weblog

Het Nederlands Letterenfonds op de London Book Fair 2013

Manna in de woestijn

22 april 2013

Van maandag 15 tot en met vrijdag 17 april 2013 vond op Earls Court weer de London Book Fair plaats. Een afvaardiging van vijf Letterenfonds-medewerkers benutte de beurs om de Nederlandse literatuur onder de aandacht te brengen van buitenlandse uitgevers, festivals en andere literaire organisaties. Barbara den Ouden en Victor Schiferli blogden voor Boekblad vanuit de Letterenfonds-stand.

Zondagmiddag haast ik me vanaf Tate Modern, waar ik de indrukwekkende overzichtstentoonstelling van Roy Lichtenstein bezocht, naar het hotel in South Kensington. Victor is net geland, we gaan eerst lunchen en onze stand inrichten. Ook de lente is eindelijk gearriveerd en we wandelen in opperbeste stemming naar de beurs. Er is een uitgever benieuwd naar Pieter Waterdrinkers Lenins balsem, en ik vertel Victor dat de auteur me op het hart heeft gedrukt om bij het pitchen in te spelen op detectives als The Secret on the Red Square en The Da Vinci Code. We zijn het erover eens dat Lenins balsem veel beter is geschreven en meer te bieden heeft dan laatstgenoemde titel.

The Dinner uitgestald

Onze stand, klein maar op de beste plek van de beurs, vlak bij de roltrap waar iedereen voorbijkomt, is in een uur ingericht. We lopen nog even langs de stand van Atlantic waar de paperbackeditie van The Dinner prominent staat uitgestald, mooi omslag, in mijn ogen heeft het ook meer een young adult-uitstraling. We gaan ons even opfrissen in het hotel en zijn klaar voor onze eerste party. Op weg naar de Troubadour, een van de oudste pubs in Londen, wordt Victor op straat aangesproken door een literair agente – wat leuk denken we, maar zij dacht dat hij Bill Swainson van Bloomsbury was. Veel bekenden op de Ambo Anthos-party, waar uitgeversband Half on Signature optreedt. Chris Herschdorfer doet zijn best om ons welkom te heten; hij is nu al zijn stem kwijt. Van Uta Matten hoor ik dat de zegetocht van Het diner nog niet voorbij is want ook Oost-Europese landen gaan toehappen.

Het feestje van het Turkse Kalem Agency is twee deuren verderop en op de stoep gaan de gezelschappen van beide party’s naadloos in elkaar over. Daar praat ik met een Portugese uitgeefster over Het diner, ze zegt dat ze deze week gaat bieden ondanks twijfels of het boek in haar land een commercieel succes zal zijn. Ik vertel haar dat het niet zo aansloeg in Zweden, volgens de vertaler Per Holmer komt dat, omdat Zweden zich niet kunnen verplaatsen in het dilemma van de ouders: natuurlijk geef je je criminele kind, als je dat überhaupt hebt, aan bij de politie. De Portugese uitgeefster is gerustgesteld: ‘Oh yes, this dilemma is recognizable, we have criminals in Portugal too.’

Ze wil graag uitgenodigd worden voor ons Fellowship-programma, onder meer omdat ze Nederlanders zo aardig vindt: ‘You are the most latin of the Nordic countries.’ Victor staat te praten met een Duitse redacteur van Bertelsmann die ook naar Nederland wil komen. De fellowships spelen een cruciale rol bij de promotie van Nederlandse literatuur, fellows nemen elkaars advies en fondslijst serieus. Inmiddels is het laat, en ik vind het mooi geweest. We hebben niet gegeten en lopen om één uur ’s nachts terug naar ons hotel, een zak crisps etend. Dat is ons Dinner. (BdO)

http://www.letterenfonds.nl/images/2013-05/de_internationale_uitgeversband_half_on_signature_kleiner.jpg "De internationale uitgeversband Half on signature"

Eerste beursdag

Maandagochtend, eerste beursdag. Onze schema’s zitten de hele dag vol, elk halfuur een nieuwe afspraak, wat Barbara en mij eraan doet denken dat het nog lastig zal worden om vandaag tussendoor een stuk te schrijven voor ons blog. Maar Barbara heeft ‘s nachts al een heel stuk getikt op de mini iPad, ze zal dit in de loop van de dag proberen aan te vullen.

