weblog

Dagboek Andrea Bajani - slot

Anderhalve minuut voor de vader van Anne Frank

5 september 2012

Ik ga vaak terug naar het Anne Frank Huis, ook al is het in werkelijkheid niet het huis van Anne Frank maar het pand waar het familiebedrijf was gevestigd en waar de familie Frank ondergedoken zat voordat ze door de Duitsers werden opgepakt en naar het concentratiekamp afgevoerd. Ik heb weliswaar een Museumjaarkaart, maar ik ga toch in de rij staan, ik hou ervan om naar de gesprekken van anderen te luisteren.

Anne Frank Huis

Bijna iedereen heeft een gids van Amsterdam in de hand, of van Nederland. In alle gidsen staat het Anne Frank Huis vermeld als een bezienswaardigheid die je niet mag missen. Iedereen denkt dan ook dat het haar huis is, en niet haar zogeheten schuilplaats. Ik praat met een paar Italiaanse, Franse, en twee Duitse gezinnen. Ze zeggen dat ze al in het Van Goghmuseum en op de Wallen zijn geweest. Een Italiaanse teenager vraagt me hem te helpen zijn ouders over te halen hem mee te nemen naar een coffeeshop om hasjcake te proeven. Ik zeg hem dat hij het zelf maar moet proberen, dat hij volgens mij over betere retorische wapens beschikt dan ik, tenminste waar het zijn ouders betreft. Maar dat lost de situatie in het geheel niet op, integendeel, voor me barst een familiediscussie los waar ik een beetje gegeneerd bij sta. Intussen schuifelt de rij verder, we naderen de ingang, ik hoor lachen en telefoneren, zie mensen met opengevouwen stadsplattegronden, iemand vraagt hoe hij – na het bezoek – op de Wallen moet komen, al moeten ze eerst nog fietsen huren. Als we eindelijk naar binnen gaan is iedereen opeens stil, en ik vraag me af wat er ’s avonds van dit alles zal beklijven, wat het zal worden in hun hoofd, die enorme brok haastig fijngekauwde, doorgeslikte en in hun maag tot één grote brij vermalen geschiedenis, en ik vraag me ook af of ze de brieven van Van Gogh die ze op de audiotour in het museum hebben gehoord kunnen scheiden van die van Anne Frank die ze hier hebben beluisterd, en waarover ze zullen dromen, of Anne Frank, in hun droomwereld, niet terecht zal komen in het gekkenhuis in Saint-Rémy, en Rembrandt op de Wallen, en of Van Gogh voor de regen zal schuilen in een coffeeshop. En plotseling, als in een boze droom, word ik herinnerd aan een familie die ik ooit zag bij de ingang van het concentratiekamp Birkenau, die de camper had geparkeerd en voor de ingang, niet ver van het prikkeldraad, naast een opengeklapte picknicktafel zat te barbecueën. En aan die geur, die je onmogelijk kunt vergeten, en aan de twee kinderen die aan de tafel zaten, met een door hun moeder om hun hals geknoopte servet zodat ze hun T-shirts niet vies zouden maken.

Aan het eind van de rondleiding door het Anne Frank Museum, helemaal bovenin, kun je een ontroerende video bekijken van niet veel langer dan een minuut. Op de video zie je de vader van Anne Frank. Hij zegt iets kleins, maar prachtigs. Hij vertelt dat hij bij zijn terugkomst uit het concentratiekamp niemand had teruggevonden, want de hele familie was uitgemoord. Hij had alleen maar het dagboek van zijn dochter gevonden. En over dat dagboek zei hij op die video dat hij er, toen hij het las, tot zijn verbazing iemand in had aangetroffen die hij niet kende, want in haar dagboek liet zijn dochter een andere kant van zichzelf zien, was ze anders dan degene die hij altijd had gemeend te kennen. In dat museum-huis, waar toeristen van over de hele wereld op zoek zijn naar de echo – of de herinnering – van de geschiedenis in de bladzijden van een dagboek van een Duits meisje dat ondergedoken zat in Nederland, op de hoogste verdieping van dat huis, verkondigt een vader in anderhalve minuut een simpele waarheid en verwoordt daarmee het drama van wellicht alle vaders, te weten dat zij zich er plotseling van bewust worden dat hun kinderen anders zijn dan het beeld dat zij zich in de loop der tijd van hen hebben gevormd.

Als we eindelijk naar binnen gaan is iedereen opeens stil

Schrijver

Andrea Bajani

Andrea Bajani (1975) is schrijver en journalist. Zijn debuutroman Se consideri le colpe (Wie houdt dan stand?) uit 2007 werd lovend ontvangen in Italië, en in 2008 bekroond met de Premio Mondello. Later volgde Ogni promessa (De belofte). Beide romans werden door Yond Boeke en Patty Krone vertaald in opdracht van uitgeverij Athenaeum.

Bekijk alle weblogs van Andrea Bajani