weblog

Dagboek Andrea Bajani - deel 1

De zon is naar het zuiden geëmigreerd

30 augustus 2012

Een schrijver die gast is in de schrijversresidentie op het Spui krijgt standaard van het Nederlands Letterenfonds als welkomstcadeau een museumjaarkaart aangeboden. De Italiaanse schrijver en journalist Andrea Bajani maakte dankbaar gebruik van deze kaart om de vele musea in Amsterdam te bezoeken. De komende dagen publiceren we delen uit het dagboek dat hij tijdens zijn verblijf bijhield. De dagboekfragmenten werden vertaald door Yond Boeke.

Het begint elke ochtend met regen.
Maar naarmate de dag vordert, verandert het weer en verschijnt de zon. Die verdwijnt vervolgens weer, en verschijnt weer, en als de avond valt ontvouwt zich een sterrennacht boven de daken.
’s Nachts worden we gewekt door het onweer.
Deze voordurende weersverandering heeft in zekere zin iets geruststellends.
De wereld is niet helemaal zoals ze lijkt, ze zit niet vast aan één temperatuur of vorm. Er is altijd de hoop dat ze verandert.

Sinds we in Amsterdam zijn heb ik de indruk dat iedereen in dit land een weerdeskundige is. In elke Nederlander schuilt een meteoroloog. Wij Italianen ondergaan het weer, we staan ’s ochtends op, openen de luiken en zien dan wat de lucht voor ons in petto heeft. We lopen er met gebogen hoofd onderdoor en laten de onvermijdelijke regen of het welkome strakblauw gelaten over ons heen komen. Hier hebben de mensen volgens mij een andere houding: ze ondervragen het weer, houden het verantwoordelijk voor hoe het zal zijn.

In feite praat men hier niet zozeer over het weer als wel over de afwezigheid van de zon.
De zon lijkt in Nederland op een familielid dat op een dag, lang geleden, vertrokken is. De zon lijkt op een familielid dat ver weg woont. Er worden nieuwtjes over uitgewisseld door mensen die elkaar op straat tegenkomen. Ze denken er met weemoed aan, zoals men met weemoed kan denken aan iemand die vertrokken is. Over haar praten is voor de achterblijvers als doen alsof zij er nog is, alsof ze nooit is weggegaan. Het is alsof je haar kamer intact laat, het bed opgemaakt en haar foto’s nog aan de muur.
Heb je nog iets van haar gehoord?
Heeft ze geschreven?
Heeft ze gebeld?
Weet je wanneer ze van plan is weer deze kant op te komen?

En als de zon in aantocht is, als dat stralende, geëmigreerde familielid iets van zich laat horen, verspreidt het gerucht zich binnen luttele minuten. Iedereen maakt zich op om haar te verwelkomen, om haar met gepaste feestelijkheid te onthalen, iedereen heeft het erover en is blij haar te zien terugkeren. De zon die een paar dagen thuiskomt.

Vandaag ben ik binnengelopen bij Concerto, in de Utrechtsestraat.
Ik heb een requiem van Scarlatti gekocht.
Nadat ik de man achter de kassa, die ik nooit eerder had gezien, had betaald, zei hij: ‘Dat is een prachtige opname.’
En daarna voegde hij eraan toe: ‘Zaterdag komt de zon terug.’

De zon lijkt in Nederland op een familielid dat op een dag, lang geleden, vertrokken is.

Schrijver

Andrea Bajani

Andrea Bajani (1975) is schrijver en journalist. Zijn debuutroman Se consideri le colpe (Wie houdt dan stand?) uit 2007 werd lovend ontvangen in Italië, en in 2008 bekroond met de Premio Mondello. Later volgde Ogni promessa (De belofte). Beide romans werden door Yond Boeke en Patty Krone vertaald in opdracht van uitgeverij Athenaeum.

Bekijk alle weblogs van Andrea Bajani