nieuws

In Memoriam Pieter Steinz

4 september 2016

Op 6 augustus 2013 bracht Pieter de medewerkers en het bestuur van het Nederlands Letterenfonds op de hoogte van zijn naderende vertrek als gevolg van de in juni van dat jaar geconstateerde ziekte ALS. Nuchter en helder beschreef hij de vooruitzichten: die waren in Pieters woorden ‘somber’. Maar hij liet niet na om ter geruststelling een paar lichtpuntjes te noemen die zijn variant van de ziekte kenmerkten. Hij eindigde als volgt: ‘Ik hoop natuurlijk zo lang mogelijk in jullie midden te blijven en nog zoveel mogelijk voor het Nederlands Letterenfonds te kunnen doen. Je kunt met vragen altijd bij me terecht, en als ik op het werk ben is het nog zoveel mogelijk - vergeef me het Engels - business as usual’.

Pieter werd op 1 maart 2012 aangesteld als directeur van het Nederlands Letterenfonds. Het was in een voor het Letterenfonds cruciale en ingewikkelde periode. De bezuinigingen op cultuur hadden de kunsten en ook het fonds zwaar getroffen en moeilijke keuzes waren onvermijdelijk. Je kunt gerust zeggen dat Pieter meteen het diepe in werd gegooid, maar hij spartelde geen moment, dat deed hij nooit; met onverstoorbaar optimisme en met de overtuigingskracht die voortkomt uit ware eruditie, wist hij de schade voor het fonds, voor de schrijvers en vertalers waar Pieter zich zo betrokken bij voelde, zo beperkt mogelijk te houden. Dat onverstoorbare optimisme en zijn betrokkenheid bij de literatuur heeft hij nooit losgelaten, ook niet toen getroffen werd door die ellendige rotziekte. Soeverein en zonder een spoor van zelfbeklag weigerde hij zich neer te leggen bij de beroerde prognoses die artsen hem voorschotelden, dat wil zeggen, hij weigerde om wat hij zich had voorgenomen voor de ziekte opzij te zetten; er moesten projecten worden afgerond, stukken geschreven, er waren vertalingen die hij graag nog zou zien verschijnen. Met de hem zo kenmerkende to-dolijsten hield hij de ziekte op afstand, maar bracht hij ons allemaal juist dichter bij hem. Zijn energie en ongeëvenaarde werklust, die in zijn tijd als literair criticus en chef boeken bij NRC Handelsblad al legendarisch waren, heeft hij dan ook nog lang, langer dan menigeen voorspeld had, voor het fonds en de literatuur ingezet.

Pieter leefde literatuur, als lezer, promotor, schrijver, moderator, en nam anderen graag in zijn enthousiasme mee. Even moeiteloos verbond hij de letteren met zijn andere passies: muziek, kunst, geschiedenis. Het is zoals je de ideale directeur van een cultuurfonds voorstelt. En hij reisde graag, zo schreef hij in een van zijn laatste mails. Bij het Letterenfonds voelde hij zich dan ook ogenblikkelijk thuis; de gesprekken met adviseurs over nieuwe nieuwe boeken en vertalingen, overleggen met zijn collega-directeuren van de Nederlandse cultuurfondsen, het schrijven van stukken voor onze promotiebrochures, bezoeken aan boekenbeurzen en uitgevers over de hele wereld om de Nederlandstalige en Friese literatuur over de grenzen onder de aandacht te brengen - ‘ik werd’, schreef hij in een van zijn eerste blogs voor het Letterenfonds, ‘een half jaar geleden de directeur, en je kunt je dan ook voorstellen dat ik uitkijk naar mijn eerste Frankfurter Buchmesse in zeven jaar. Eindelijk een vol afsprakenschema, eindelijk uitnodigingen voor buffetten en etentjes waar je je niet overbodig voelt. Eindelijk van nut.’

Pieter was voor het fonds en voor de literatuur veel meer dan alleen van nut. Na Frankfurt volgden reizen naar onder meer Argentinië en Brazilië. In die landen verrichtte hij pionierswerk, door eerste contacten te leggen met Braziliaanse en Latijns-Amerikaanse uitgevers, contacten die uiteindelijk zouden resulteren in een spectaculair te noemen groei van vertalingen in deze taalgebieden, en in drie succesvolle manifestaties met Nederlandse schrijvers in Buenos Aires, Sao Paulo en Rio de Janeiro. Maar het meest trots was hij op het binnenhalen van het Nederlands-Vlaamse gastlandschap op de Frankfurter Buchmesse. Zijn ziekte had zich inmiddels geopenbaard, maar het weerhield hem er niet van de belangrijkste bijdrage te leveren aan het bidboek waarmee drie jaar geleden de Duitse boekenbeursorganisatoren werden overtuigd Nederland en Vlaanderen voor de tweede keer sinds 1993 tot Ehrengast uit te roepen.

