weblog

Reisverhalen #3

Mensen op Mars

3 augustus 2017

Joris van Casteren deed in Amerika research voor zijn nieuwe non-fictie boek: Mensen op Mars. Hij logeerde er bij één van de honderd kandidaten die mogelijk naar Mars gaan, praatte met een lid van de Mars Society, bezocht een Marsstation en een biosfeer en leerde vooral veel over Amerika en haar inwoners.

Zondag 13 december

Op het vliegveld van Los Angeles word ik opgehaald door dr. Elena Shateni. Ze is 59 en op een Canadese man van zestig na – oud-militair Reginald Foulds – de oudste van de honderd kandidaten die de derde ronde van het door de Nederlandse Bas Landsdorp opgezette internationale Mars One-programma hebben bereikt. Shateni – broekpak, pumps, donkerbruin haar – is vergeten in welke parkeergarage ze haar auto heeft neergezet. Na een tijdje zoeken vinden we hem: een dure Audi met nogal wat schade. Op de verduisterde achterzijramen zijn Mars One-stickers geplakt. We rijden langs een olieveld met ouderwetse jaknikkers in de richting van Studio City, een filmbuurt in San Fernando Valley. Daar woont Jane Goe, een 79-jarige vriendin van Shateni, die een kamer verhuurt. ‘Jane is een schat van een vrouw,’ zegt Shateni, die Engels spreekt met een sterk Russisch accent. Op de snelweg rijdt ze zeer langzaam, tot ergernis van medeweggebruikers, die boze gebaren in onze richting maken, wat Shateni tot mijn schaamte volledig ontgaat.

In Studio City stoppen we voor een pastelkleurige bungalow met groen geverfde luiken. Jane Goe komt naar buiten om aanwijzingen te geven bij een langdurig inparkeerproces. Ze is een magere vrouw die wat jonger lijkt dan ze is. Goe laat mij de kamer zien: een smal vertrek met een grote hoeveelheid new age-boeken in de kasten; titels als Autobiography of a Yogi, The Astrology of Death en Born in Tibet. Boven het bed hangen drie occulte schilderijtjes. Terwijl ik me afvraag of ik hier ooit de slaap zal kunnen vatten, toont Goe mij de keuken. Ze legt uit hoe ik gefilterd water kan tappen en hoe de aardbevingsbestendige kastjes opengaan: duwen, niet trekken. Ze zegt dat ze de verwarming altijd hoog heeft staan, maar dat ik op mijn kamer gerust een raampje mag opendoen.

We maken een wandeling door de buurt. Goe vertelt dat ze vroeger danseres wilde worden. Toen dat niet lukte, werd ze accountant voor filmproducenten. Ze zorgde dat acteurs betaald kregen en regelde locaties. ‘Dat soort dingen.’ Ze was voornamelijk betrokken bij spaghettiwesterns en horrorproducties. Op een van de sets leerde ze haar ex-echtgenoot kennen: pulpproducer Robert Tapert, onder meer bekend van The Evil Dead en Army of Darkness. Na twintig jaar huwelijk ging hij ervandoor met Lucy Lawless, hoofdrolspeelster in Taperts succesvolle televisieserie Xena: Warrior Princess. ‘Het is een lul van een vent, daar komt het op neer.’

Maandag 14 december

Vanmiddag ben ik met Shateni op stap, we lopen eerst een flink stuk door de stad, wat zeer vreemd schijnt te zijn aangezien iedereen zich hier per auto verplaatst. Ik ga op zoek naar de huizen waar Aldous Huxley heeft gewoond, om daar – los van mijn boek Mensen op Mars – een artikel over te schrijven. Op verschillende adressen bel ik aan; bewoners blijken Huxley niet te kennen (‘Wasn’t he an actor?’). Een man die het werk van Huxley zegt te kennen, spreekt liever over moslimterrorisme. De angst voor een aanslag is groot, wat te maken heeft met de schietpartij in San Bernardino, begin deze maand, waarbij een geradicaliseerd echtpaar veertien mensen doodschoot. Vanuit extremistisch perspectief, legt de man uit, is LA een ideaal doelwit: decadentie (Beverly Hills, Bel Air) aan de ene kant, schrijnende armoede (South Central) aan de andere kant.

