weblog

Parijs heeft zijn Institut Néerlandais nodig

28 juli 2012

In juli werd bekend dat het Institut Neerlandais in Parijs de ondersteuning door het ministerie van Buitenlandse zaken dreigt te verliezen, hetgeen het einde van het huis voor Nederlandse cultuur in Parijs zou betekenen. Tegen dit voornemen tekent Jean Mattern, bij de gerenommeerde uitgeverij Gallimard verantwoordelijk voor het werk van Adriaan van Dis en Harry Mulisch, protest aan.

Graag zou ik mijn stem willen voegen bij de inmiddels talrijke proteststemmen van prominenten tegen de beslissing van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken om geen subsidie meer te verstrekken aan het Institut Néerlandais in Parijs. Ik ben een Frans staatsburger en het ligt niet in mijn bedoeling mij in een Nederlands debat te mengen, maar het lijkt mij dat het hier om iets anders gaat. Enerzijds omdat Europa – en het culturele Europa – een zaak zou moeten zijn van alle burgers, en anderzijds omdat de Nederlandse cultuur beter verdient dan deze overhaaste beslissing zich te ontdoen van een instelling die Nederlandse kunstenaars al vijfenvijftig jaar lang de uitzonderlijke mogelijkheid biedt van een dialoog met het Franse publiek. De culturele uitstraling van een land is een gegeven dat beleidscontroleurs ontgaat, het is een feit dat niet in cijfers valt uit te drukken en ook nooit in cijfers uit te drukken zal zijn – maar dat deze werkelijkheid niet kan worden gereduceerd tot een kolom in een boekhoudkundige balans maakt haar nog niet minder belangrijk.

Het Institut Néerlandais aan de rue de Lille staat sinds vele jaren aan de basis van die culturele uitstraling van Nederland. Onder de leiding van een toegewijd en deskundig team is op deze plek zeer belangrijk werk verzet om de Nederlandse cultuur haar plaats te geven in het culturele weefsel van de stad Parijs, en dat heeft de blik van vele Fransen op de Nederlandse cultuur veranderd. Om nu een zo effectief en symbolisch instrument kapot te maken is niet alleen een budgettaire beslissing, het is een beslissing die alle Nederlandse burgers, die met recht mogen verwachten dat hun cultuur in een land als Frankrijk op een waardige wijze wordt getoond, diep moet bedroeven.

Als iemand uit het boekenvak zou ik vooral over het gebied van de literatuur willen spreken. Dat de Nederlandse literatuur tegenwoordig in Frankrijk rijkelijk in vertaling voorhanden is, is natuurlijk het resultaat van de langdurige arbeid van de Nederlandse uitgevers, in samenwerking met de Nederlandse autoriteiten, met name vertegenwoordigd in het Productie- en Vertalingenfonds, nu het Nederlands Letterenfonds, dat in de hele wereld door iedereen in het uitgeversvak wordt genoemd als een lichtend voorbeeld. In Parijs heeft het Institut Néerlandais die inspanningen begeleid, ondersteund, aanschouwelijk gemaakt. Het heeft de rol van tussenpersoon vervuld in het tot uitdrukking brengen van de wil de grote Nederlandse literatuur over te brengen naar het Franse publiek. De jaren waarin het Institut Néerlandais, onder de leiding van Henk Pröpper en vervolgens van Rudi Wester, literaire avonden van een opmerkelijke kwaliteit organiseerde, zullen in Parijs niet snel worden vergeten. Een blik op de lijst van uitgenodigde auteurs volstaat om zich rekenschap te geven van het belang en prestige van deze manifestaties.

Persoonlijk had ik de eer en het voorrecht de Franse uitgever te zijn van de betreurde Harry Mulisch. Deze laatste, evenals vele andere door uitgeverij Gallimard gepubliceerde en voorgestane Nederlandse schrijvers, was meerdere malen in het Institut Néerlandais te gast. Het heeft geen zin hier een lijst op te stellen van zijn optredens, zij zou heel lang zijn, maar het is cruciaal erop te wijzen hoezeer het podium van het Institut Néerlandais de promotie van Nederlandstalige auteurs in Frankrijk heeft vergemakkelijkt.

Met ontroering denk ik terug aan het gesprek dat ik hierover heb kunnen voeren met koningin Beatrix, bij gelegenheid van de viering van het vijftigjarig bestaan van het Institut Néerlandais. Hoe kan haar aanwezigheid en haar zo warme steun worden vergeten? Hoe valt de stopzetting van een cultuurbeleid te verdedigen dat met veel energie de diversiteit van de Nederlandse cultuur ondersteunt, dat de rijkdom van haar schone kunsten en haar literaire en culturele productie naar voren brengt? Hoe is het voorstelbaar dat dit alles geen belang meer heeft in de ogen van de Nederlandse regering?

Europa heeft de Nederlandse cultuur nodig, en Parijs heeft zijn Institut Néerlandais nodig.

(vertaling: Tatjana Daan)

Schrijver

Jean Mattern

Jean Mattern (1965) is uitgever bij Gallimard waar hij onder meer verantwoordelijk is voor de Nederlandse literatuur. Hij begeleidde de Franse uitgaven van werk van o.a. Adriaan van Dis, Gerbrand Bakker, Harry Mulisch, Jan van Mersbergen en Willem Jan Otten. Mattern is ook schrijver. In 2009 verscheen zijn eerste roman De baden van Kiraly bij Cossee. Zijn tweede roman De lait et de miel (‘Over melk en honing’) verscheen nog niet in Nederlandse vertaling. Hij woont in Parijs met zijn vrouw en drie kinderen.

Bekijk alle weblogs van Jean Mattern