weblog

De taken van de schrijver

17 november 2017

“Olivier Rolin is ambassadeur van de Franse taal. Zijn werk heeft een complexe en lyrische stijl en is een pleidooi voor het behoud van het Frans,” aldus vertaalster Katelijne De Vuyst. In het kader van de Dag van de Franse taal werd Olivier Rolin door haar geïnterviewd aan de Radboud Universiteit. Rolin woont en werkt deze maand, op uitnodiging van het Nederlands Letterenfonds, als writer in residence in Amsterdam. Zijn recente roman Le météorologue, die gaat over de geschiedenis van de Sovjet-Unie en haar goelags, werd bekroond met de Prix du Style 2014. De Nederlandse vertaling van De Vuyst, De weerman, verscheen vorig jaar bij Uitgeverij IJzer.

Oliver Rolin (1947) bracht zijn kinderjaren door in Senegal en studeerde in Parijs, waar hij zich aansloot bij de maoïstische Gauche prolétarienne. Hij debuteerde in 1983 met de roman Phénomène futur. Inmiddels heeft hij meer dan twintig titels op zijn naam staan, zowel romans als reisverhalen, en is zijn werk meermaals bekroond en in vele talen vertaald. Terugkerende thema’s in zijn werk zijn de (koloniale) geschiedenis van Frankrijk, en de verhouding tussen fictie en realiteit. In Nederland werd Rolin zo’n tien jaar geleden bekend met De uitvinding van de wereld, waarin hij een dag uit het leven van de mensheid (21 maart 1989) beschrijft in 48 hoofdstukken; elk hoofdstuk is een pastiche op een boek uit de wereldliteratuur.

In een goedgevulde collegezaal gaat Katelijne De Vuyst met Rolin in gesprek. Naast studenten en universitair docenten, heeft de Radboud Universiteit deze Dag van de Franse taal ook aangegrepen om middelbare scholieren uit Nijmegen en omgeving met hun docent Frans, kennis te laten maken met de opleiding Franse taal en cultuur. Met wat vertaalhulp tussendoor was het college voor hen te volgen en raakten zij duidelijk geboeid.

Taal

Een van de scholieren stelt een cruciale vraag aan Rolin: “Wat is de belangrijkste verantwoordelijkheid van een auteur?” Rolin hecht veel waarde aan het levendig houden van de rijkdom van de taal en het doorgeven van die liefde voor taal aan lezers: “Je hebt vijf tot tien mogelijkheden om iets uit te drukken, maar ze drukken geen van alle precies hetzelfde uit, iedere mogelijkheid legt een ander accent. Dát is literatuur.” De Vuyst noemt Rolins stijl dan ook “complex en lyrisch.” Dat maakt het vertalen van zijn werk er niet gemakkelijker op: “Het gebruik van persoonlijke voornaamwoorden is bij Rolin bijvoorbeeld bijzonder.” Rolin bevestigt dat persoonlijke voornaamwoorden in zijn werk belangrijk zijn, vooral wanneer de verteller zich tot zichzelf richt. Hij doet dat namelijk niet in de ik-vorm: “Ik richt me tot mezelf met tu, niet met je.” Het gebruik van tu als verteller gaf moeilijkheden bij het vertalen, aldus De Vuyst: “In het Nederlands heb je ‘je’ en ‘jij’, terwijl het Frans alleen tu gebruikt. Ik moest in mijn vertaling goed expliciet maken dat het niet om een onpersoonlijke vorm van ‘jij’ ging.” Ook het vertalen van Russische woorden en zinnen in Le métérologue was een uitdaging – ze vroeg daarbij hulp aan specialisten.

Verwijzingen

In de teksten van Rolin komt veel intertekstualiteit voor. Het is niet zo dat Rolin die ‘knipogen’ naar auteurs uit het verleden met opzet in zijn boeken verwerkt: “Ik doe het niet expres. Bij veel auteurs heb ik bepaalde associaties, die associaties schrijf ik dan meteen op. Het is bijna een afwijking…” Tijdens het vertalen kwam De Vuyst erachter dat veel intertekstuele verwijzingen in Rolins teksten impliciet blijven. Dat maakt het vertalen, maar ook het lezen lastiger. “Ik heb daarom bij De leeuwenjager en Manet en De uitvinding van de wereld een nawoord geschreven om het voor de lezer wat makkelijker te maken. Vooral bij die laatste roman kwam daar kritiek op, een recensent verweet mij dat ik de lezer niet de vrijheid had gelaten om ‘de zoektocht zelf af te leggen’. Een vrij onzinnig argument, want in Frankrijk had vrijwel niemand de ‘verborgen boeken’ ontdekt. Ik twijfel eraan dat de Nederlandse lezer dat wel zou hebben gekund.”