Dat bidboek vormt nog steeds de basis voor het gastlandprogramma dat momenteel in Duitsland plaatsvindt - dat dit programma de sfeer draagt van kosmopolitisme, van de wijde blik en het grote culturele verband, is in belangrijke mate aan Pieter te danken. Zelfs afwezig speelt Pieter zo een essentiële rol in de belangrijkste internationale gebeurtenis voor de Nederlandstalige literatuur van de afgelopen 23 jaar.

Pieter schonk het Letterenfonds - ons allemaal - zijn Letteren&cetera, de serie publieke gesprekken die Pieter met schrijvers én vertalers voerde over hun meest recente titels. Gesprekken zoals Pieter die als geen ander kon voeren; respectvol maar scherp, voor iedereen begrijpelijk, maar niet oppervlakkig, en vooral onbevooroordeeld. Tommy Wieringa zei het mooi in zijn column van gisteren: ‘Hij verdeelde de wereld niet in vrienden en vijanden, deed niet aan vleierij en polemiek, niet aan verdeel en heers. Hij was de gedroomde bespreker: grootmoedig en gul, zo erudiet als wat en met een ziel van drukinkt en papier.’

Toen het interviewen niet meer mogelijk was droeg Pieter zijn programma even grootmoedig over aan Kenneth van Zijl en de NPO en liet het verhuizen naar de bibliotheek van het Letterenfonds; daarmee maakte hij ons pand een plek van betekenis - voor meer dan alleen voor boekenvakkers.

Voor de medewerkers en bestuursleden van het Letterenfonds was Pieter een bevlogen en inspirerende directeur, benaderbaar, geestig, wars van dikdoenerij, geëngageerd op de juiste manier, namelijk geïnteresseerd in mensen. Pieter omarmde het Fonds vanaf de eerste dag dat hij ons pand binnenstapte, en wij hielden van hem. Hij bracht een bijna huiselijke warmte in het fonds. Warmte die we allemaal van hem, Claartje, Jet en Jan zagen afstralen als je ze samen zag. In de korte tijd van zijn directeurschap heeft Pieter een onmiskenbaar stempel gedrukt op de werkzaamheden van het fonds – met zijn ideeën en adviezen kunnen we nog jaren vooruit. Ook toen zijn ziekte hem het spreken onmogelijk maakte, het reizen steeds verder beperkte tot hij uiteindelijk aan huis gekluisterd was, was hij bereikbaar voor de collega’s van ‘zijn’ fonds. Hij beantwoordde mails, en ontving tot kort voor zijn dood bezoek, samen met Claartje. In die gesprekken, die Pieter uiteindelijk met behulp van het spraakprogramma op zijn iPad voerde, bleef hij monter, geïnteresseerd, nieuwsgierig en bleek hij beter dan wie dan ook op de hoogte van wat er in letterenland allemaal gaande was. Bij Pieter thuis kwam je niet om steun te bieden, je ging bij hem te rade. Zijn wilskracht, doorzettingsvermogen en onverwoestbaar optimisme zijn een voorbeeld voor ons allemaal. We zullen hem vreselijk missen.

Dit I.M. werd op zaterdagmiddag 3 september uitgesproken door Tiziano Perez, directeur-bestuurder van het Nederlands Letterenfonds, tijdens de afscheidsbijeenkomst voor Pieter Steinz in de Philharmonie te Haarlem.

Pieter Steinz. Foto: Keke keukelaar Foto: Keke Kekelaar (tijdens de Literaire Vertaaldagen, december 2012)

Links:

medewerkers Nederlands Letterenfonds Foto: Thijs Wolzak, september 2013, in de bibliotheek van het Nederlands Letterenfonds. In de handen van Pieter Steinz: De graaf van Montecristo door Alexandre Dumas, in vertaling van Jan Mysjkin, uitgeverij Veen, 2011.

Tiziano Perez

Contact

Tiziano Perez

Directeur-bestuurder

t.perez@letterenfonds.nl