Boek

Geerten Meijsing

Tussen mes en keel

Een persoonlijk verontrustend verslag van een depressie: de val en wederopstanding van een schrijver

Het fascinerende oeuvre van Geerten Meijsing heeft zich altijd bewogen tussen het ogenschijnlijk banale en het filosofische. De romans Altijd de vrouw, Veranderlijk en wisselvallig uit de jaren tachtig, openhartige exposé’s over de liefde, en De grachtengordel, een satirische sleutelroman over de Nederlandse literaire klimaat, vinden hun natuurlijke tegenwicht in Meijsings geleerde zoektocht naar Plato’s geheime boodschap: De ongeschreven leer (1996).

In Tussen mes en keel heeft Meijsing tussen de twee kaften van één roman de balans gevonden tussen hoog en laag, tussen studieuze passages en zinnen met een knipoog. Erik Provenier, ook al Meijsings alter ego in De grachtengordel, bevindt zich op de eerste bladzijden van het boek letterlijk tussen mes en keel, in de ‘gerekte foltering van de ware zelfmoordenaar’. Provenier wil zich van het leven beroven omdat zijn vriendin hem heeft afgewezen en hij zich als schrijver hopeloos miskend acht. Het Meesterwerk, dat hij met behulp van anti-depressiva uiteindelijk uit zijn pen weet te wringen, wordt door de critici simpelweg genegeerd.

Meijsing laat alle schroom varen in talloze variaties van de depressie waarin zijn (anti-)held verzeild raakt. Alle stadia van de wanhoop worden breed uitgemeten: op een writer’s block volgt seksuele onmacht, waarna Provenier door zijn vriendin op straat wordt gezet. Uiteindelijk kunnen het wekelijks bezoek aan dr. Kirchner, zijn psychiater, en zelfs een opname in een kliniek de depressies niet meer op afstand houden. Provenier verlaagt zich tot het bestaan van een zwaar drinkende stalker, immer postend voor de deur van zijn ex-geliefde en haar voortdurend bestokend met liefdevolle én razende brieven. Hij is aangekomen op het dieptepunt van zijn leven: ‘Ik werd bevangen door het Grand Mal. Lag op de grond te schokken, spuwde schuim, beet mijn lippen en tong kapot.’

Ondanks de hartvochtige realiteit waarmee Provenier wordt gekarakteriseerd, zit in al deze ellende een onmiskenbare romantiek. Meijsing geniet ook van zijn melancholische verkenning van de onderwereld, en laat Provenier zwelgen in doodsgedachten, in de trionfo della morte. Hij bevecht pijn met pijn, ijdelheid met ijdelheid. Tussen mes en keel staat vol gretige verwijzingen naar zwaarmoedige schrijvers als Edgar Allan Poe, psychiaters als Richard Burton en een zwartgallige filosoof als Schopenhauer.

In laatste instantie maakt Geerten Meijsing nog een tournure. Niet alleen gebruikt hij de romantische literatuur als tegengif voor zijn depressie, maar de donkerste passages van zijn roman geeft hij ook een zwart-humoristische glans. In korte, bijtende tegenzinnetjes zet hij zichzelf op scherp. Niet voor niets merkt dr. Kirchner op dat hij lijdt onder ‘een montere verbittering’. Uiteindelijk, na nog een zelfmoordpoging en nog een opname in de kliniek, weet Provenier zijn werkelijkheid onder ogen te zien. De schrijver heeft zijn alter ego teruggevoerd uit het dodenrijk.

Geerten Meijsing

Geerten Meijsing (b.1950) maakte zijn debuut met een ambitieuze trilogie gewijd aan literatuur, schilderen en muziek. Hij won de AKO Literatuurprijs in 1988 met de roman Veranderlijk en wisselvallig. daarop volgde Altijd de vrouw in 1991. Andere boeken van Meijsing zijn De grachtengordel en De

lees meer

Details

Tussen mes en keel (1997). Fictie, 398 pagina's.

Uitgeverij

De Arbeiderspers

Spui 10
NL - 1012 WZ Amsterdam
The Netherlands
Tel: +31 20 760 72 10

E-mail:
j.spooren@singeluitgeverijen.…
Website:
http://www.arbeiderspers.nl

lees meer