weblog

Zes vertalers over het vertalen van Anne Frank

Vertalers als schatbewaarders

2 juli 2018

Het ziet er op het eerste gezicht alledaags uit, zes mensen aan een lange tafel die zich buigen over papieren, maar schijn bedriegt. Het is namelijk zeldzaam dat zoveel vertalers van dezelfde tekst bij elkaar zijn. En niet zomaar een tekst, maar een van de bijzonderste werken uit de Nederlandse canon.

Vertalers Dafna Fiano (Italiaans), Jacklyn Jiang (Complex Chinees), Susan Massotty (Engels), Hanneke Mattaar (Armeens), Philippe Noble (Frans) en Diego Puls (Spaans) kwamen donderdag 14 juni naar het Vertalershuis in Amsterdam om te spreken over de uitdagingen en problemen bij het vertalen van het werk van Anne Frank. De grote vraag tijdens deze dag is: hoeveel vrijheid mag een vertaler nemen? Wat opvalt, is de grote verantwoordelijkheid die daarbij wordt gevoeld door vertalers van Anne Franks werk. De vertalers zijn zich bij iedere zin bewust van het belang van het dagboek, de historische waarde ervan en ook van de noodzakelijkheid om Anne Franks nagedachtenis eer aan te doen. Steeds opnieuw blijkt hoe gewetensvol en doordacht ieder woord wordt vertaald: klopt het met de tijd waarin Anne Frank leefde, klopt het met haar leeftijd, hoe sprak het gezin Frank met elkaar?

De relatie tussen vertaler en schrijver die door het vertalen van de tekst ontstaat blijkt dan ook voor iedereen heel hecht en intiem. Als Susan Massotty vertelt dat de eerste vertaalster van Anne Frank in het Engels, Barbara Mooyaart-Doubleday, de stem van Anne hoorde tijdens het vertalen, knikken de andere vijf vertalers begripvol. Hoewel ze het verschijnsel eerst verklaren door de nabijheid in de geschiedenis – Mooyaart vertaalde het dagboek in de vroege jaren ’50 – en door haar intensieve contact met Otto Frank, zegt Philippe Noble ook: ‘Je hoort vaak een stem tijdens het vertalen.’ Maar van wie die stem is, is niet met zekerheid te zeggen.

workshop vertalen Anne Frank

Mikpoppetje

‘Wat zou het fijn zijn,’ verzucht Dafna Fiano, ‘als je wél Annes stem zou kunnen horen tijdens het vertalen, dan kon je haar van alles vragen.’ Regelmatig stuiten vertalers op woorden of zinnen die voor een vertaalprobleem zorgen, zoals het ‘mikpoppetje’ dat Anne voor Sinterklaas kreeg. Is dat een broodpoppetje, zoals je ook het woord ‘krentenmik’ hebt? Daar twijfelde Massotty aan: Anne was een beetje teleurgesteld geweest met het cadeautje, terwijl ze verder in het dagboek altijd heel blij was met eten. Susan Massotty vroeg het aan een paar oudere dames, die dachten dat het een popje was dat je op de kermis kon winnen. Maar volgens Barbara Mooyaart-Doubleday was het een stoffen pop waarin je je nachtgoed kon bewaren – dat had Otto Frank haar uitgelegd. De vraag is dan welke van de opties het meest waarschijnlijk is. Mooyaart-Doubleday kon het aan Otto Frank vragen, maar inmiddels is iedereen die Anne heeft gekend overleden – sterker nog, de generatie die de oorlog bewust heeft meegemaakt zal er over een paar jaar ook niet meer zijn. Daarmee komt de keuze bijna geheel op de interpretatie van de vertaler aan.

Dat valt niet mee, zeker als een taal veel verschilt van het Nederlands. Jacklyn Jiang, die werkt aan een vertaling in het Complex Chinees, heeft bijvoorbeeld het probleem dat het Chinees verschillende benamingen kent voor ooms, tantes, neven en nichten van moeders- of vaderskant. Daarbij is er ook nog een verschil in benaming van neven en nichten ouder of jonger dan degene die aan het woord is… Gelukkig is iets soortgelijks het geval in het Armeens, en kan Hanneke Mattaar helpen. Susan Massotty, Diego Puls en Philippe Noble, die alle drie rond het begin van de jaren ’90 het dagboek vertaalden en sindsdien betrokken zijn geweest bij tal van uitgaves rondom het werk van Anne Frank, benadrukken daarnaast ook hoe belangrijk het is voor een vertaler om vertrouwen te hebben in de eigen keuze. Hoe trouw en precies iedere vertaler de originele tekst ook wil vertalen, het werk moet in de doeltaal niet aan kracht verliezen.

