weblog

Reisverslag #2: Rome

Chronische onvolledigheid

30 juli 2015

Een maand in Rome lijkt veel, maar is eigenlijk niets. Toen ik weer op Fiumicino stond voor mijn terugreis loste de roes waarin ik een maand lang door die krankzinnige stad heb gelopen op en werd ik overvallen door het akelige gevoel terug te zijn bij af. Was mijn onderneming om iets van het oude Rome te begrijpen mislukt? Heb ik me, bedwelmd door de verpletterende schoonheid van beelden, fresco’s, sarcofagen, tempels en villa’s, nog iets van de geest van de oude Romeinen eigen kunnen maken? Heeft ‘de chaos van de ruïnes’ zoals Lord Byron het Forum noemde mij toch iets prijsgegeven van zijn vroegere macht en grandeur? Of heb ik als een kind, alleen maar bij de branding van de oceaan gespeeld?

Dat laatste is het geval, vrees ik, en toch is dat tot wanhoop drijvende gevoel van ‘chronische’ onvolledigheid een prachtig, opwindend en stimulerend cadeau van de geschiedenis, waarvan volgens de Romeinen maar veertig procent zichtbaar is. De overige zestig bevindt zich nog altijd onder de grond. Tijdens mijn verblijf werd er weer een stuk triomfboog opgegraven bij het Circus Maximus onderaan de Palatijnse heuvel en het aanleggen van de derde metrolijn C loopt ernstige vertraging op: hij moet verlegd worden vanwege de vondst van ‘nieuwe’ bebouwingen.

Circus Maximus Circus Maximus

Het gevoel van onvolledigheid moet ook de oude Romeinen hebben voortgejaagd, steeds verder naar nieuwe veroveringen, nieuwe bouwprojecten, nieuwe pracht en praal, nieuwe feesten en sensaties, nieuwe ideeën en inzichten die hun uiting vonden in de kunst en literatuur. Hun expansiedrift kende geen grenzen, het lijkt alsof ze, zonder het woord verlossing te kennen, deze onbewust in hun dadendrang zochten. Industria, vlijt, werklust, nijver, een van de essentiële Romeinse deugden, was bovendien goed voor de spieren van je karakter. Maar zonder een andere deugd zelo, dat in het Grieks vuur, liefde en bezieling betekent, had een Romein nooit het ideaal van de vrije man kunnen bereiken en had Rome nooit kunnen worden wat het was.

De geschiedenis waar je hier letterlijk over struikelt, heeft iets intimiderends. Op elke hoek stapelen de tijdlagen zich op elkaar. Neem alleen al De Basilica van San Clemente uit de twaalfde eeuw waaronder een andere basilica, uit de vierde eeuw na Christus, is ontdekt en eronder nog een huizenblok uit de eerste eeuw met een heidense tempel en daaronder nog de resten van de bebouwing uit de republikeinse tijd die vermoedelijk bij de (door Nero gestichte) brand van Rome waren vergaan – en je wordt voortdurend herinnerd aan je nietigheid. De vergankelijkheid vermengd met de uitlaatgassen en aangelengd me de constante straatherrie is opgelost in de Romeinse lucht. Het lijkt of de Romeinen aldoor hun sterfelijkheid met hun uitbundigheid proberen te bezweren, de oudere Romeinen, goed verzorgd en elegant gekleed, dragen die met kalmte en waardigheid. Ook de jonge Romeinen ogen oud, op alle gezichten werpt de tijd zijn schaduw. Tijdens de metroritten in éen van de mooiste ondergrondse musea van Rome heb ik mijn ogen de kost gegeven. Dat kan goed in Rome want iedereen kijkt naar elkaar. Ik heb de gezichten proberen te onthouden, de lichaamstaal die zo anders is dan in de noordelijke streken. Zo plastisch, uitgesproken, natuurlijk. De talloze hoofden van marmer, brons en terracotta waarin industria en zelo elkaar in volmaakte harmonie hebben gevonden - jong, oud, gevoelig, ongenaakbaar, ontluikend, vermoeid, dromerig, ontgoocheld of cynisch - en die ik net in de museazalen heb staan bekijken kwamen tot leven in de metro, op straat, in cafés.

Aan het begin van mijn verblijf heb ik vooral veel gelopen, eerst zonder plan, om aan het ritme van de stad te wennen, om mijn angst in de anonimiteit van de stad op te lossen van me af te schudden. Later ging ik gerichter te werk, gewapend met een plattegrond en de bestseller van de Russische filoloog Viktor Sonkin Hier was Rome. Moderne wandelingen door de oude stad. Een fantastische, erudiete historische gids met tien wandelingen, voorzien van anekdotes, verhalen, biografieën, architectonische uitleg en citaten van de klassieke schrijvers met als enig minpuntje dat er geen afstanden worden genoemd. Maar ach, in het aangezicht van de bijna drieduizendjarige geschiedenis vond ik op den duur een kilometer meer of minder niet meer relevant.

