weblog

De Stem van Holland

7 september 2012

“Dit boek is ons te dun,” zegt de uitgeefster van Horizon Media. In haar handen heeft ze de Duitse vertaling van Oeroeg van Hella S. Haasse, een schrijfster van wie nooit iets in het Chinees gepubliceerd werd. Als ze hoort dat Haasse drie beroemde boeken over Nederlands-Indië heeft geschreven, ziet ze nieuwe mogelijkheden. Misschien kunnen ze Der schwarze See, The Tea Lords en het niet in het Duits of Engels vertaalde Sleuteloog in één band uitgeven.

Chinese lezers houden van dikke boeken; daarin verschillen ze niet van Nederlanders. Maar door een economisch schrift – karakters – worden westerse boeken gemiddeld een kwart dunner. Het is te zien in de stand van het Nederlands Letterenfonds op de Beijing International Book Fair (BIBF), waar de oogst van het afgelopen jaar (en het gastlandschap van 2011) ligt uitgestald. De tweeling van Tessa de Loo, verschenen bij Horizon, telt zo’n honderd pagina’s minder dan de Nederlandse uitgave. De encyclopedie van de domheid van Matthijs van Boxsel, die tijdens de boekenbeurs lezingen in Peking geeft, is een dunnetje. En In Europa van Geert Mak is zowaar een handzaam boek geworden.

Geen wonder dat Chinese uitgevers niet terugschrikken voor een flink project. Terwijl op de beurs de buitenlandmedewerkers fictie, non-fictie en kinderliteratuur van het Letterenfonds de dertig titels uit de Chineestalige Panorama Holland-brochure aan de man brengen, vindt in het Museum voor Moderne Literatuur in Peking een symposium plaats over het werk van Harry Mulisch. Tegenover een gehoor van Chinese critici (én emeritus-hoogleraar Nederlands Marita Mathijsen, die een voordracht hield over onder meer De diamant) verklaarde uitgeefster Songyu Lin van Flower City Publishing House dat ze het hele werk van Mulisch wil uitgeven, te beginnen met De ontdekking van de hemel. De Nederlandse uitgever van De Bezige Bij, ook in Peking aanwezig, kon eerder al de verkoop noteren van Tonio van A.F Th. van der Heijden, een roman die grote indruk kan maken in het land van de eenkindpolitiek.

Ook een ander volumineus boek wordt op de BIBF warm onthaald: Het Bureau van J.J. Voskuil, waarvan het eerste deel net in een Duitse vertaling is verschenen. Samples van de kantoorromancyclus uit de jaren negentig worden door een zestal uitgevers opgevraagd. Allereerst omdat het een mooi dik boek is dat – heel belangrijk in China – ‘beroemd’ is en veel prijzen heeft gekregen; daarnaast omdat het aansluit op de traditie van de zchichang xiaoshuo, romans over het leven op de werkvloer. Als ambtenarenroman zou Het Bureau in de voetsporen kunnen treden van het zeer succesrijke en onder pseudoniem gepubliceerde Dagboek van regeringsambtenaar Hou Weidong, dat eveneens een zevendelige cyclus is.

Onder de Nederlandse fictie, die in Chinese vertaling achterblijft bij de non-fictie (Douwe Draaisma, Floris Cohen, Sem Dresden) en vooral de kinderboeken (Rindert Kromhout, Wouter van Reek, Annie Schmidt), is ook De Nederlandse maagd van Marente de Moor populair – alleen al door het aansprekende omslag met schermster van de Duitse vertaling. De AKO-prijswinnares is zelfs meer in trek dan haar moeder Margriet, die met De schilder en het meisje in dezelfde brochure staat en op grond van het onderwerp van haar roman (Rembrandt! de Gouden Eeuw!) de gedoodverfde winnaar van de slag om Chinese aandacht leek.

Die aandacht is trouwens mooi verdeeld: er worden ook leesexemplaren en samplevertalingen opgevraagd van Op zee van Toine Heijmans (met zwart-wit illustraties die erg in de smaak vallen), Bonita Avenue van Peter Buwalda, diverse titels van Arnon Grunberg, de onlangs in het Engels vertaalde verhalen van Nescio, Woutertje Pieterse van Multatuli en de jeugdboeken Verhalen van de boze heks van Hanna Kraan, Kruistocht in spijkerbroek van Thea Beckman en Wild verliefd van Ditte Merle, dat raakt aan een van de taboes in de Chinese uitgeverswereld: seks – ook al is het in dit geval voortplanting in het dierenrijk.

