weblog

Reisverhalen #7

Een zomer in Bommiyarpalayam

1 september 2017

Op het bureau in mijn huisje in Bommiyarpalayam, een dorpje in de buurt van de Zuid-Indiase stad en voormalig Franse kolonie Pondicherry, liggen de aantekenboekjes van vier lange reizen door India, gemaakt tussen 2015 en nu. Naast me ligt een stapel boeken die tot aan het bureaublad reikt. Op mijn laptop staan honderden foto’s en filmpjes van tempels, godenbeelden, pelgrims en rituelen.

Het is augustus 2017 en afgelopen week zijn de laatste vruchten van de oude mangoboom voor mijn bureau op de veranda geoogst. De bladeren aan de boom zijn bruin geworden. De lucht is geladen. Iedere avond licht de horizon op, in veel gevallen gevolgd door een ontlastende hoosbui en bliksems die enkele seconden verbinding lijken te maken tussen hemel en aarde (en in de meeste gevallen de aarde in totale duisternis achterlaten).

In totaal reisde ik ruim tien maanden door India, van Chidambaram tot Ayodhya en van Ahmedabad tot Varanasi. Ik bezocht grote tempelcomplexen, kleine huisaltaartjes, festivals waar honderdduizenden pelgrims op afkomen en sprak met priesters, sadhu’s en gewone gelovigen, met als doel een beeld te krijgen van het hindoeïsme, hoe de Indiërs ermee omgaan en uiteindelijk hun samenleving inrichten. Het hindoeïsme is zo oud als de oude Griekse en Egyptische godsdiensten. Maar waar de Griekse goden reeds lang geleden op de berg Olympus in een eeuwige slaap zijn gevallen en de Egyptische goden met de farao’s mee de piramides in zijn gebracht, is het hindoeïsme nog even vitaal als eeuwen of zelfs millennia geleden. De handelingen en rituelen in de grote tempelcomplexen werden al door de eerste westerse bezoekers beschreven en worden tot op de dag van vandaag uitgevoerd.

Abishekam, of grote offering in de tempel voor Nataraja, de dansende Shiva, in Chidambaram

En de rituelen en handelingen vinden niet alleen plaats in de grote bekende tempels. Ik zie het dagelijks en echt overal in het land, bijvoorbeeld op een zondagmiddag, afgelopen week, in een klein tempeltje langs een doorgaande weg, gewijd aan de god Murugan, de jongste zoon van oppergod Shiva en zijn vrouw Parvati. Mijn aandacht werd getrokken door vuurwerk en muziek. Toen ik bij de tempel aankwam, dromden een paar honderd mensen samen voor een ritueel in de tempel in zuurstokkleuren. Ik mengde me in de menigte en zag hoe de jonge jongen in trance heen en weer werd geslingerd en hoe vrouwen in kleurige sari’s en met verwilderde blikken op bijna dierlijke wijze op hun knieën rijstepap naar binnen schrokte, de slierten pap druipend langs hun kinnen. Ik had het gevoel in een tijdscapsule te zijn beland. Zeker toen ik even later mijn weg vervolgde en werd ingehaald door elektrische scooters en auto’s, en overal mensen zag met smartphones die sneller verbinding maken met internet dan ik thuis kan doen.

Begin van de fascinatie

Mijn eerste fysieke kennismaking met India was in 1998. Samen met een studiegenoot reisde ik er in een halfjaar doorheen. Kriskras door een land met de romantische beelden in mijn hoofd van de verhalen van vrienden die er voor mij waren geweest. We bezochten de klassieke hoogtepunten. Ik bekeek alles met dezelfde ogen, en had niet door dat ‘s werelds beroemdste mausoleum, de Taj Mahal, een monument is, terwijl de imposante Meenakshi Amman tempel in Madurai zich gedraagt als een levend organisme, dat op een natuurlijk ritme beweegt. Achteraf gezien heb ik weinig van het land begrepen tijdens die eerste reis. Ik was ook ongetwijfeld met totaal andere zaken bezig. Toch raakte ik gefascineerd door India, en vooral door de mensen die er wonen. Sindsdien kom ik er met grote regelmaat.

De Heilige Antonius kerk, een oude Nederlandse kerk in Pulicat, waar Abraham Rogerius heeft gewoond.

Begin 2005 begon ik met het verzamelen van oude reisteksten, met een focus op India en Perzië. Schrijver, televisiemaker, maar vooral beroepsverzamelaar Boudewijn Büch overleed enkele jaren eerder en tijdens de veilingen waarin zijn boekencollectie uiteen viel kocht ik mijn eerste antiquarische boeken, waaronder de verslagen van de Nederlandse missionarissen Abraham Rogerius en Philippus Baldaeus. Beide dominees stonden in de eerste helft van de zeventiende eeuw op de kansel in kerken aan de Coromandelkust, de zuidoostkust van India. Primair om de kooplieden en soldaten van geestelijke bijstand te voorzien, maar ook om de lokale bevolking op het Pad van de Waarheid te krijgen. Dat wordt verwoord in de twee dichtregeltjes onder het portret van Baldaeus, in zijn boek Afgoderye der Oost-Indische Heydenen (…):

Dit is Baldaeus self, die ’t blinde Heijdendom
Door leven en door leer bracht tot het Christendom

In de leer

Om de hindoes effectief te kunnen bekeren, was de gedachte, moet je eerst een beeld hebben van hun geloofsovertuiging. De boeken die zij schreven, in donker leer gebonden, voorzien van prachtige kopergravures en titels als Open Deure tot het verborgen Heydendom en Afgoderye der Oost-Indische Heydenen - om er geen misverstand over te laten ontstaan-, geven een beeld van de zeden en gewoonten van de hindoes in het boek van Rogerius, en van de goden en hun verhalen in het boek van Baldaeus.

