weblog

Schrijven met je oren

3 mei 2017

Leer in geluid te denken. Sluit eens je ogen als je op een terras zit. Luister. Je hoort flarden gesprek, grindgeknerp. Luister goed. Gewoonlijk filteren we een groot deel van het geluid weg. Met vijf andere schrijvers luister ik naar Peter te Nuyl, regisseur, schrijver en maker van onder meer muziektheater en hoorspelen. Het Letterenfonds selecteerde ons om een hoorspel te schrijven voor Radio 1. Niemand van ons heeft ooit eerder een hoorspel geschreven. De workshop van Te Nuyl dient om ons op weg te helpen. Zijn aansporing om in geluid te denken lijkt voor de hand te liggen maar blijkt toch niet overbodig, we zijn zo gewend om in beelden te denken.

Een hoorspel is geen film zonder beeld

Het is alweer wat jaren geleden dat ik gefascineerd raakte door het hoorspel en me erin verdiepte. Ik nam mij voor ooit hoorspelen te gaan schrijven – ooit, met het juiste idee. Dat idee denk ik nu in handen te hebben, een idee dat niet in film kan worden gevangen en waarvoor het hoorspel het aangewezen genre lijkt. De vorm vraagt wel wat van de verbeeldingskracht van de luisteraar, maar dat zie ik niet als probleem. Vrijwel iedereen heeft verbeeldingskracht en bovendien legt de menselijke geest maar al te graag verbanden om orde in de chaos te scheppen. Te Nuyl betoogt dat bij een hoorspel alles gericht is op de verbeelding van de luisteraar. Het speelt zich niet vóór maar ín de luisteraar af. Hij spoort ons aan de verbeeldingskracht van de luisteraar aan te spreken en vooral gebruik te maken van andere vertelvormen dan de realistische. Surrealisme en innerlijke monoloog bijvoorbeeld kunnen in een hoorspel heel natuurlijk overkomen. Dat is precies waarop ik hoop.

Een hoorspel is geen voorgedragen verhaal

Tot nu toe stelde ik mijn hoorspel voor als een episch vlechtwerk van zes stemmen die met elkaar een gesprek aangaan zonder elkaar te kennen, zonder expliciet met elkaar te spreken en zonder zich in dezelfde ruimte op te houden. Mijn hoorspelidee is een en al stem. Te Nuyl wijst vier elkaar afwisselende en gelijkwaardige lagen aan in het hoorspel: stem, geluid, muziek, stilte. Zelfs als mijn hoorspel geen muziek zou bevatten heb ik nog twee lagen buiten beschouwing gehouden. In poëzie is de stilte vanzelfsprekend aanwezig in de vorm van witruimte en in mindere mate in de regelafbreking. In poëzie kies ik die stilte bewust, passend bij de strekking en de werking van het gedicht, passend bij het ritme. Vreemd dat ik voor het hoorspelidee niet nadacht over stilte. En dan het geluid en de muziek. Wilde ik dat volledig overlaten aan de regisseur?

Regisseur Peter te Nuyl

Schrijf met je oren. Geluid is geen illustratie, geluid is interpunctie

Met behulp van geluidsfragmenten, korte voordrachten en minilezingen benadrukt Te Nuyl steeds op een iets andere manier dat we niet in beelden maar in geluid moeten gaan denken. Geluid is in het hoorspel geen franje, het geeft structuur aan de tekst en creëert overgangen. De boodschap slaat bij mij aan. Geluid als betekenisgevend structuurelement, zoals in poëzie klank en ritme dat kunnen zijn. Dat biedt mogelijkheden! Ik zal hoe dan ook moeten nadenken over het inzetten van geluid, muziek en stilte.