Op mijn schema staan Duitse, Engelse, Amerikaanse en Franse uitgevers. De dag begint goed met Steve Wasserman van Yale University Press, die Tip Maruggs De morgen loeit weer aan zal gaan uitgeven. Ik vergelijk Marugg met J.D. Salinger, iemand met een klein oeuvre die een teruggetrokken leven leed en de publiciteit schuwde. We zullen hem meer informatie sturen, misschien een van de spaarzame interviews die met Marugg zijn gemaakt.

Dan verschijnt Laurenz Bolliger van DuMont, die onze brochure 10 Books from Holland al gespeld heeft voordat hij naar de beurs kwam. Hij wil graag meer weten over Rembrandt van Typex, een boek dat in de belangstelling staat. We hebben de Engelse en Spaanse vertaling op de stand en ik laat die zien. Zijn collega Daniel Arsand van Editions Phébus gaf enkele jaren geleden de eerste vertaling ooit van Op Weg Naar het Einde van Gerard Reve uit, het werd matig verkocht maar Arsand zegt dat hij het belangrijk vond een boek zoals dit in het Frans verkrijgbaar te maken. Ik raad hem andere vroege titels van Reve aan: Werther Nieland, De Ondergang van de Familie Boslowits en De Avonden, dat ooit werd vertaald maar al decennia niet meer leverbaar is.

Christopher MacLehose is een eigenzinnige uitgever van de oude stempel. Hij gelooft heilig in Otto de Kat, van wie hij Bericht uit Berlijn gaat uitgeven, en van Cees Nooteboom wordt snel de vertaling van Brieven aan Poseidon verwacht. Een van de opvallende boeken uit onze brochure is *Pier en oceaan *van Oek de Jong. 800 pagina’s – dat is in deze tijden veel, ook al kunnen we er een groot gedeelte van ondersteunen. Jean Mattern van Gallimard is vol interesse, vooral ook omdat hij begin volgend jaar *Opwaaiende zomerjurken *uitgeeft, een boek dat na 34 jaar voor het eerst een Franse vertaling krijgt.

De kleine stand van het Fonds is voortdurend gevuld en de afspraken rijgen zich aaneen. Er is weinig tijd voor iets anders dan voortdurend het over boeken, auteurs, omslagen en aanvraagprocedures te hebben. Met Stefan Tobler van de kleine jonge uitgeverij And Other Stories loop ik naar de broodjesstand, onderwijl doorpratend en hem feliciterend met zijn eerste Booker Prize nominatie voor Deborah Levy’s Swimming Home. En er zijn successen te melden: zo zal Words Without Borders, een online tijdschrift, in de loop van volgend jaar een themanummer met Nederlandse literatuur presenteren. (VS)

http://www.letterenfonds.nl/images/2013-05/stand_kleiner.jpg "De stand van het Nederlands Letterenfonds"

Tweede beursdag

De tweede dag van de beurs: dinsdagochtend loop ik naar de collectieve stand van de Fransen voor een afspraak met Heloïse d’Ormesson, uitgever van onder anderen Vonne van der Meer, Arnon Grunberg en Stefan Brijs. Ze toont veel interesse in Josha Zwaan en Pieter Waterdrinkers boek Lenins balsem en kocht enige tijd geleden de rechten van Vonne van der Meers De vrouw met de sleutel.

Snel weer terug naar de stand voor Lena Luczak van Wagenbach, die vertelt onder de indruk te zijn geweest van Hermans’ Au pair – een boek dat ze niet zelf uitgaf maar in vertaling las. Aufbau heeft het uitgeven maar zal waarschijnlijk geen nieuwe boeken van Hermans meer brengen, misschien zijn er nog meer parels in het oeuvre? Zeker zijn er parels in dat oeuvre, zeg ik – denk aan de nog niet vertaalde korte verhalen of een roman als Herinneringen van een engelbewaarder.

Heel goed is het nieuws van Edwin Frank, redacteur van New York Review of Books Classics, die na Marcellus Emants en Nescio nu een geheel nieuwe vertaling gaan uitgeven van Max Havelaar van Multatuli – iets dat zeer opvallend is te noemen. Ina Rilke heeft toegezegd die klus op zich te zullen nemen. Frank is sowieso verheugd te horen dat Stoner een succes is in Nederland – in zes maanden tijd zijn er bij ons al bijna net zoveel exemplaren verkocht als in Amerika in 47 jaar.

