weblog

Reisverslag #1: writer in residence tussen kunstenaars uit alle werelddelen

Klooster zonder god

25 juli 2015

Iemand beschreef het leven op de Jan Van Eyck aan mij als leven in een klooster zonder god.

Van een kloosterlijk ritme was weliswaar geen sprake, deelnemers werkten tot diep in de nacht, activiteiten die werden afgewisseld met exotische maaltijden, incidentele feesten en lang uitgesponnen potjes pingpong onder de TL-balken in de kelder. Maar er werd aandachtig naar de wereld geluisterd, gehoor gegeven, er werd gezocht en volhard - de oude Benedictijnse principes, obedientia, conversio morum en stabilitas. Ik dompelde mij onder in het klooster voor de kunst en vond verhalen achter rijen gesloten deuren.

Er was het verhaal van de kunstenaar die uit boeken in bibliotheken overal ter wereld een enkel woord uitwiste, zodat er ergens een onzichtbare bibliotheek ontstond van die verdwenen woorden. Borges was nooit ver weg. Er was de kunstenaar die de namen en de doodsoorzaken van vluchtelingen gesneuveld onderweg naar Fort Europa had geprint op billboards en op doodgewone bordjes in de trams. Dezelfde vrouw verzamelde flesjes zelfgebrouwen alcohol - een tijdelijke verzameling rakía uit plaatsen waar men de Europese regels nog wist te negeren - op te drinken na iedere tentoonstelling.

Er was de kunstenaar die kwam vertellen over zijn uitdijende archief, kunst die anderen hem door de jaren heen hadden toegestuurd. Niet alles kon hij waarderen, maar alles bewaarde hij. Het archief was hem inmiddels bijna boven het hoofd gegroeid, de vraag hoe hij al zijn ontvangen post het beste kon beschermen en waar hij de honderdduizenden stukken na zijn dood zou kunnen onderbrengen een dagelijkse zorg. Ik luisterde en hoorde echo’s van Kafka.

klaproos

Iemand toonde me de klank van een concert vlak voordat het begint, losse penseelstreken als zeeanemonen in een verder diepzwart videowerk. Als kind al droomde ik ervan om in een schilderij te kunnen stappen, nu reisde ik eindelijk door lagen groene verf tot bijna op het doek, alsof ik in een boot traag door een oerwoud voer. Wat doet een penseelstreek, wat maakt een schilderij? Wat kan er worden afgebeeld en wat gebeurt er wanneer je die afbeelding bijna volledig uitwist tot er alleen een nabeeld overblijft, niet zozeer een schilderij maar eerder de gedachte daaraan? Als je een kerk stukje voor stukje ergens anders weer opbouwt, is het dan nog dezelfde kerk? Iemand maakte een boek van explosies, de foto’s en tekeningen van vlak voordat een gebouw werd vernietigd, de achteloze kunst van een ambacht. Iemand schilderde een steen zo dat die op een theedoek leek.

Nooit was ik tijdens mijn verblijf zo afgezonderd van de wereld als ik eerder had gepland, afspraken en verplichtingen van elders drongen zich op. Maar in mijn werkkamer echoden de klanken van het conservatorium, sopranen, saxofoon. Op de Sint Pietersberg vlakbij verraste ik een kudde schapen, klaprozen bloeiden tussen graan dat ik niet zou kunnen benoemen, wier danste traag in het water. Er was het oudste boek dat uit de bibliotheek tevoorschijn werd gehaald, een geïllustreerde bijbel, passend bij de geschiedenis van dit ooit katholieke instituut. Het boek was misschien een halve meter hoog, de pagina’s vergeeld. ‘Kijk’, zei Jo, verantwoordelijk voor de drukwerkplaats, ‘in die tijd drukten ze het begin van de nieuwe zin alvast op de onderkant van de rechterbladzijde. Dat zouden ze opnieuw moeten invoeren, dan kun je altijd doorlezen.’

Ik las een script waarin een aardappel een hoofdrol speelde, ik luisterde naar een detective waarin bijna niets gebeurde, jaloers op de stiltes die de auteur zo makkelijk liet vallen, het mysterie dat hij zo succesvol opriep. Iemand vertelde me over de bron van verhalen, die zich ergens in Brazilië bevindt, en over de houten tafel die hij deze zomer zou maken om al die verhalen een plek te geven. Ik werkte aan een tekst over een man zonder naam en luisterde en leerde meer over dat wat doorgaans onopgemerkt blijft. In de presentatie die ik gaf toonde ik een schets die deze man, die werkelijk bestaat, ooit had gemaakt, een tekening van een piano. ‘Opmerkelijk’, zei iemand, ‘hoe groot die schaduw is getekend, bijna groter dan de piano zelf.’

Ik zou het nooit hebben gezien.

schapen

Zie ook:

Schrijver

Wytske Versteeg

(1983) studeerde cum laude af in politicologie en debuteerde in het voorjaar van 2012 met de zeer goed ontvangen roman De Wezenlozen bij uitgeverij Prometheus. Eerder publiceerde Versteeg bij uitgeverij Lemniscaat het non-fictie boek Dit is geen dakloze, dat onder andere gebaseerd was op haar ervaringen als vrijwilliger in een crisisopvang. Dit is geen dakloze (2008) mengde filosofische literatuur met journalistieke observaties en de ervaringen van daklozen zelf, en werd genomineerd voor de Jan Hanlo Essayprijs Groot. Met haar tweede roman Boy won Versteeg de BNG Literatuurprijs 2014.

Wytske Versteeg werkt momenteel aan een nieuwe roman en aan een promotieonderzoek op het gebied van wetenschapscommunicatie aan de Universiteit Twente. Ze verbleef van 20 mei tot 20 juli 2015 als writer in residence aan de Van Eyck Academie in Maastricht, in het kader van Wanderlust, het programma voor talentontwikkeling in internationale conext van het Nederlands Letterenfonds.

Bekijk alle weblogs van Wytske Versteeg