weblog

Verslag 18e Literaire Vertaaldagen

De vertaler als schrijver

21 december 2016

‘De vertaler als schrijver,’ zo luidde het thema van de achttiende Literaire Vertaaldagen. Er is een school die stelt dat vertalers per definitie schrijvers zijn, omdat ze van ‘iets’ ‘iets anders’ maken. Er is een andere school die stelt dat vertalers per definitie ambachtslieden zijn, omdat ze ‘iets anders’ maken van ‘iets bestaands’.

Maar bij veel vertalers staat het schrijverschap buiten kijf, omdat ze zelf ook boeken schrijven, omdat ze schrijven over vertalingen van henzelf of die van anderen, of omdat ze uit een taal met een zodanig andere structuur vertalen dat schrijverschap vanzelf een vereiste wordt.

Peter Bergsma, die de symposiumdag op 9 december opende, zei dat het aantal literair vertalers dat zelf ook schrijft uiteindelijk nogal tegenviel. Hij refereerde aan de Amerikaanse schrijver Donald Ray Pollock, die tot zijn vijftigste als fabrieksarbeider en vrachtwagenchauffeur bij een papierfabriek in Ohio werkte en zich in zijn vrije uurtjes in de schrijfkunst bekwaamde door het letterlijk overtypen van boeken van Cheever, Yates, Carver, Hemingway en anderen. Peter: ‘Sommige mensen denken dat wij vertalers niets anders doen dan andermans teksten overtypen in onze eigen taal, dus wat let ons in dat geval om, net als Donald Ray Pollock, in groten getale zelf schrijver te worden?’ Degenen onder het vertalerspubliek die na deze dag het schrijverschap alsnog zouden gaan overwegen, deed hij de tien geboden aan de hand uit het boekje Zelf schrijver worden van Gerard Reve. Tot slot stond hij stil bij het overlijden, afgelopen oktober, van Cora Polet, een groot vertaalster uit het Noors, Deens en vooral Zweeds, die bovendien decennia lang zowel op Nederlands als Europees niveau actie voerde voor een betere positie en honorering voor vertalers.

Rien Verhoef

Rien Verhoef, vertaler Engels-Nederlands en op de valreep bereid gevonden om een spreker te vervangen die zich op het allerlaatste moment had afgemeld, ging onder de titel ‘Iedere vertaler zijn verhaal’ in op de geschiedenis van VertaalVerhaal, ‘een website met daarop verhalen over de vertaal- en vertalerswijsheden waarin vertalers hun toekomstige opvolgers willen laten delen’. In een brief om bijdragen aan ‘gelauwerde’ en anderszins aansprekende vertalers schreven de initiatiefnemers van VertaalVerhaal: ‘Als onderwerp van uw verhaal zou u bijvoorbeeld iets kunnen nemen wat u (te) vaak in vertalingen ziet misgaan (en wat na uw goede raad voortaan natuurlijk niet meer mis zal gaan). Ook zou u wetenswaardige anekdotes uit uw vertalersleven kunnen vertellen (bijvoorbeeld wat de mooiste of akeligste ervaring daaruit is). Of u zou kunnen schetsen wat u (of mocht u dat te aanmatigend vinden: wat iemand) tot een goede vertaler maakt of wat uw persoonlijke manier van werken als bijzonder kenmerkt.’ VertaalVerhaal blijkt een succes: ‘We hebben de afgelopen 5 jaar bijna 150 publicaties het licht doen zien, verdeeld over inmiddels 3 boeken (2 papieren en 1 e-boek), 6 columns, 25 dankwoorden, 12 interviews, 9 lezingen, 14 verhalen over poëzie, 15 schetsen en 61 overige verhalen. Aan die publicaties hebben in totaal 174 mensen meegewerkt.’ Rien deed een oproep aan de aanwezige vertalers om VertaalVerhaal vooral te blijven bestoken met verhalen. Ten slotte was er nog een bijzonder moment: de uitreiking aan Peter Verstegen van het eerste exemplaar van Vertaalkunde versus vertaalwetenschap, een herpublicatie van Verstegens befaamde polemische proefschrift uit 1993 en de derde papieren boekuitgave van VertaalVerhaal.

