weblog

Heterotopia: Een ‘plek buiten alle plekken’

19 mei 2016

Een laptop, wat kleren, een potje inkt. Meer heb ik niet bij me als ik op een februarimiddag aankom in Maastricht. De Jan van Eyck-Academie, waar ik drie maanden zal schrijven en verblijven, is een post-academisch instituut waar kunstenaars, curatoren en onklassificeerbare denkers van over de hele wereld samenkomen. Ze krijgen er de tijd, en ze krijgen er de ruimte.

Dat klinkt utopisch, vond ik. Maar gelukkig is de Jan van Eyck geen utopie ‒ een ‘niet-bestaande plek’. In plaats daarvan is het wat Foucault omschrijft als een heterotopie: een andere plek. Een ruimte apart, weg van het gewone, een ruimte gereserveerd voor iets bijzonders.

De studio die mij wordt toegewezen, bevindt zich op een hoek aan het einde van een lange gang. Groot, licht, leeg, wit. Er staan een tafel en een stoel. Het appartement waar ik verblijf, ooit gebouwd als atelier, is al even groot en wit. De enige sporen van eerdere bewoning zijn een bruin corduroy jasje aan de kapstok en, in een van de keukenkastjes, kuipjes met jam zoals je in hotelbuffetten krijgt. Mijn voorganger hield van aardbeienjam en niet van frambozen. Zijn overige eigenschappen zijn door Eddy, de schoonmaker van Van Eyck, zorgvuldig weggeveegd.

Als schrijver kan ik werken op iedere plek die niet al te veel beweegt: een bus, trein, cafétafel, bureau. Ik zou thuis kunnen blijven. Op die eerste avond in februari, als de hagel tegen de ruiten slaat, vraag ik me af: Waarom werken op een andere plek?

Een andere plek
In deze vreemde plek ben ik mijn gewoontes kwijt. Ik heb geen wekker en geen ritme. (‘De heterotopie functioneert pas ten volle, wanneer de mensen volledig breken met hun traditionele tijd.’) Ik moet zoeken, en het zoeken zorgt voor afstand en extra wakkerheid. Van een afstand lijken veel dingen kleiner; van sommige dingen zie je juist pas van veraf hoe groot ze zijn. Alles toont zich in andere verhoudingen.

Niet dat afstand en vervreemding mijn verblijf tekenden. Buiten de stilte van mijn vlekkeloos witte studio gonsde de academie van bedrijvigheid. Telkens wanneer ik nieuwe koffie ging halen, rook ik op weg naar het café het zaagsel van de houtwerkplaats of de branderige geur van metaal dat bewerkt wordt. In ieder lab en achter elke deur was iemand bezig. Tijdens de lunch raakte ik met deelnemers in gesprek, en elke donderdagavond presenteerden twee van hen hun werk. Nadat ik zelf in het auditorium had gestaan, was ik voor hen ook niet langer blanco ‒ dat type dat bij de lunch zomaar ergens aanschoof. Iedere dag werd het grote, witte gebouw verder ingekleurd.

Nog een kenmerk van de heterotopie: ze ‘bezit het vermogen op één werkelijke plek meerdere ruimten samen te brengen’, zoals bijvoorbeeld in een theater of bioscoop: één werkelijke, veel imaginaire ruimtes. Ook aan de Jan van Eyck ligt achter elke studiodeur een andere gedachtewereld. Ruimtes identiek aan de mijne, maar toch volledig anders, omdat ze zijn gevuld met souvenirs, persoonlijke bezittingen, verfvlekken, werk in uitvoering. Iedere studio vormt zich naar zijn gebruiker.

Gaandeweg gingen de deuren open. Achter een ervan ontmoette ik Marine Delgado, die me het boek leende waarin ik kennismaakte met Foucaults begrip ‘heterotopie’. Achter een andere deur zat Kristina Benjocki, met wie ik uit fietsen ging en die me vertelde over het doolhof van mergelgrotten dat onder de groene heuvels verborgen ligt. Achter weer een andere deur zat Jason Hendrik Hansma, die me mooie podcasts doorspeelde. Huib Haye van der Werf, hoofd artistiek programma, vertelde me over de manier waarop inktvissen communiceren. Met Erik Lindner en Gustaaf Peek ging ik, na een publiek gesprek over de grenzen van wat taal kan zeggen, op zoek naar een café dat op dinsdagnacht geopend was. Enzovoorts.