De toekomst ziet er niet helemaal slecht uit voor overleden schrijvers met boeken over deprimerende huwelijken, iets waarmee je normaal gesproken niet meteen de handen op elkaar krijgt in de sales conference… Frank kijkt belangstellend naar de andere boeken die we in onze catalogus Dutch Classics hebben: Haasse, Reve, Alberts, Hermans. Wordt hopelijk vervolgd.

Tatjana Michaelis van Hanser meldt dat zij al voor verschijning de rechten kocht van Margriet de Moors Mélodie d’amour, haar nieuwe roman. Ook Dit zijn de namen van Tommy Wieringa zal bij haar verschijnen. Met Chad Post van Open Letter, een kleine onafhankelijke uitgever uit Amerika, praat ik over de pas verschenen vertaling (door Sam Garrett) van Arnon Grunbergs Tirza die een mooie recensie kreeg in de LA Times. Er is ook een artikel in de New York Times in aantocht zegt hij, en hij zal naar ander werk van Grunberg kijken.

Het is tijd voor de lunch en ik ga naar boven, naar de conference room, waar Michael Krüger van Hanser zijn lifetime achievement award krijgt in bijzijn van veel vrienden uit het vak. Het is er druk en Krüger doet glimlachend een stropdas om die hij van een collega krijgt. Hij lijkt een beetje beduusd, still crazy after all these years. Wijn en borrelhapjes gaan rond alsof het al borreluur is, maar ik moet nog lunchen dus snel weer terug naar de stand waar nog acht afspraken op me wachten.

Nieuwe contacten en reeds lang bestaande relaties – iedereen is vol interesse voor de boeken van onder meer Hanna Bervoets, Oek de Jong, Stefan van Dierendonck, maar ook ouder werk van Stephan Enter en Manon Uphoff. Aan het einde van de dag komt Henry Rosenbloom langs, de Australische uitgever die recent Tonio van A.F.Th. van der Heijden aankocht – het zal de eerste uitgave van het werk van Van der Heijden in het Engels zijn. (VS)

Priester met allergie

Een van de beste boeken die ik onlangs las, is Stefan van Dierendoncks En het regende brood, een debuutroman over een onwaarschijnlijk maar waar gebeurd verhaal: een jonge priester blijkt allergisch voor hostie. De kerk weigert tot aan het Vaticaan toe om het heilige voedsel voor hem aan te passen en het leidt uiteindelijk tot zijn vroege en zelfgekozen dood. De roman geeft een mooi inkijkje in een wereld die ik niet zo goed kende, maar laat ook zien hoe het strikt naleven van de regels tot resultaat heeft dat we de wezenlijke inhoud uit het oog verliezen en onszelf niet vinden maar juist kwijtraken.

Dinsdag voel ik me op de London Book Fair ook een klein beetje door God verlaten, en krijg ik het gevoel dat ik iets aan de man wil brengen waar niemand op zit te wachten. Ik heb veel gesprekken met uitgevers uit de crisislanden, en zij klagen, terecht, waardoor ik schroom om over de 800-pagina’s dikke roman van Oek de Jong Pier en oceaan te beginnen.

Ook de twee post-apocalyptische romans in onze brochure lijken niet geschikt, misschien iets te veel van het goede voor een Griekse of Spaanse uitgever. De Italiaanse rechtendame van Neri Pozza voelt zich verslagen door Newton Compton die boeken voor 0,99 euro aanbiedt, hier kan niemand meer tegenop. Een Zweedse uitgever die ik nog nooit heb ontmoet en die drie titels van Cees Nooteboom gaat heruitgeven, komt niet opdagen.

Een Slowaakse uitgeefster kijkt verlangend naar onze vertalingen van Het diner, tot haar grote verdriet wil de enige Slowaakse vertaler die er is, het boek niet lezen en vertalen omdat het hem veel te commercieel is. Hij heeft zijn zinnen gezet op Erik Menkvelds Het grote zwijgen. Ik raad haar aan om een two-book-deal met de vertaler af te sluiten. De rechtendame van een Russische uitgeverij moet schamper lachen wanneer ik de plot van Hokwerda’s kind uit de doeken doe: ‘I have heard this synopsis hundred times today’.