Ik loop verder, publieke ruimte lijkt hier niet of nauwelijks te bestaan. Bewoners zijn zeer spiritueel en homeopathisch georiënteerd: op vrijwel iedere straathoek bevindt zich een apotheek – soms compleet met drive-inn, dan hoef je de auto niet uit – waar proteïnepillen en andere herbale pepmiddelen in groothandelverpakking zijn te verkrijgen. Voortdurend heb ik het idee dat ik dit alles al een keer heb gezien, deze stad is het decor van ontelbare films en tv-series, vandaar waarschijnlijk. Het lijkt of alles hier niet echt is, de mensen lijken op acteurs, wat ze misschien ook wel zijn. Een verlammend gevoel maakt zich van mij meester.

’s Avonds ben ik met Shateni in Griffith Park, ze wil mij het observatorium laten zien. Ze kijkt daar regelmatig door de publiekstelescoop naar Mars, de planeet waar ze zo graag naartoe zou gaan. ‘Een wonderlijk idee dat ik daar straks misschien wel rondloop.’ Als we bij het observatorium zijn, begint het te regenen. ‘Hoe kan dit?’ roept Shateni uit. ‘Het regent hier nooit!’ Iedereen in Griffith Park is verwonderd over de regen. Ze proberen er foto’s van te maken, wat niet goed gaat. Na een tijdje is de lol ervan af en dringt men het observatorium binnen om er te schuilen. Een verhuizing naar Mars is noodzakelijk, zet Shateni binnen uiteen. Omdat het de mensheid een hogere vorm van bewustzijn zal opleveren: ‘we reizen niet alleen naar een nieuwe plaats in de ruimte, we reizen ook naar een nieuwe plaats in ons brein.’ In eerste instantie is iedereen bang voor dat nieuwe, weet ze. ‘Het wordt bespot en als iets negatiefs voorgesteld, omdat de meeste mensen er nog niet klaar voor zijn.’ Shateni ziet het als haar taak om de angst voor Mars weg te nemen; desensitization noemt ze dat. ‘Een spin veranderen in een knuffelbeer, daar komt het op neer.’

Donderdag 17 december

Vandaag vlieg ik naar Denver. In het vliegtuig raak ik in gesprek met een studente uit Aurora. Ik zet haar thuis af in de huurauto die ik op het vliegveld heb opgehaald. Het hotel in de binnenstad is viezig. ’s Avonds bezoek ik nog enkele cafés, onderweg word ik op straat aangeklampt door zwervers. Het is steenkoud.

Vrijdag 18 december

Ik haast mij naar Lakewood, waar ik Robert Zubrin van Mars Society zou spreken. Veel te laat – verdwaald – kom ik aan. Zubrin is er nog niet. Ik wacht op hem in zijn kantoor, in aanwezigheid van zijn hond, die hij Kepler heeft genoemd. Uiteindelijk hebben we een gesprek gevoerd en zijn we door oogverblindend landschap naar Hanksville, Utah gereden. Onderweg voelde ik me paniekerig en dacht ik veel aan mijn kinderen.

Zaterdag 19 december

Ik ben in de woestijn in de buurt van Hanksville, Utah, waar Zubrins Mars Society een Marsstation heeft gebouwd. Omstandigheden op de planeet worden er nagebootst, zo goed en zo kwaad als dat gaat. Wie naar buiten wil moet een carnavalesk ruimtepak aan en eerst drie minuten in ‘airlock’. Met twee mannen in ruimtepakken wandel ik door de woestijn: het is onwerkelijk en absurd, en ook goed voor het boek. ’s Avonds eet ik in de plaatselijke saloon van Hanksville een hamburger; iets anders is er niet. Aan de bar zuipen red necks zich een stuk in de kraag.