Ik was vooral geïnteresseerd in het Augustiaanse tijdperk, de transformatie van de republiek tot het keizerrijk en de daaropvolgende jaren. Dit gaf me een zeker houvast terwijl ik me langzaam door de stad verplaatste op zoek naar portieken, tempels, markten, badhuizen, theaters, villa’s en tuinen uit de periode van de eerste eeuw voor en na Christus die hier ooit hebben gestaan en waarvan soms nog een fundament, zuilen, trappen, bogen, een stukje mozaïekvloer of gehavende fresco’s en beelden zijn overgebleven.

Ik heb me een paar keer door Marina Giorgini laten leiden, een kunsthistorica uit Florence, die haar hart aan Rome heeft verpand en die hier kleinschalige groepen rondleidt, onder andere door de wijk Testaccio, met een heuvel van vijftig meter die uit de scherven van de amforen bestaat waarin de olijfolie werd getransporteerd uit Spanje en met een van de meest bizarre Oudromeinse monumenten – een graftombe in de vorm van een piramide die later in de stadsmuur is ingebouwd bij wijze van een extra versterking. Cestius, een rijke praetor en tribuun, gaf in zijn testament de opdracht de piramide in 330 dagen te laten bouwen. Anders kregen zijn erfgenamen geen cent.

Piramide in Rome Gravure van de piramide in Rome

Wat de musea betreft, het zijn er te veel om op te noemen, maar een paar wil ik er hier toch onder de aandacht brengen. Centrale Montemartini, gelegen aan de Via Ostiense (de oude weg van Rome naar Ostia) is het best bewaarde geheim van Rome. Het is een oude elektriciteitscentrale waar ze tussen de machines en pompen oude beelden, sarcofagen, een complete mozaïekvloer en friezen hebben tentoongesteld. Het is een prachtige, hoge en lichte ruimte (met onder andere een schitterend beeld van Antinoös, een adembenemend marmeren liefdesspel van een Satyr en Nimf en een sarcofaag van een jonge dichter die na zijn overwinning op het dichtersfestival in elkaar stortte van spanning) en het is er bijna altijd leeg. Pijnlijk voor het museum maar een zegen voor een bezoeker. Het zal waarschijnlijk niet meer zo lang duren, want tijdens mijn verblijf is Centrale Montemartini (met het Tassenmuseum in Amsterdam!) door The Guardian uitgeroepen tot één van de tien prachtigste onbekende musea van Europa. Als je naar de Musei Capitolini gaat op Piazza del Campidoglio, en dat is natuurlijk verplicht, kun je met bijbetaling van € 1,50 met hetzelfde kaartje naar Montemartini. Ik wil ook het Museum Delle Mura vermelden (alles over de Romeinse muren) en het Barracco (een prachtige privé-verzameling) met vierhonderd parels uit de Egyptische, Assyrische, Etruskische, Griekse en Romeinse beeldhouwkunst. Die twee laatste musea zijn nog gratis ook, want uiteraard moet het volk zich blijven verheffen.

Onvergetelijk was ook mijn bezoek aan Capri. Het eiland zelf vond ik een overvolle toeristische hel, maar de Villa Jovis/Zeus die door Augustus werd gebouwd, als een van de twaalf paleizen, ieder naar een god van het pantheon genoemd, is overweldigend in zijn grimmige pracht. Hier hoog op de rotsen boven de zee wier golven sinds tweeduizend jaar geen spat zijn veranderd – zo moet de eeuwigheid eruit zien – kwam mijn overrompelde geest weer enigszins tot rust.

Villa Jovis

Lees ook de eerdere reisverslagen:

Relevante link:

De geschiedenis waar je hier letterlijk over struikelt, heeft iets intimiderends. Op elke hoek stapelen de tijdlagen zich op elkaar.

Schrijver

Sana Valiulina

Sana Valiulina (1964) groeide op in Tallinn (Estland). Na haar studie Noorse taal- en letterkunde in Moskou emigreerde ze naar Nederland. Ze debuteerde in 2000 met de semi-autobiografische en veelbesproken roman Het kruis (Meulenhoff) over het leven in een Moskouse studentenflat, in 2002 gevolgd door de novellenbundel Vanuit nergens met liefde. In 2006 kwam de doorbraak met het epische Didar en Faroek (Meulenhoff), dat is gebaseerd op het leven van haar ouders tijdens het terreurbewind van Stalin. De roman werd genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs. De roman Honderd jaar gezelligheid verscheen in 2010, gevolgd door Kinderen van Brezjnev (2014, beide bij Prometheus). Nu werkt ze aan een historische roman, met als werktitel Keizer tegen wil en dank, waarin ‘de heimwee naar de wereldcultuur’ zoals Osip Mandelstamm het noemde, en overeenkomsten tussen het Romeinse Imperium en Het nieuwe Rusland centraal zullen staan. In het kader van dit project ontving ze van het Letterenfonds een bijdrage voor haar studiereis naar Rome.

Bekijk alle weblogs van Sana Valiulina