Chinese belangstelling

Ook een jaar nadat het Nederlands Letterenfonds het gastlandschap op de BIBF vorm gaf, is Nederland cool in stervensheet en smoggy Peking. Diverse bezoekers halen herinneringen op aan de stand-met-de-wolk van 2011, en het imago van Nederland als cultuurdrager is nog groter geworden door de razendpopulaire Chinese versie van The Voice of Holland, die sinds kort op de tv is. Dit jaar blinkt de Nederlandse stand, die het Letterenfonds deelt met De Bezige Bij en de Amsterdam University Press, uit door eenvoud, zodat de focus op de tentoongestelde boeken ligt. De twee mooist uitgegeven folianten, Het boek van het gedrukte boek van Mathieu Lommen en De atlas van astronomische ontdekkingen van Govert Schilling, zijn op zondag, de laatste dag van de beurs, zo goed als verkocht, net als Het puberende brein van Eveline Crone en De vergeten wetenschappen van Rens Bod.

Stella Braam presentatie

Nederlandse non-fictie blijft onverminderd populair in China; tijdens de beurs krijgen de Fondsvertegenwoordigers vers van de pers exemplaren van de vertalingen van Ik heb Alzheimer van Stella Braam en De encyclopedie van de domheid van Matthijs van Boxsel. Beide auteurs maken onderdeel uit van een door het Letterenfonds georganiseerd programma dat op verschillende plaatsen in Peking wordt gehouden. Zo discussieert Stella Braam onder meer in een verzorgingstehuis en een immense boekhandel (zes verdiepingen stampvol lezende en bladerende mensen) over de ziekte van Alzheimer die in China een groeiend probleem is. Floris Cohen, wiens recent vertaalde Herschepping van de wereld volgens Chinese academici tot een paradigmaverschuiving zal leiden, licht zijn theorieën over de ontwikkeling van de moderne wetenschap toe onder vakgenoten én leken. En Van Boxsel legt bij lezingen in de expat-boekwinkel The Bookworm en het Ullens-cultuurcentrum contacten met internationale kenners van de patafysica en de filosofie van het absurdisme.

De absurdisme-avond in het rommelige centrum voor moderne kunst geeft onbedoeld een illustratie van het onderwerp. Terwijl Van Boxsel, gezeten voor het podium en gehinderd door het geluid van laarzen op ijzeren trappen, discussieert met twee Chinese patafysici, beweegt zich achter hem van rechts naar links een verwarde schoonmaakster met geheven bezemsteel. De vrouw komt nog een keer terug van links naar rechts, nog steeds niet opgemerkt door het patafysisch panel, waarna in de coulissen enkele minuten een oorverdovend gekrijs in een telefoon klinkt. Het panel praat onverstoorbaar door en het Chinese deel van het publiek denkt ongetwijfeld dat het er allemaal bij hoort. Naderhand zal de eveneens aanwezige directeur van het Vlaams Fonds voor de Letteren, voor de tweede keer vertegenwoordigd op de BIBF, knipogend zeggen dat hij voor zijn toekomstige discussie-avonden en publieksmanifestaties graag een beroep zal doen op de programmeur van het Nederlands Letterenfonds.

illustratie van Wouter van Reek

Holland was hip, dikke boeken waren in, en Nederlandse schrijvers verrasten het Chinese publiek. Het Letterenfonds was voor de achtste keer aanwezig op de Pekingse boekenbeurs.

Pieter Steinz

Directeur

bureau

Pieter Steinz (1963-2016) was van maart 2012 tot augustus 2013 directeur van het Nederlands Letterenfonds. Van de reizen die hij maakte voor het fonds deed hij verslag in een serie blogs. Pieter publiceerde non-fictie bij Nieuw Amsterdam en artikelen op de weblog Read Around the Globe, in de boekenbijlage van NRC Handelsblad en in het muziektijdschrift Heaven.

p.steinz@letterenfonds.nl

lees meer