Herinnering

Behalve getuigenis leveren over de rijkdom van de taal, wil Rolin met zijn schrijverschap ook – misschien wel in de eerste plaats – het verleden levend houden. De Vuyst vergelijkt hem daarom met Marcel Proust. Wanneer zij vraagt waar die hang naar het verleden vandaan komt, geeft Rolin aan dat schrijvers ervoor moeten zorgen dat de herinnering aan de dingen die aan het verdwijnen zijn, levend moet worden gehouden voor toekomstige generaties. Volgens hem zijn schrijvers gericht op het verleden, hun materiaal is het verleden. Hij benadrukt dat het verleden altijd in het hier en nu aanwezig is: “De tijd is geen snelweg, maar een labyrint.” Rolin beperkt zich niet tot de herinnering aan de Franse geschiedenis; hij is een echte cosmopoliet. In de roman Papieren Tijger voert het verhaal onder meer naar Indochina, in Meroë speelt het verleden van Soedan een belangrijke rol, en voor De weerman reisde Rolin naar Rusland. Daar werd hij gegrepen door het verhaal van de goelags: “Ik móest het vertellen, het is een van de grote rampen van de twintigste eeuw. Weinig Fransen kunnen een Sovjet-kamp noemen, en dat terwijl er zo veel doden gevallen zijn.”

Reacties

Eline Kuenen, docent Frans bij het Lyceum Elst, is enthousiast over de middag. De masterclass met Rolin was een succes voor haar en haar leerlingen: “Wij van het Lyceum Elst waren met vijftien bovenbouwleerlingen (4 havo, 4 vwo en 5 vwo) aanwezig. De masterclass stond in het teken van de Franse taal en literatuur, het oeuvre van Olivier Rolin en het schrijverschap tout court. Naast de indruk die een bezoekje aan de universiteit op onze leerlingen heeft achtergelaten, was het bijwonen van deze masterclass (geheel in het Frans!) natuurlijk best een uitdaging voor ze. De bijeenkomst was voor mij als docent (met een passie voor literatuur) erg inspirerend.” Het is bijzonder om te zien dat de Dag van de Franse taal een zeer divers publiek samenbracht: scholieren, studenten, docenten, een schrijver en een vertaler.


Op zondag 19 november a.s. is er een zondagochtendlezing met Olivier Rolin in Athenaeum Boekhandel in Amsterdam. Margot Dijkgraaf gaat met de auteur in gesprek. De entree is gratis maar reserveren is gewenst.

Katelijne De Vuyst (1958) studeerde Romaanse filologie aan de Rijksuniversiteit Gent. Ze vertaalt Franse romans en Engelse, Franse en Nieuwgriekse poëzie in het Nederlands. Samen met Katrien Vandenberghe en schrijver Emmanuel Carrère ontving ze de Europese Literatuurprijs 2013 voor hun Nederlandse vertaling van zijn roman Limonov. Voor Uitgeverij IJzer vertaalde De Vuyst (deels samen met Marij Elias) vier titels van Olivier Rolin: De weerman, De leeuwenjager en Manet, Suite in het Crystal en De uitvinding van de wereld. Eerder verschenen bij Meulenhoff de romans Papieren Tijger (vertaling Hilde Keteleer en Katelijne De Vuyst) en Meroë (vertaling Frans van Woerden).

Links

Schrijver

Martijn ter Haar

Martijn ter Haar is stagiair communicatie bij het Nederlands Letterenfonds en redactiestagiair bij Relief - Revue électronique de littérature française. Hij studeerde Franse taal en cultuur aan de Universieit Utrecht en zit momenteel in de afrondende fase van de master Franstalige Letterkunde aan de Radboud Universiteit. In zijn afstudeerscriptie doet hij onderzoek naar de herinnering van de Irakoorlog in drie romans.

Bekijk alle weblogs van Martijn ter Haar