Barber van de Pol

‘Zwaai-zwaai! En baai-baai’ was de titel waaronder Barber van de Pol, auteur en vertaalster Spaans- en Engels-Nederlands, een ode bracht aan haar favoriete vertalers. ‘Een vertaler is een schrijver. Tegelijkertijd spéélt hij een schrijver, hoe hybride wil je het hebben. Ook als je een boek al in de oorspronkelijke taal kende, krijg je hetzelfde anders, in opvallend levende taal, herkenbaar maar verrassend gekruid. Iets van de tour-de-force-achtige overbrugging tussen talen zal toch merkbaar zijn, tenzij er is gecensureerd en vervlakt en je met taal zit waar iedere behoorlijke schrijver zich voor zou schamen. In zo’n geval heeft de vertaler zijn schrijversrol met handschoentjes aan gespeeld. Verantwoordelijk is hoe dan ook hij. Het is daarom dat ik het niet meer dan fair tegenover de lezer vind om de naam van de vertaler naast die van de schrijver op de kaft te vermelden. Populair is de gedachte niet. Ik heb er zelfs mijn goodwill bij een enkele uitgever mee verspeeld.’ In het bijzonder prees Barber het duo Henkes en Bindervoet: ‘Naar hen ben ik altijd benieuwd, vanwege hun bravoure, hun elan kun je ook zeggen.’ Daarna haalde ze duo ‘ruw uit elkaar, om de lof te zingen van de man die alfabetisch vanzelf op de tweede plaats komt: Henkes. Hij heeft onlangs eeuwen Russische kinderpoëzie in het Nederlands geschreven, Bij mij op de maan (Van Oorschot, 2016). Het mooie is dat je bijna nergens wordt gehaald uit de illusie met eerstehands werk te maken te hebben, met nieuwe en ook nog eens steengoede aan de Nederlandse literatuur toegevoegde kindergedichten.’

Els Snick

Els Snick, auteur en vertaalster Duits-Nederlands, ging onder de titel ‘Hoe haalt ze het in haar hoofd! Over omgaan met kritiek op een boek versus kritiek op een vertaling.’ in op de kritiek die je zowel als auteur als vertaler kan treffen. ‘Ik was van plan hier iets te vertellen over omgaan met (al dan niet terechte) kritiek die je krijgt als auteur of als vertaler. Maar ik heb geconcludeerd dat er geen verschil is. Ook als je zelf een boek schrijft is de angst die toeslaat in de eindfase, vlak voor de tekst definitief naar de zetter gaat, even groot. Bij recensies van vertalingen komt het weleens voor dat een boek positief beoordeeld wordt, maar dat aan het slot in een paar regels enkele minder goede vondsten of ronduit fouten worden opgesomd. De recensent wil daarmee natuurlijk uitdrukking geven aan zijn of haar respect voor de auteur in kwestie, maar weet helaas van vertalen weinig of niets af en richt schade aan die moeilijk te herstellen is. Ik maakte ooit mee dat een recensent zijn voor het overige erg zorgvuldige en lovende recensie besloot met het snijdende: “De grote Joseph Roth verdient een beter lot.” Dezelfde recensent had eerder mijn boek over de exiljaren van Roth in Nederland en Vlaanderen gekraakt. Hij vond, onterecht, dat ik niets nieuws aan het onderzoek had toegevoegd, maar vooral begreep hij niet dat ik na zoveel jaren te hebben besteed aan het werk van Roth stilistisch zulke flauwe zinnen schreef. Vorig jaar kreeg ik de opdracht om in heel korte tijd een boek te schrijven over Duitsland. Ik reisde zeven weken Joseph Roth achterna, zocht naar zijn sporen, belandde midden in de vluchtelingencrisis en stuitte ook nog op verhalen over mijn eigen familie, en schreef dat allemaal in zeven weken tijd neer in een boek. Het was een enorm risico, ik kon me al te goed voorstellen wat de mogelijke kritieken erop waren. Maar ik dacht aan Geert Mak, die me schreef dat Roth, vanuit de hemel of waar hij ook zit, in ieder geval heel blij zou zijn met mijn werk. En als bij het schrijven of het vertalen de schrik weer even toeslaat, dan vul ik een glaasje, proost met Joseph Roth en weet dat hij het goed vindt. Dat is wat telt.’