Platanen in blad
Ik wende aan mijn ‘andere plek’. Aan de zwaar geparfumeerde vrouwen van Maastricht, en aan het hippe woordje: ‘sjiek!’. Aan de nabijheid van de Pietersberg, een heuvel als een holle kies, steeds verder afgegraven, waarvan ik langzaam alle paadjes, hobbels en groeven leerde kennen. Ik zat achter mijn bureau terwijl de zon steeds hogere bogen door de hemel trok. Buiten kwamen de twee grote platanen langzaam in het blad. Uren en uren keek ik naar hun gevlekte stammen, de kleine bolletjes die nog aan hun takken hingen en die in mijn hoofd verbonden raakten met de losse tonen die uit de open ramen van het conservatorium ontsnapten. In mijn vensterbank hoopten zich papieren op, boeken, doosjes thee. Mijn heterotopie werd langzaam ingelijfd door de vertrouwdheid.

Heterotopiën, schreef Foucault, ‘veronderstellen een systeem van opening en sluiting.’ Zes weken na mijn komst stelde de academie haar deuren open. Er was koortsachtig toegewerkt naar de Open Studio’s; steeds langer bleven ‘s nachts de lichten aan, steeds sneller klonken de voetstappen op de gang. Er verscheen graffiti op de muren en lijm op de vloer, er werden sculpturen gemonteerd, foto’s opgehangen.

De meeste deelnemers kozen ervoor om hun ruimte leeg te halen, zodat hun werk tijdens de Open Studio’s als in de white cube van een museum werd gepresenteerd. De spullen die ze in de loop van hun verblijf hadden verzameld, werden zolang opgeslagen. Een van de kunstenaars, Golnar Abbasi, categoriseerde ze en legde ze vast in een boekje met technische tekeningen. Twaalf yogamatjes, drieëntwintig waterkokers, talloze stoelen, zetels, tafels, dressoirs, potplanten, koffiekoppen, sofa’s, schapenvachtjes. De verzamelde huiselijkheid van een hele lichting deelnemers, keurig gestapeld in één kamer.

In de weken na de Open Studio’s vertrokken de oude deelnemers. Opruimen, schoonmaken, wit verven. Er bleven lege ruimtes achter.
(Nog een keer Foucault: ‘Heterotopiën zijn vaak met tijduitsnedes verbonden …[vaak] met het vluchtigste, het tijdelijkste.’)

Vandaag vertrek ik zelf weer uit Maastricht. Er zal een andere stem tegen de muren kaatsen, er komen nieuwe post-its op de muur en de twee platanen zullen de kapstok zijn voor andere gedachten. Wat ik achterlaat, is een bruin corduroy jasje, kuipjes met frambozenjam, en een inktvlek op het bureau. Wat ik meeneem, is minder makkelijk te tellen.

Zie ook:

'Foucault omschreef heterotopieën als 'tegenlocaties, waarin alle overige locaties … zowel betwist als omgekeerd worden, een soort plekken buiten alle plekken.'

Schrijver

Bregje Hofstede

Bregje Hofstede (1988) is schrijver en kunsthistoricus. Ze publiceerde korte verhalen en essays, en ontving daarvoor de Hollands Maandblad aanmoedigingsbeurs 2012/2013. In 2014 volgde haar debuutroman De hemel boven Parijs (Cossee), die werd genomineerd voor de longlist van de Gouden Boekenuil en de Libris Literatuurprijs. Op basis van haar debuut werd ze in 2015 geselecteerd als een van de acht talentvolle debutanten die een startersbeurs ontvingen van het Letterenfonds.

Bekijk alle weblogs van Bregje Hofstede