven al bijna ontwend.

Nee, residenties zijn niet het echte leven. Dat heeft ook een keerzijde. Perfect gerunde schrijversverblijven als het Ledig House doen ons inzien hoe gemankeerd het dagelijks leven eigenlijk is, hoe ver het afligt van hoe we onze wereld eigenlijk zouden willen indelen.

In de trein naar het vliegveld denk ik aan residency guy, hoe hij nu misschien ergens in Vermont zit, of Utah, of Mexico City. Voor vandaag heeft hij genoeg geschreven, aan het boek dat misschien wel zijn definitieve doorbaak zal blijken. Maar wie weet is hij al niet meer met doorbreken bezig, wie weet zit hij met een biertje op de veranda, zijn schrijversleven ingeruild voor een residentiebestaan: net als zoveel andere auteurs thuis laat hij de wereld aan zich voorbij gaan, maar dan zonder de banale zorgen over dagelijkse beslommeringen. En met een veel beter uitzicht.

Links

Tijdelijke schrijversverblijven bieden op zijn minst de mogelijkheid eindelijk een lange periode achterelkaar aan een boek te werken, maar in het beste geval is de residentie een magische omgeving die de schrijver volledig opslokt, om haar herboren aan de wereld terug te geven.

Schrijver

Hanna Bervoets

debuteerde in 2009 met de roman Of Hoe Waarom. Lieve Céline werd bekroond met de Opzij Literatuurprijs 2011. Daarna volgden Alles wat er was, Efter en Ivanov, waarmee ze de BNG Literatuurprijs 2016 won. In 2017 ontving Bervoets de Frans Kellendonk-prijs voor haar oeuvre. Kort daarna verscheen haar nieuwe roman Fuzzie, een modern sprookje. Daarnaast schrijft Bervoets essays en columns voor verschillende media, waaronder de Volkskrant en De Correspondent. Haar tweede avondvullende toneelstuk, CarryMe ging in 2018 in première. In het Ledig House werkte ze op uitnodiging van het Letterenfonds en Art Omi aan een nieuwe roman, die in 2019 bij uitgeverij Pluim zal worden gepubliceerd. Haar romans zijn of worden vertaald in het Arabisch, Duits, Engels, Frans en Turks.
hannabervoets.nl

Bekijk alle weblogs van Hanna Bervoets