Fresco van Ganesh, de god met de olifantenkop, in de grote tempel van Thanjavur

Door toeval ontmoette ik enkele jaren later Ben Meulenbeld, toenmalig conservator Zuid-Azië van het Amsterdamse tropenmuseum. Tijdens een van onze eerste gesprekken zei hij: ‘de Indiase samenleving is doordesemd van het geloof.’ Die indruk had ik al gekregen tijdens mijn eerste Indiase reizen en door het lezen van de boeken van de missionarissen, maar zo helder had ik het zelf nog niet verwoord. Dus als ik écht iets van het land en de mensen wilde begrijpen, kon het hindoeïsme een adequate leidraad vormen. Langzaam kwamen ideeën bij elkaar: de oude boeken, de fascinatie voor de Indiase samenleving en de mythologie van het hindoeïsme. Het laatste zetje kreeg ik in mei 2014. Toen ik in dat voorjaar de ideeën voor een boek over India, het hindoeïsme en de Indiërs met mijn uitgever besprak, werd Narendra Modi gekozen tot premier van het land. De leider van de nationalistische politieke partij BJP versloeg de Congress Party van de Nehru’s en de Gandhi’s, de dynastieën die India vele decennia hebben geregeerd, en begon onmiddellijk een rechts hindoeïstische politieke koers te varen. De gevolgen ervan zijn goed zichtbaar. Er is oplaaiend geweld tussen hindoes en andersgelovenden, waarbij met name moslims het moeten ontgelden. De recent aangenomen wet op het totale verbod van het eten van koeienvlees, een heilig dier in het hindoeïsme, terwijl moslims wel rundvlees eten, is hier een goed voorbeeld van. Zo kreeg het idee voor mijn boek ook een urgent en actueel karakter.

Wasmodel van de god Shiva, in de werkplaats onder mijn huis

Ruim drie-en-een-half jaar later, zit ik op de veranda van mijn huisje op het Indiase platteland, met een hoeveelheid informatie die me dol maakt. In de werkplaats onder mij maken mannen bronzen beelden van hindoegoden, zoals hun voorouders het al meer dan duizend jaar deden. Handwerk, van de wasmodellen tot de gegoten afwerking. Nieuwe beelden volgens een oude methode. Een paar maal per dag trekt er een kudde geitjes voorbij, of een enkele veel te magere koe - ze zijn dan wel heilig, maar echt heel erg goed wordt er niet voor ze gezorgd. Ik heb flarden van gesprekken in m’n hoofd, van gewone pelgrims, van afvalligen, van priesters. In mijn telefoon staan whatsapp gesprekken met leden van Hindoe-nationalistische groeperingen en een grote verzameling artikelen uit digitale kranten. En ik vraag me hardop af waar te beginnen. Laat ik beginnen bij wat ik weet. Terwijl de eekhoorns hun territoriale strijd uitvoeren in de mangoboom en ik de hysterische, maniakale lokroep van de Indische sperwerkoekoek om me heen hoor, begin ik met het tekenen van stambomen van de belangrijkste goden. Wie is met wie getrouwd, welke kinderen kregen ze en in welke incarnaties zie ik ze terug in de verhalen en de tempels. Grip krijgen door lijnen te trekken en schema’s te maken. Via de stambomen zoek ik hun verhalen. Ik lees de Ramayana, de Mahabharata en andere heilige geschriften en langzaam krijgen de goden een verleden. Ik heb een begin. Nu de rest…

Meer reisverhalen

Langzaam kwamen ideeën bij elkaar: de oude boeken, de fascinatie voor de Indiase samenleving en de mythologie van het hindoeïsme

Schrijver

Alexander Reeuwijk

begon in 2004 met het schrijven en publiceren van reisverhalen en artikelen over reizen, oude boeken en natuurhistorie. Sindsdien zijn er meerdere boeken van hem verschenen, onder andere Achter de sluier het land; reizen door Iran en Reizen tussen de lijnen; dwars door Indonesië met Alfred Russel Wallace. Artikelen publiceerde hij onder meer in magazines en dagbladen als AZIË Magazine en Het Parool. Nu werkt hij aan een boek over het hindoeïsme en de uitwerking ervan op de inwoners van India, met de werktitel ‘De vlucht van de apengod’ voor Uitgeverij Athenaeum, Polak & Van Gennep. Hij maakte daarvoor meerdere reizen naar India om daar met o.a. politici, wetenschappers, schrijvers en kunstenaars te spreken; voor een van deze reizen ontving hij van het Letterenfonds een reisbeurs.

Bekijk alle weblogs van Alexander Reeuwijk