Zondag 20 december

Ik rij van Hanksville naar Flagstaff, over Highway 95, luisterend naar National Public Radio, dat heel aardige programma’s heeft, zoals ‘All Things Considered’. Een van de presentators van dat programma heet Ari Shapiro, die in Fargo is geboren, wat niet aan hem te horen is. Ik zie adembenemende landschappen, en ik kom langs Dirty Devil River. John Wesley Powell (1834-1902), Amerikaans ontdekkingsreiziger en geoloog, bedacht de naam voor deze door hem in kaart gebrachte rivier (zijtak van de Colorado-rivier). Powell was, het verbaast niet, een Smithsonian en geloofde vurig dat de volkeren die voor de aankomst van Columbus het Noord-Amerikaanse continent bevolkten in elk opzicht barbaars en onbeschaafd waren. Ik zag verder onder meer een stoelvormige rots die door westwaarts trekkende mormomen Jacobs Chair is genoemd. Vervolgens nog enkele van dit soort rotsformaties gepasseerd, met namen als Cheese Box Buttle en Mexican Hat. Daarna vooral troosteloze barakken waar berooide nazaten van indianen, Navajo, en Hopi, wonen die tevergeefs souvenirs langs de weg trachten te verkopen. De wegen zijn leeg, soms rijd ik een uur zonder een ander voertuig te zien. Halverwege Monument Valley zie ik in de verte, voor mij uit, een camper rijden. Een kwartier later rijd ik achter het voertuig en ontwaar, tot mijn verbijstering, een Nederlands kenteken. Ik zou de camper graag achtervolgen maar bij een T-splitsing slaat hij linksaf terwijl ik, vanwege Flagstaff, naar rechts moet.

Maandag 21 december

Ik ben vandaag in het Lowell-observatorium te Flagstaff geweest, waar het rampzalige Mars-kanalen misverstand plaatsvond. Ten tijde van het schrijven van dit blog ben ik in Payson, een troosteloos stadje. Ik verblijf in de invalidekamer in het motel (de enige die nog vrij was). Ik lees en werk mijn aantekeningen uit. Ik eet in restaurantketen Denny’s. Je hebt ook Wendy’s. Een vrouw beweerde ooit dat ze bij Wendy’s een menselijke vinger in haar chili aantrof.

Dinsdag 22 december

Vandaag heb ik Biosphere 2 bezocht, nabij het plaatsje Oracle. Ik overnacht in Phoenix.

Woensdag 23 december

Ik rij vandaag terug, onder meer langs Palm Springs, richting Los Angeles.

Donderdag 24 december

‘s Ochtends heb ik het sterfhuis van Huxley – vlak onder het bekende Hollywood-sign – van binnen kunnen bekijken dankzij de welwillende eigenaresse. Ook heb ik in Glendale Mars One-kandidaat Andrew Tunks opgezocht. Woont nog bij zijn ouders, in een royale bungalow. Zijn vrouw, een Brits-Indiase met wie hij vorig jaar is getrouwd, woont er ook. Op de bank in de woonkamer vertelt Tunks over het Jongere Dryas-stadiaal, een koudeperiode, ook wel The Big Freeze genoemd, die twaalfduizend jaar geleden intrad nadat, zo wordt verondersteld, één of meerdere meteorieten op aarde insloegen. ‘Daarom is het belangrijk dat we een back-up-planeet regelen.’ Al tamelijk lang werkt Tunks, die erg op Ted Neeley in de film Jesus Christ Superstar lijkt, aan een boek waarin hij een betere wereld propageert. Hier op aarde valt zo’n wereld lastig te realiseren, met wat goede wil zou dat op Mars wel moeten lukken. Vandaar dat hij, zelfverklaard ideoloog, zich direct heeft aangemeld toen hij in 2012 op de radio hoorde over Mars One.

Vrijdag 25 december

Net op tijd voor Kerst, ben ik weer thuis.

cover mensen op Mars

Meer reisverhalen

Hier op aarde valt zo’n betere wereld lastig te realiseren, met wat goede wil zou dat op Mars wel moeten lukken.

Alle weblogs van Joris van Casteren

Schrijver

Joris van Casteren

Het werk van schrijver, dichter en journalist Joris van Casteren is meerdere malen genomineerd en bekroond voor prestigeuze prijzen. Zo ontving hij voor zijn reportagebundel Redactie Binnenland de Dick Scherpenzeel Prijs 1999 en werd hij voor het deels autobiografische Lelystad genomineerd voor de AKO literatuurprijs 2009. Zijn tweede literaire non-fictie boek Het been in de IJssel werd genomineerd voor de Bob den Uyl-prijs 2013. Zijn meest recente boek Mensen op Mars is in juli 2017 verschenen bij Prometheus.

Bekijk alle weblogs van Joris van Casteren