weblog

In de literatuur mag alles

26 september 2017

“Ik begrijp dat mensen bij ‘literatuur’ aan iets heftigs denken. Ik werd er vroeger ook bijna nooit door vermaakt. Terwijl je juist in het schrijven alles kwijt kunt wat je zou willen zeggen. In de literatuur mag alles.” Op het Leonardo College in Leiden praat Mano Bouzamour met 3 vmbo en 3 havo over zijn debuutroman De belofte van Pisa, over schrijver-zijn, en hoe hij begon met schrijven. Bouzamour is één van de 25 enthousiaste auteurs die tijdens Literatour zoveel mogelijk scholen bezoekt om daar met leerlingen van 15 t/m 18 jaar in gesprek te gaan over boeken, over literatuur.

Bouzamour vertelt dat hij als kind vaak tot ’s avonds laat samen met zijn oudere broers films keek, zo kwam hij in contact met verhalen, en hoe heftig de cultuurschok was toen hij op een deftige, witte, middelbare school terechtkwam. Daar schreef hij in zijn schriften vaak al kleine verhaaltjes; een docent Nederlands opperde dat hij er iets mee kon doen in de talentenwedstrijd. “Toen ik op die prestigieuze school een prijs won van duizend euro met het verhaal dat ik zelf had bedacht en geschreven, was ik daar zo van onder de indruk, dat ik dacht hier moet ik iets mee! Misschien is dit wel mijn talent, misschien word ik wel schrijver!”, vertelt Bouzamour enthousiast aan de klas. “Wow, duizend euro”, klinkt het door de klas. “Ja, het feit dat mensen mijn verhaal zo goed vonden heeft me geïnspireerd om te gaan schrijven.”

100%

Na zijn eindexamen begon hij zich 100% in te zetten voor het schrijven. “Ik was klaar met school en werkte overdag in een sushirestaurant. Iedereen die ik kende ging reizen of studeren, maar ik wilde echt zo graag schrijven dat ik me opsloot en van alles ging lezen om te onderzoeken wat in een roman wel werkt en wat niet. Salinger, Stephen King, kennen jullie It?” “Ja!” “Kijk, ik was gewoon zo gedreven dat ik soms schreef tot het alweer ochtend was, ik wilde vooral iets schrijven wat ik zelf ook zou willen lezen.”

Bouzamour leest voor uit De belofte van Pisa, de klas luistert vol spanning naar de passage over de eerste schooldag van hoofdpersoon Samir: zijn middelbare school is een kakschool, waar joods zijn heel erg hip is, maar moslim zijn niet zo. Bouzamour beschrijft levendig hoe Samir zichzelf met een uitgesproken houding en sarcasme staande probeert te houden in de nieuwe witte klas die vol vooroordelen is over iedereen die anders is. De woedeuitbarstingen van de hoofdpersoon tegen zijn medeleerlingen zorgen voor ‘oeh’s’ en ‘wow’s’ vanuit de klas.

Vragen?

“Maar is dat dan ook echt gebeurd?”, vraagt een leerling giebelend. “Sam lijkt heel erg op mij, in z’n denken en handelen, maar Sam is mij niet en ik ben Sam niet. Ik kijk naar films, naar Netflix, en luister naar muziek – daar haal ik mijn inspiratie vandaan. Maar het is wel een heel goede vraag”, zegt Bouzamour. Na de publicatie van zijn roman kreeg hij vaak negatieve reacties van leeftijdsgenoten die het niet vonden kunnen wat hij in zijn boek had geschreven en die hem direct in verband brachten met alles wat de hoofdpersoon doet en denkt. “Veel jongeren van Marokkaanse komaf waren heel boos en kwaad. Ik begrijp de woede wel, want loyaliteit is heel belangrijk in de islamitische gemeenschap. Dat heb ik echt onderschat. Ik dacht dat ik juist een stem gaf aan Marokkaanse jongeren in de toch overwegend witte literatuur.”

“En de scène met het triootje, is dat echt gebeurd?”, vraagt een leerling. “Ja, dat is waar gebeurd”, zegt Bouzamour. De hele klas giechelt en kijkt even om, om de reactie van de docent te bekijken. “Maar daar gaat het verhaal toch niet over? Dat is toch niet per se belangrijk voor je boek?”, vraagt diezelfde leerling. “Jawel, vind ik wel’”, antwoordt Bouzamour. “Het is een van de storylines. Het verhaal gaat over opgroeien en over hoe een puberende jongen zich door allerlei verschillende werelden manoeuvreert en zo volwassen wordt. Daarom hoort zo’n scène er echt bij, vind ik.”

Magisch

Vroeger vond Bouzamour de boeken die hij las altijd saai, stoffig en grijs. Een grote drijfveer was zijn ambitie om iets anders te doen met het geschreven woord, en er een eigen stem aan te geven. “Eigenlijk ben ik gaan schrijven, omdat er geen leuke boeken waren! En daarom schreef ik een boek dat ik zelf zou willen lezen.”

“Heeft u een idee voor een volgend verhaal?” “Jazeker!”, antwoordt Bouzamour. “Ik ben lang bezig geweest met de promotie van mijn eerste roman, maar ben sinds kort volop met mijn tweede boek bezig. Ik ga binnenkort bijvoorbeeld een maand naar Australië, om me daar even helemaal te focussen op het schrijven!” Bouzamour laat het filmscript voor de verfilming van zijn boek door de klas gaan en de leerlingen mogen er even een kijkje in nemen. Net voor de bel vraagt een leerling of het het waard is geweest, waarop Bouzamour antwoordt: “Het hele proces van schrijven is een magische periode die uiteindelijk voelt als een enorme overwinning. En dat het boek nu verfilmd gaat worden, voelt zeker alsof ik mijn doel ermee heb bereikt en een goed verhaal weet te vertellen waarmee ik de lezer even deel maak van mijn wereld!”

Na de komst van Mano Bouzamour gingen de leerlingen van het Leonardo College aan de slag met het schrijven van een nieuwsbericht. De beste twee leerlingen werden beloond met een gesigneerd exemplaar van De belofte van Pisa. Bekijk de nieuwsberichten hier: nieuwsbericht 1 en nieuwsbericht 2.

Literatour, de boekenweek voor jongeren, is een campagne van Stichting CPNB en Stichting Lezen en wordt ondersteund door het Nederlands Letterenfonds, de Schrijverscentrale, Dioraphte, Fonds 21, de lesmethode Talent! van Malmberg, CJP, Stichting de Versterking en Stichting Cultuur en Educatie.

Links

Yasmina Werlich

Beleidsassistent

binnenland

Ondersteunt de afdeling binnenland bij de uitvoering van onder meer de regeling Projectsubsidies voor publicaties en de regeling Literaire tijdschriften.

y.werlich@letterenfonds.nl

lees meer