De IJslandse uitgever vertelt me dat voor de eerste keer mijn advies om een bepaalde titel te kopen niet tot het gewenste resultaat heeft geleid: ‘Even my daughter, who always finishes a book, couldn’t read it, she just didn’t get it’. Hij is the uitgever van Fifty Shades of Grey, en wanneer ik hem vraag waarom mijn tip niet heeft gewerkt, oppert hij ‘Maybe not enough sex?’ Hij vraagt me om een nieuw boek, maar ik voel me verlegen. Ik laat hem de Franse vertaling van Bonita Avenue zien, en hij is meteen enthousiast.

Opeens klinkt er een luide schaterlach naast me. Victor heeft aan een Duitse uitgeefster verteld over En het regende brood, ze vindt het bijzonder grappig, een priester die allergisch is voor een hostie. Haar aanstekelijke lach is als manna in de woestijn. (BdO)

http://www.letterenfonds.nl/images/2013-05/victor_met_de_duitse_uitgeefster_christine_popp_van_luchterhand_en_studente_kleiner.jpg "In gesprek: Victor Schiferli en uitgever Christine Popp in de stand"

Laatste dag

Op de laatste dag wordt de gebruikelijke vraag die dient als ijsbreker (“How is your fair?”) veranderd in “How was your fair?” De beurs is zeker nog niet voorbij maar het zit er nu wel bijna op, waardoor gesprekken soms verzanden in anekdotes of vragen over de begrafenis van Margaret Thatcher en de te verwachten chaos in het verkeer. Vermoeidheid, opluchting en vrolijkheid overheersen. En uitgevers blijven altijd uitgevers, ook als je ze bij de koffiebar of buiten rokend tegenkomt gaat het binnen een minuut weer over een bepaald boek, een gemiste titel of een ontvangen bod.

Op de zo gunstig gelegen stand van het Letterenfonds beginnen zich mensen te melden die naarstig op zoek zijn naar het nummer van een andere stand, een paperclip of oplader voor een bepaald type telefoon. Zelfs als je midden in een gesprek bent – maar wij blijven beleefd volgens het oude Chinese principe: I smile and kill you. Naast de stand staat nu een gezelschap van drie masseurs die aan het werven zijn voor een kwartier ontspanning. Tijdens de gesprekken kijken we uit op mensen die geknield op krukjes zitten, de ogen gesloten terwijl het geroezemoes van de beurs gewoon doorgaat.

Maar hoe was onze fair? Die was toch redelijk goed te noemen, met als opvallende en verheugende berichten de verkoop van Jan Brokkens De vergelding aan het Duitse Kiwi, de Australische uitgever Scribe die Toniovan A.F.Th. van der Heijden en Het seniorenbrein van André Aleman kocht, de al genoemde nieuwe Engelse vertalingen van klassiekers van Tip Marugg en Multatuli waarbij zich nog Kinderjaren van Jona Oberski heeft gevoegd (Pushkin Press). Bijzonder is ook het initiatief voor een Engelse uitgave van F. Bordewijks Blokken, vergezeld van illustraties van verschillende kunstenaars bij de kleine kunstboekenuitgever Negative Press.

Er zijn natuurlijk ook uitgevers die doorgaan met hun Nederlandse fondsauteurs zoals Cees Nooteboom in Engeland met Brieven aan Poseidon (MacLehose Press) en Margriet de Moor in Duitsland met Melodie d’amour (Hanser, Duitsland). De roman die hot was in Londen is in Nederland nog niet verschenen: De beslissing van Britta Böhler – waar verschillende grote uitgevers in Duitsland momenteel om strijden.

Bulgaarse, Litouwse en Roemeense uitgevers vechten om Het diner, de deadline voor de veiling is vlak na de beurs. We horen dat het al is verkocht aan Ethiopië en zijn benieuwd hoe een vijfgangendiner in het luxe restaurant De Kas zich laat vertalen in het Amhaars, en zal de kreeft het omslag halen? Er is veel belangstelling voor Bonita Avenue en de graphic novels over onze bekendste schilders: Vincent van Barbara Stok en Rembrandt van Typex, zojuist verschenen in het Engels bij SelfMadeHero, en zeer goed besproken in The Guardian.

Wat er zal worden van al onze hartelijke aanbevelingen zullen we leren in de komende weken, als we de follow up doen. Hopelijk dus snel meer nieuws van het front. En over een half jaartje is alweer de volgende beurs. See you in Frankfurt, zoals we dan zeggen. (VS)

Links

Barbara den Ouden

Beleidsmedewerker

buitenland

Vertaalbeleid buitenland fictie

b.den.ouden@letterenfonds.nl

lees meer