Tienermeisje

Hoe verschillend alle talen ook zijn, de vertalers komen vaak voor dezelfde vraagstukken te staan. Zo is de stijl van Anne een belangrijk kenmerk van het dagboek. Diego Puls vindt het jammer dat hij bij zijn vertaling in 1993 de taal enigszins heeft gepolijst, en zegt dat hij nu liever de stijlfouten en onhandigheidjes die Anne schreef ‘mee’ zou vertalen. Hanneke Mattaar zegt dat ze zich inderdaad steeds moest inprenten dat Anne nog maar tienermeisje was, ook al was ze duidelijk een kind met talent. Susan Massotty kan het beamen: ‘Ik dacht tijdens het vertalen soms: verrek, dit is een kind, en dan toch zo moeilijk schrijven!’

Een van de grote uitdagingen bij het vertalen van het dagboek is het overbrengen van de ontwikkeling in stijl die Anne doormaakt tijdens het schrijven. Diego Puls wijst er ook op dat Anne tijdens haar verblijf in het Achterhuis nauwelijks meer met andere kinderen in aanraking kwam, en dat het daarom niet verbazend is dat ze zich heel volwassen uitdrukt. ‘En natuurlijk las ze, toen ze ondergedoken was, de hele dag door, er was niet veel anders te doen. Je ziet heel duidelijk de invloed van de boeken die ze las terug in haar eigen stijl.’ Daarnaast zijn er tal van woorden en zinsconstructies die Anne gebruikt uit het Duits afkomstig, omdat iedereen in het Achterhuis Duits met elkaar sprak. Ook het Haagse accent van de juffrouw of het grappige taaltje van Dussel (Fritz Pfeffer), een mengelmoesje van Duits en Nederlands, zijn moeilijk te vertalen. Een vertaler van Anne Frank doet er dus goed aan om eens een boek van Cissy van Marxveldt te lezen om Annes stijl beter te begrijpen, en om altijd een woordenboek Duits bij de hand te houden.

De directe wereld rondom de auteur mag tijdens het vertalen niet uit het oog worden verloren, maar uiteraard ook de omgeving van de toekomstige lezer niet. Voetnoten zijn een goede oplossing de historische context van het werk te duiden, maar vanwege de leesbaarheid zijn een aantal vertalers – en vooral hun uitgevers – ietwat huiverig om daarvan veel gebruik te maken. Toch pleit Philippe Noble voor het gebruik van voetnoten. Omdat in sommige extremistische kringen in Frankrijk de authenticiteit van het dagboek in twijfel wordt getrokken, gebruikten hij en zijn medevertaalster Isabelle Rosselin bij een recente uitgave van het werk de voetnoten om gebeurtenissen in het dagboek aan historische gebeurtenissen te koppelen. Daarmee bestendigen ze het belang van dit egodocument uit de Tweede Wereldoorlog voor de tijd waarin we nu leven. Zo blijken vertalers, hoewel vaak ongezien en onbenoemd, onmisbare bemiddelaars van teksten. Ze slaan niet alleen een brug tussen tekst en lezer, maar tussen de twee werelden die daarbij horen.

Foto van Anna Frank op Merwedeplein

Een vertaler van Anne Frank doet er goed aan om een boek van Cissy van Marxveldt te lezen om Annes stijl beter te begrijpen.

Schrijver

Esmé van den Boom

Esmé van den Boom (1993) is stagiair buitenland bij het Nederlands Letterenfonds. Ze studeerde Nederlands en Engels aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar ze momenteel de master Writing, Editing and Mediating afrondt. In haar masterscriptie doet zij onderzoek naar posthuman bodies in de korte verhalen van Ken Liu. In het academisch jaar 2016-2017 was ze Huisdichter van de RUG en bracht ter gelegenheid daarvan in oktober 2017 de bundel Zomerwee uit.

Bekijk alle weblogs van Esmé van den Boom