Boek

Wanda Reisel

Plattegrond van mijn jeugd

Een literair perpetuum mobile dat staat als een huis

Het was een monumentaal pand van vijf etages met zestien kamers en de tuin grensde aan het Vondelpark in Amsterdam: een groot sprookjesachtig huis waar je naar hartenlust in kon verdwalen. Daar groeide tussen 1961 en 1974 de schrijfster Wanda Reisel op samen met haar ouders, broers en zusters. Het waren jaren waarin de Tweede Wereldoorlog, zonder dat er ooit veel over gesproken werd, zijn schaduw wierp over het jonge gezin (een aantal leden van hun Joodse familie was verdwenen); evenals de dood van de oudste zoon op Curaçao, enkele jaren voordat ze in Amsterdam kwamen wonen. Tegelijk diende de vrijheid van de jaren zestig zich aan.

Plattegrond van mijn jeugd is een zeer oorspronkelijke en originele autobiografische roman waarin Reisel het huis zelf als leidraad neemt. Aan de hand van de kamers, de trappen, de kelders en de kasten komen herinneringen boven, gedeeltelijk van haarzelf maar ook familiegeschiedenis en fictieve passages in de vorm van korte verhalen. Het boek is ingedeeld met titels als ‘Souterrain’, ‘Bel etage’ en ‘Eerste etage’ en de hoofdstukken dragen namen als ‘Stoep’, ‘Keuken’ en ‘Gang’.

Daarmee doet het denken aan Het leven, een gebruiksaanwijzing van Georges Perec: een roman als een huis, gebouwd op de verbeelding. Aan haar jeugd in dit huis en alle verhalen die daarbij horen heeft de schrijfster haar schrijverschap te danken.

Herinneringen zijn bij Reisel nooit sentimenteel, maar eerder speels en dwars. Hoe ga je om met al dat leed van de vorige generatie? Zoals de vertelster opmerkt: ‘Als je als kind de Shoah of Sinterklaas hebt moeten voorstellen, is de rest een makkie.’ Zelf moet ze niets van meisjesdingen hebben: ‘Ik ben een jongensmeisje dat niet met poppen maar met auto’s speelt, in bomen klimt, fikkies stookt, eruitziet als een straatschoffie, inbreekt in de tuin van de buren, stiekem in het Vondelpark rondsluipt en er Alaska’s rookt in de dikke boom.’ Ze onderneemt een zoektocht naar denkbeeldige grenzen om daar vervolgens overheen te stappen, zoals in de liefde, waar heel wat wordt geaarzeld en gesmacht. Haar ontmaagding door een langharige leraar in spijkerpak bijvoorbeeld is van een grote treurnis, maar de vertelster belicht vooral het belachelijke, het ridicule van deze gebeurtenis.

Het mooie aan dit boek is de manier waarop de losse draadjes uiteindelijk juist niet bij elkaar komen. Het beroemde motto van Harry Mulisch lijkt niet voor niets te zijn gekozen: ‘Het gaat erom het raadsel te vergroten.’ Zo komt het perspectief te liggen bij een ongelukkige jongen die postbode is, en bij een escortmeisje dat pornovideo’s voor haar vader in het verzorgingshuis meebrengt, wat een ontroerende scene oplevert.

Op de een of andere manier zijn deze levens met die van de hoofdpersoon verbonden, maar hoe, dat blijft in het midden. Het is een zaak van de verbeelding, en zoals de schrijfster met dit boek haar jeugdjaren te voorschijn tovert laat ze gelijk zien hoe alles een kwestie is van schrijven, van verdichting en literatuur.

Wanda Reisel

Wanda Reisel (1955) studeerde dramaturgie en debuteerde in 1986 met Jacobi’s tocht, twee jaar later gevolgd door de roman Het blauwe uur. Ze had toen al enkele toneelstukken op haar naam staan, ze schrijft nog steeds voor het theater en incidenteel ook voor film en televisie. Andere romans die ze…

lees meer

Details

Plattegrond van mijn jeugd (2010). Fictie, 221 pagina's.

Uitgeverij

Contact

Keizersgracht 205
NL - 1016 DS Amsterdam
The Netherlands
Tel: +31 20 535 25 35
Fax: +31 20 535 25 49

E-mail:
info@uitgeverijcontact.nl
Website:
http://www.uitgeverijcontact.…

lees meer