Astrid Huisman

Na de lunch was het weer tijd voor het inmiddels gebruikelijke Vertaalspel van Astrid Huisman, ook ditmaal toegesneden op het thema van de dag, met vragen als: ‘Een vertaler hoeft niet te doen of hij driekwart schrijver is. Je hebt niks bedacht, niks geschreven, je hebt gewoon je werk gedaan. Deze uitspraak is van:’ (Rien Verhoef)’; en: ‘De meesterlijke roman Het hout van Jeroen Brouwers werd in het Duits vertaald door Christiane Kuby en Herbert Post. De eerste zin van de roman luidt: “De pijn irriteert mijn huid.” Hoe vertaalden Kuby en Post deze eerste zin?’(‘Die Kutte kratzt.’)

Bartho Kriek

Bartho Kriek, auteur en vertaler Engels-Nederlands, gaf in zijn lezing ‘Kruisbestuiving tussen literair vertalen en schrijven’ een overzicht van allerlei invloeden tussen het literair vertalen en het schrijven zoals hij die in zijn vertaalloopbaan heeft ondergaan. Zo leerde het vertalen hem als schrijver hoe belangrijk het ambachtelijke is voor literaire teksten. Hij werd ook beïnvloed door de auteurs die hij vertaalde. Zo werd de onbetrouwbare verteller in zijn roman Het ijzeren heden hem ingegeven door de onbetrouwbare butler-verteller in Ishiguro’s De rest van de dag. De vertalingen die hij maakte van het werk van I.B. Singer doordrongen hem ervan dat hij als schrijver eigenaardig ofwel origineel moest durven zijn: als vertaler Singeriaans, als schrijver Kriekiaans. Door het schrijven ging hij als vertaler een groter gewicht toekennen aan allerlei schrijversaspecten, zoals de inspiratie en het in eerste instantie zoveel mogelijk op gevoel werken. Door zoveel mogelijk zaken uit het schrijfproces over te nemen in het vertaalproces, uiteraard op het scheppende element na, kwam hij geleidelijk tot een andere vertaalmethode die meer ruimte laat voor de herscheppende ofwel creatieve aspecten.

Mark Leenhouts

Onder de titel ‘Ben je noodgedwongen een schrijver als je uit het Chinees vertaalt?’ ging vertaler Chinees-Nederlands Mark Leenhouts in op zijn dagelijkse praktijk. Hij betoogde dat, door de eigenschappen van het Chinese karakterschrift, dat geen enkel- en meervoudsvormen kent, geen werkwoordstijden, geen verbuigingen en vervoegingen, en waar bijvoeglijke naamwoorden ook werkwoorden zijn (‘goed’ is ‘goed zijn’, als in ‘nihao’, oftewel ‘hallo’), je zelfs aan eenvoudige zinnen veel meer moet sleutelen dan een vertaler ‘tussen Europese talen’. De gevolgen voor de literair vertaler liet hij zien aan de hand van 1) Chinese uitdrukkingen, die zo kort en compact zijn (als in ‘long time no see’) dat het een uitdaging is er stilistisch iets overtuigends mee te doen, zelfs al zijn het clichés; en 2) het feit dat het Chinees bijna alleen nevenschikkende zinnen kent, waar het Nederlands ook onderschikking verlangt. Zo heb je bij het Chinees vaker, sterker het gevoel dat je bijvoorbeeld een hele alinea opnieuw in het lood moet zetten, omdat elke aanpassing van een zin uiteraard gevolgen heeft voor wat er omheen staat. Bij een moderne Chinese Murakami had Mark dat gevoel minder, waardoor hij dacht: Als die global novel de komende decennia echt doorzet, wordt een Chinese vertaler straks misschien toch wat minder schrijver.