Vergeet de ijzeren wetten van de westerse dramaturgie

De belangrijkste les uit de workshop is voor mij Te Nuyls stelling dat een hoorspel geen dramatische spanningsboog hoeft te hebben. In mijn aanvraag schreef ik dat mijn hoorspel de stemmen van zes personages vangt en deze in een dramatische opbouw samenbrengt. De term ‘dramatische opbouw’ moest vooral aangeven dat ik ondanks de experimentele opzet van mijn hoorspel toch aan de luisteraar dacht. Ik had voor een meer accurate en expliciete verwoording kunnen kiezen, zoals: de personages zijn weliswaar gelijkwaardig, maar er zal één personage zijn met wie de luisteraar kan meeleven. De term ‘dramatische opbouw’ was een lege huls die zich tegen mij begon te keren. Ik ging mij afvragen hoe ik een goede spanningsboog kon creëren met zes gelijkwaardige personages en vergat bijna dat ik door één personage als kristallisatiepunt te kiezen allang een manier had gevonden om de luisteraar bij de lurven te grijpen.

Workshop door Peter te Nuyl

Peter te Nuyl gaf een frisse, tegendraadse workshop waarmee hij ons schrijvers bovenal wees op de ruimte om te experimenteren, om andere vormen uit te proberen dan de overheersende realistische vertelvorm van dit moment, het Hollywood-scenario. Hij toonde zich verheugd over het grote aantal dichters onder de geselecteerde schrijvers. Dichters zouden niet zo gehecht zijn aan de overheersende realistische verteltrant en de ijzeren wetten van de westerse dramaturgie. Wie weet zou het hoorspel onder het stof vandaan worden gehaald.

Na afloop probeert de aanwezige producent Marijke van der Molen ons enthousiasme wat te temperen. Ze vreest dat wij na deze workshopmiddag wat al te opgetogen naar huis zullen keren in de veronderstelling dat alles mogelijk is. Ze houdt ons voor dat we realistisch moeten zijn. De uitzending zal laat op de avond plaatsvinden en de meeste luisteraars gaan niet speciaal voor het hoorspel zitten, maar zijn ergens mee bezig – ze werken of rijden auto – en kunnen niet hun volle aandacht erbij kunnen houden. Het valt te bezien of de boodschap van de producent aanslaat. Een beetje realisme is ongetwijfeld gezond, maar experimenten en ongebruikelijke benaderingswijzen evengoed en met deze selectie van auteurs heeft het Fonds al gekozen voor het avontuurlijke en afwijkende.

In de dagen na de workshop beluister ik de andere hoorspelen uit de voorgaande twee edities van Fluiten uit het donker. In het hoorspel dat er voor mij uitspringt, Vrouw zonder schaduw, geschreven door Kaweh Modiri, lopen feit en fictie, innerlijke monoloog en realisme door elkaar heen. Het werkt wonderwel.

Boven, kandidaten: v.l.n.r. Hannah van Binsbergen, Samuel Vriezen, Hélène Gelèns, Mischa Andriessen, Jannah Loontjens en Emily Kocken Onder, producenten: vl.n.r. Anton de Goede, Frans Kotterer en Niels Wensing

Links:

Dat idee denk ik nu in handen te hebben, een idee dat niet in film kan worden gevangen en waarvoor het hoorspel het aangewezen genre lijkt.

Schrijver

Hélène Gelèns

Hélène Gelèns (1967) is dichter. Aan de universiteiten van Amsterdam en Leiden studeerde ze van alles, van sterrenkunde tot geschiedenis, om uiteindelijk in de filosofie af te studeren. Ze publiceerde drie dichtbundels: Niet beginnen bij het hoofd (2006, nominatie C. Buddingh’-prijs), Zet af en zweef (2010, Jan Campertprijs) en Applaus vanuit het donker (2014). Haar werk verschijnt bij uitgeverij Cossee. Momenteel werkt ze aan een nieuwe dichtbundel en aan haar prozadebuut: een zesspraak over rebellie, idealisme, geloof, ongeloof, liefde en respect, met de werktitel Op de golven.

Bekijk alle weblogs van Hélène Gelèns