Anneke Brassinga

‘Uitsmijter’ was Anneke Brassinga, die in die hoedanigheid geheel vrij was in de keuze van haar onderwerp, al verenigt ze natuurlijk als geen ander de hoedanigheden van auteur (dichter) en vertaler. Toen haar op een uitgeversborrel werd gevraagd waar haar lezing tijdens de Vertaaldagen over zou gaan, bedacht ze er ter plekke een: ‘Taal is zand.’ En voor onderzoeksdoeleinden boekte ze meteen maar een reisje naar Schiermonnikoog, waar ze onder meer de volgende observaties deed: ‘Het mirakel van de taal is echter dat wij ook dingen kunnen “herkennen” zonder ze ooit gekend te hebben. Een taal is zozeer één substantie, één wolk van structuren, één zee van zand, dat al wat uit dat zand wordt gevormd tot woord of zinsdeel, wel een reminiscentie in zich draagt of een associatie met een reeds gekend begrip of ding. Alle mogelijke configuraties van alle woorden en zinnen zijn daardoor in principe te begrijpen, te herkennen in hun eenmaligheid. Ook de natuur schrijft in het zand. Klimaat, dieren, gewassen, al wat beweegt laat er sporen na, die te lezen zijn als een relaas. Natuur en mens verschillen van elkaar doordat de mens vindt dat hij van de natuur verschilt – wij zijn als soort, met z’n allen, een separatistische beweging. Maar omdat we vooralsnog niet buiten de natuur kunnen bleef onze tweede werkelijkheid, die van de taal, qua schriftbeeld geënt op prehistorisch uitziende stokjes, golvingen als van rietstengels, hiëroglyfische restvormen. Wat opvalt in het handschrift van de natuur is de ritmiek, die aanduidt dat er beweging heeft plaatsgevonden – van dieren, getijden, wind, of andere elementen. Natuur leert ons besef van tijd, en we mogen wel zeggen dat tijdsbesef voorwaarde is voor een grammatica, voor taal.’ De lezing van Anneke was verluchtigd met een serie prachtige zandfoto’s van eigen hand.

Tot besluit van de symposiumdag werden de Vertaalprijzen van het Nederlands Letterenfonds uitgereikt aan Alicja Oczko, vertaalster Nederlands-Pools, en het duo Harm Damsma en Niek Miedema, dat Engelstalige literatuur in het Nederlands vertaalt. Surprise guest was de Britse auteur David Mitchell, die in een korte toespraak zijn vaste vertalers Damsma en Miedema lof toezong.

Ter info

  • Op zaterdag 10 december vond in het Amsterdamse Montessori Lyceum de gebruikelijke vertaalworkshopdag plaats, met als ‘bijzondere’ edities dit jaar een workshop over het gebruik/ nut van vertaaltools voor literair vertalers en een vertaalworkshop ‘Scandinavisch’.
  • Voor de symposiumdag hadden zich 372 deelnemer ingeschreven, voor de workshopdag 171.
  • Alle foto’s bij dit bericht werden gemaakt door Victor Schiferli.

Lezingen

De tekst van de lezingen van Anneke Brassinga, Bartho Kriek, Barber van de Pol en Rien Verhoef zijn hieronder te downloaden. In het geval van Els Snick is er sprake van een samenvatting van een aan de hand van aantekeningen gehouden lezing. De lezing van Mark Leenhouts, ook gehouden aan de hand van aantekeningen, wordt hierboven samengevat.

Laudatio en dankwoord winnaars Letterenfonds Vertaalprijs 2016

Alle weblogs van Peter Bergsma

Peter Bergsma

Directeur Vertalershuis

bureau

Peter Bergsma is vertaler van onder anderen Coetzee, Faulkner en Hemingway, directeur van het Vertalershuis in Amsterdam en voorzitter van RECIT, het netwerk van Europese vertalershuizen.

p.bergsma@letterenfonds.nl

lees meer